*

 

Klein compendium van het vergeten

Douwe Draaisma − 04/09/10, 00:00

„Veranderen herinneringen aan een goede vriend als u met hem gebrouilleerd raakt?” Douwe Draaisma, hoogleraar geschiedenis van de psychologie en kenner van het geheugen, werkt aan een ’Vergeetboek’, dat op Allerzielen verschijnt. In Letter & Geest doet Draaisma de komende weken verslag van zijn zoektocht en stelt zo, met lastige geheugenvragen, een Klein compendium van het vergeten samen. Schrijvers, dichters, historici en filosofen flankeren hem. Deze week, ter introductie, vragen aan Bernlef, Anna Enquist en Frank Meester.

  •  (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)
    (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Aan de overzijde van het herinneren ligt het vergeten – zijn we gewend te denken. In werkelijkheid zit het vergeten al door onze herinneringen gemengd, als gist door deeg. De ’eerste herinnering’ markeert niet alleen het begin van ons geheugen, maar onderstreept tegelijk de vergeten jaren die daaraan vooraf zijn gegaan. De vier, vijf dromen die we ons nog herinneren verwijzen naar de honderden dromen die we ons bij het wakker worden misschien nog herinnerden, maar al snel vervluchtigden. Ons goede geheugen voor ’eerste keren’ herinnert ons aan al die volgende keren die we zijn vergeten. En zelfs mensen met een goed geheugen voor gezichten hebben een pover geheugen voor de geschiedenis van gezichten. Wie kan met de hand op zijn hart verklaren zich – los van foto’s – te herinneren hoe zijn dierbaren er tien jaar geleden uitzagen?

De moeilijkste vragen die je over het geheugen kunt stellen gaan niet over het herinneren maar over vergeten. Waarom bestaat er wel een geheugentechniek, maar geen vergeettechniek? Waarom hebben portretten de neiging onze herinneringen aan gezichten te wissen? Wat is het lot – of de verblijfplaats – van verdrongen herinneringen? Kunnen geheugensporen werkelijk uit onze hersenen verdwijnen of ’vergeten’ we doordat die sporen niet meer toegankelijk zijn?

In ’Vergeetboek’ komen over deze vragen neurologen, psychologen, psychiaters en andere vertegenwoordigers van de wetenschappen van het geheugen aan het woord. Maar zelfs al zouden zij de antwoorden kunnen verschaffen, dan nog blijft er een precaire afstand tussen onze theoretische kennis van het geheugen en wat we persoonlijk met ons geheugen beleven.

Juist in dat niemandsland tussen wetenschap en introspectie rijzen de vragen die ons dwingen over het eigen geheugen na te denken.

Als er wel een vergeettechniek bestond, zou u daar dan gebruik van maken?

Hebt u wel eens een herinnering aan uzelf uit het geheugen van iemand anders willen verwijderen?

Veranderen herinneringen aan een goede vriend als u met die vriend gebrouilleerd bent geraakt?

Wat gebeurt er met ’gedeelde herinneringen’ als degene waar u die herinneringen mee deelde er niet meer is?

Weet uw partner wat uw dierbaarste herinneringen aan hem of haar zijn? En omgekeerd?

Een select gezelschap van schrijvers, dichters, historici en filosofen laat zich vragen als deze voorleggen. Elk van hen heeft over de verhouding tussen herinneren en vergeten geschreven, in boeken die tot de canon van de literatuur over geheugen zijn gaan behoren. Ze schreven over de desintegratie van het geheugen bij een dementerende man, over de herinneringen die je kunnen bestormen bij het ontruimen van het ouderlijk huis, over hoe een gestorven dierbare in herinnering te houden, over het leven met een aftakelend geheugen in een verpleeghuis. Anderen schreven over trauma en verdringing, over de betrouwbaarheid van herinneringen, over het vergeten dat zichzelf onzichtbaar maakt, over foto’s waar je zelf opstaat maar die je met geen enkele herinnering kunt verbinden, over eerste herinneringen die geen herinneringen bleken, over het herschrijven van je herinneringen bij het ouder worden.

De eerste vraag is telkens: ’Wat is uw eerste herinnering?’ Elk gesprek wordt besloten met de Allerzielenvraag: ’Wie mag er niet worden vergeten?’

Tussen deze twee vraagtekens in laten ze ons toe in de intimiteit van hun geheugen.

Aan schrijver Bernlef wordt gevraagd: ’Hebt u foto’s waar u zelf opstaat die u met geen enkele herinnering kunt verbinden?’

Zijn antwoord: „Vrijwel allemaal. Het is alsof ik naar het leven van iemand anders zit te kijken. Ik denk wel eens dat het te maken heeft met het feit dat het een gelukkige jeugd was. Dat je het leven leefde zoals het zich aan je voordeed. Er waren geen haken en ogen. Het leven gleed voorbij, zo is het gegaan en dan is het ook voorbij. Iedereen zegt altijd: wacht maar, als je ouder wordt krijg je al die jeugdherinneringen terug. Nou, ik ben nu 73 – en ik zit er nog vergeefs op te wachten. Ik heb nog niets gezien.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />