*

 

Werken aan roeikampioenen

Rob Velthuis − 04/09/10, 00:00

Nederlandse roeiers beginnen te laat en stoppen te vroeg. Bovendien is de kweekvijver waaruit talent kan worden gevist klein. Gevolg is een prestatiecurve die nergens zo grillig is als in Nederland.

  • Kirsten van der Kolk en Marit van Eupen (links) vieren hun gouden medaille op de Olympische Spelen van Peking. (FOTO AFP )
    Kirsten van der Kolk en Marit van Eupen (links) vieren hun gouden medaille op de Olympische Spelen van Peking. (FOTO AFP )

Nederland is volgens technisch directeur René Mijnders heel goed in staat te pieken op Olympische Spelen, maar daarna zakt de boel steeds weer als een plumpudding in elkaar. Dat komt omdat het verloop binnen de topsportselectie groot is en er te weinig aanvoer is van geschikt talent.

„Je ziet elke keer na Olympische Spelen de resultaten ver terugvallen”, aldus Mijnders gisteren tijdens een persconferentie over onder meer de olympische Toptienambitie. Roeien is een van de acht bonden die voor Nederland de meeste olympische medailles wint, en dus hoopt op meer financiële armslag.

„De jaren na de Spelen hebben we hard nodig om opnieuw op Olympisch niveau te komen.” Daarbij vertoont de prestatiecurve van 1992 tot nu een licht aflopende lijn. „We glijden langzaam af.”

De problemen waarmee de roeibond (KNRB) kampt zijn sportspecifiek. De studentensport heeft, anders dan hockey of voetbal, geen grote groepen junioren waaruit kan worden geselecteerd. De selectie begint grotendeels bij universiteiten, waardoor roeiers pas op late leeftijd (18, 19 jaar) beginnen.

En ze stoppen er ook weer snel mee. Mijnders: „Roeien is een duursport waarin je tot in je 30ste prima kunt presteren. Onze roeiers op de Spelen zijn gemiddeld 26 jaar oud. Sporters die ouder zijn, zitten in een andere levensfase. Zij kiezen voor hun maatschappelijke toekomst, ze kunnen geen gezin onderhouden van een onkostenvergoeding van een paar honderd euro per maand.”

Daarom is Mijnders gelukkig met de aankondiging van Maurits Hendriks, technisch directeur NOC-NSF, om later dit jaar een variabel stipendium in te voeren. Ervaren topsporters kunnen daarmee met een hoger ’salaris’ voor het olympische traject behouden blijven.

Met het andere probleem is de roeibond bezig. Daarbij wordt gekeken naar concurrent Groot-Brittannië, dat een omvangrijk testprogramma heeft opgezet. Elk jaar worden daarmee twintigduizend sporters op hun bekwaamheden getest, waarna de besten een fulltime-opleiding tot toproeier krijgen. De ’gemaakte’ roeiers dragen inmiddels substantieel bij een de roeisuccessen.

Volgens Mijnders lopen er in Nederland diverse potentiële olympische roeikampioenen rond. „Alleen weten zij dat zelf niet, en hebben ze ook nog nooit in een roeiboot gezeten. Wij zijn twee jaar geleden op basis van het Engelse model met de ontwikkeling van een eigen programma begonnen. De knowhow is er nu. Tot dusverre is het gebruikt binnen de roeiwereld, binnenkort zal het worden geïntroduceerd op universiteiten en daarna op middelbare scholen.”

Hoe omvangrijk het kan worden toegepast, is afhankelijk van geld. „Hoe meer hoe beter”, zegt Mijnders. „Om een Redgrave (van 1984 tot 2000 tijdens vijf opeenvolgende Olympische Spelen winnaar van goud, red) te vinden heb je een kans van 1 op 10.000.”

Als het om geld gaat, wordt gewezen naar Groot-Brittannië, waar met een budget van 44 miljoen pond per olympiade meer mogelijk is dan wat in Nederland wordt gewenst. Door de recente komst van hoofdsponsor Aegon kunnen bij de KNSB in elk geval de geplande programma’s worden uitgevoerd.

Aan de aanvankelijk geschrapte EK in Portugal van volgende week zal worden deelgenomen door de boten die van 30 oktober tot en met 7 november in Nieuw-Zeeland aan de WK deelnemen. De niet-olympische disciplines worden wegens geldgebrek niet afgevaardigd.

De deze week door NOC-NSF gepresenteerde Toptienambitie moet ook roeien meer kansen bieden. Mijnders: „In Groot-Brittannië heeft de topsport na de teleurstellende Olympische Spelen van 1996 een enorme financiële injectie gehad. We kunnen zien waartoe dat leidt. Wil je hogerop komen, dan heb je daar de middelen voor nodig.”

Goede plannen zijn er volgens Mijnders. Deze maand worden vijf regionale talentencentra geopend. Ook zijn er ontwikkelingen op het gebied van innovatie. Er is een fulltime-onderzoeker gezet op het project ’vermogensmetingen en teamprestaties’, waarmee roeiers uit één boot individueel kunnen worden begeleid. „Ik hoop dat dit uitgroeit tot een veldlaboratorium zoals de zwemmers hebben.”

Toch blijkt de weg naar perfectie nog lang. Gisteren werd de nieuwe wedstrijdkleding gepresenteerd. Die was niet naar de zin van Jan Driessen, die Aegon jarenlang vertegenwoordigde als sponsor van de schaatsbond. Hij was als zodanig betrokken bij de ontwikkeling van aerodynamische schaatspakken. „Deze pakken lubberen”, merkte zijn scherpe oog meteen op. „Die moeten individueel worden aangemeten.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />