Het bedrijfsleven moet aanzienlijk meer bijdragen aan de bestrijding van armoede in de wereld. De bedrijfsvoering moet worden aangepast aan de noden en en mogelijkheden van de armen. Die oproep staat in de concept-slotverklaring van de top van de Verenigde Naties, die van 20 tot en met 23 september in New York plaatsvindt. Trouw beschikt over deze verklaring, die door de VN-leden nog op ministerieel niveau moet worden geaccordeerd.
In eerdere VN-verklaringen werd al een bijdrage van het bedrijfsleven gevraagd. De oproep is dit keer aanzienlijk nadrukkelijker, zo bevestigen bronnen die bij de totstandkoming van de tekst betrokken waren. Acties van overheden en het maatschappelijk middenveld moeten door samenwerking met het bedrijfsleven – middels investeringen, overdracht van kennis en handel – naar een hoger plan worden getrokken.
De top is vooral een tussentijdse evaluatie van beloften die zijn gedaan in 2000, de zogeheten VN Millenniumdoelen. Die acht doelen – waaronder een halvering van de armoede, schoolgang voor alle kinderen in de wereld en een sterke terugdringing van moeder- en kindersterfte in 2015 – liggen ondanks sterke tegenwind door de economische crisis redelijk op schema.
Grote zorgen maken de VN-leden zich, zo blijkt uit de verklaring, over de moeder- en kindersterfte. Meer in het algemeen zijn er „grote zorgen over het aantal mensen dat nog altijd leeft in extreme armoede en honger heeft”. Dat zijn er volgens de verklaring nog altijd meer dan 1 miljard.
Ongerustheid is er ook over de grote ongelijkheid tussen en binnen landen. Bestrijding van armoede, honger, maar vooral ook het verkleinen van die ongelijkheid, is de belangrijkste opdacht voor de VNleden om een welvarendere en duurzamere toekomst dichterbij te brengen.
Volgens de bronnen is de tekst typisch een VN-product. Het stuk telt 25 pagina’s en bevat vooral de bevestiging dat eerder gemaakte afspraken nog altijd overeind blijven. In een tijd van economische crisis moet dat volgens bronnen uitgelegd worden als winst.
In de nacht van donderdag op vrijdag zijn de laatste heikele kwesties in de slotverklaring opgelost. Zo wilde een zeer omvangrijke groep vooral ontwikkelingslanden (G77) een passage opnemen over landen of landsdelen die bezet worden. In de meeste gevallen duidt dat op de Israëlisch-Palestijnse kwestie.
Gekozen is volgens bronnen voor een tekst die oproept aandacht te hebben voor een grote rij landen met een specifieke problematiek – van de minst ontwikkelde landen tot landen met complexe humanitaire problemen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.