*

 

Domweg gelukkig

Wim Boevink − 07/09/10, 00:00

Het zomerde nog volop na, de zon was warm, de wind hard. Ik nam vanuit de oude binnenstad de fiets naar Leidsche Rijn, langs de vestiging van Douwe Egberts, over het kanaal, over de A2 – en hield even halt op het dak van die ongebruikte landtunnel. Een grote doos van wit beton, de wind blies er wolken van bouwstof overheen, het maakte de doos nog witter.

Een grote, witte zerk.

Maandagmorgen was het, het fietspad daalde met een slinger af de nieuwe wijken in, naar dat grote nieuwe stadsdeel van de eenentwintigste eeuw. Een mens kan zich door zoveel nieuwheid, zoveel toekomst, zoveel belofte, magisch aangetrokken voelen, het is ook alsof je na die grote barrières van kanaal en snelweg een ander continent bereikt. Dit is Utrecht, maar wat heeft het te maken met dat Utrecht uit de Middeleeuwen, met zijn ook al oud geworden stadsuitbreidingen uit vergane eeuwen?

Leidsche Rijn is een en al lichtheid, een tekentafeldroom, en op deze maandagmorgen is het er zo stil dat je je afvraagt of de droom werkelijk al bewoond is. Kaarsrechte asfaltwegen en geen mens in zicht. Alles fris en nieuw en jong: het malse gras, het buitenmeubilair in de tuinen, de glanzend strak gelakte voordeuren, de smetteloze fietspaden, de verkeersborden, de stoplichten, de bruggen met hun roestvrijstalen relingen, de lantaarnpalen in hun gelid, en die groene diagonaal, een gazon, kilometerslang met aan weerszijden ruisende populieren – weergaloos.

Maar wat lees je? In een vorige week verschenen rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving? Wijken als Leidsche Rijn bevorderen de segregatie, ze vergroten de kloof tussen rijk en arm en het zijn vooral de mensen met hogere inkomens die er komen pionieren (ook beter verdienende Marokkanen en Turken trouwens). En als er al sprake is van gemengd wonen dan dreigt er spanning tussen koophuizen en sociale huurwoningen.

Het paradijs is gevoelig voor oude virussen.

Daarom fietste ik er, om te zien waar het rotte, maar ik zag het niet. Al wat ik zag was nieuwheid en belofte, alle mensen die hier wonen komen van het oude land, van de oude steden, die hebben allemaal een afslag in hun leven genomen, iets achter zich gelaten, schepen verbrand. Ergens achter al die gelakte voordeuren kiemt het geloof in een nieuwe tijd, nieuw geluk.

Je raakt snel meegesleept in Leidsche Rijn.

Nog is het een woondroom, zo onwerkelijk, dat zelfs de winkels nog ontbreken, en de cafés, er is geen rumoer, niemand blèrt om aandacht, Albert Heijn zit ondergedoken in een noodkeet. Volgend maand zou in de wijk Vleuterweide een groot winkelcentrum openen, maar bij het informatiecentrum zijn ze nu al teleurgesteld over het aanbod – dezelfde ketens als elders in het land, Dat kan voor Leidsche Rijn niet goed genoeg zijn.

Ik doolde door het park in aanleg, langs rietkragen en lisdodden, een natuurgebied met enorme hardhouten banken, door niemand nog in brand gestoken.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />