De Nederlandse Opera begint het nieuwe seizoen met Giuseppe Verdi’s Franstalige ’Les vêpres siciliennes’.
Bij terugkeer van vakantie, aan het begin van de repetitietijd voor Giuseppe Verdi’s opera ’Les vêpres siciliennes’ (De Siciliaanse vespers - Parijs, 1855), zag De Nederlandse Opera – en dan meer specifiek de casting-afdeling – zich geconfronteerd met een groot probleem. De gecontracteerde en geafficheerde Amerikaanse sopraan Emily Magee meldde zich vanuit de Verenigde Staten ziek. Ze zou de eerste week van de repetities niet bij kunnen wonen. Dat was nog best te overzien, maar ná die week bleek al snel dat Magee helemaal niet meer naar Amsterdam kwam.
Wat te doen? De belangwekkende nieuwe productie van de in Amsterdam debuterende regisseur Christof Loy, ook nog eens de opening van het seizoen, zat ineens zonder sopraan voor de belangrijke rol van Hélène. Sopranen hebben die Verdi-partij sowieso zelden op het repertoire, en áls ze die al zingen dan is het in de Italiaanse versie ’I vespri siciliani’ (Parma, 1855).
Op zo’n moment draait de casting-afdeling van De Nederlandse Opera spannende overuren. Hein Mulders, hoofd artistieke zaken, is in zo’n geval de troubleshooter van DNO. Wat zijn de eerste dingen die hij doet?
„We werken hier niet met een understudy-systeem, dus dat houdt altijd een risico in”, legt Mulders uit. „Het is overigens wel het spannendste onderdeel van een baan als deze. Op het moment dat duidelijk werd dat Emily Magee echt niet meer zou komen – of eigenlijk al een tijdje daarvóór – ga je naarstig op zoek naar sopranen die de rol op het repertoire hebben. Als daar niemand tussen zit die geschikt of vrij is, breidt de zoektocht zich uit naar sopranen die de rol nog nooit gezongen hebben; zangeressen bij wie de rol goed in de ontwikkeling van hun carrière zou passen. Ja, er bestaan bestanden die je kunt raadplegen, maar die zijn vaak verouderd of niet betrouwbaar. De meeste namen heb je in je hoofd zitten, eenvoudig omdat je veel zangers gehoord hebt. Chapeau voor Barbara, die zich letterlijk in het project gestort heeft en zich de rol waanzinnig snel heeft eigen gemaakt.”
Barbara Haveman viel al eens eerder in bij DNO. In 2007 verving zij in de laatste twee voorstellingen van Wagners ’Tannhäuser’ de ziek geworden Martina Serafin als Elisabeth. Haveman, die in het buitenland al een behoorlijke carrière had, maakte op die wat onopvallende manier haar operadebuut in Nederland. Nu mag zij het seizoen openen, weliswaar ook als invalster, maar ze is nu in ieder geval bijna vanaf het begin bij het artistieke voorbereidingsproces aanwezig.
„De vraag van DNO, die eerst nog onder voorbehoud was, werd steeds dringender”, vertelt Haveman. „Ik zou eigenlijk eind augustus naar Barcelona moeten voor de rol van Micaëla in Bizets ’Carmen’. Mijn agente had mij ooit gehoord als Elvira in Verdi’s opera ’Ernani’, de rol uit mijn repertoire die het dichtst bij die van Hélène zit, en zij zei: ’Ik vind dat deze rol voor jou is’. Ook mijn man, die dirigent en repetitor is, vond dat Hélène binnen mijn mogelijkheden lag. Niemand kent mijn stem beter dan mijn man; op hem kan ik voor honderd procent vertrouwen. Toen heb ik de partituur van het internet gehaald en bij het doornemen ervan dacht ik onmiddellijk: ’Dit is waanzin, dit is niet mogelijk’. De grootte, de lengte van de partij vond ik shockerend, en vocaal-technisch zit het behoorlijk lastig in elkaar. Toen mijn agente nog eens belde, lag het eigenlijk wat haar betreft al vast en rekende ze erop dat ik het zou doen.”
„Ik ben zelf niet zo’n type dat per se de uitdaging op moet zoeken, maar ik ben in een roes in het vliegtuig gestapt; na een behoorlijk slechte, doorwaakte nacht – dat wel. In Amsterdam aangekomen heb ik kennis gemaakt met mijn collega’s die al twee weken aan het repeteren waren en heb mij als het ware ter beschikking gesteld. Ik was fit en uitgerust, en de partij leek voor mijn stem geschreven – dat waren de enige zekerheden die ik had.”
Haveman heeft dus de goede stem voor deze Verdi-rol. Hoe kwam Mulders bij haar uit?
„Toen ik een paar jaar geleden begon met het casten van deze opera was het niet zo dat ik aan één specifieke zangeres dacht. Je hanteert een soort verlanglijstje; daar stond overigens Barbara Haveman ook al op. Dat het uiteindelijk Emily Magee werd, was een teambeslissing. Regisseur en dirigent denken mee en dragen ook hun ideeën aan, al ligt de eindverantwoordelijkheid bij mij. Als wensen niet realistisch zijn, dan houd ik voet bij stuk.”
„Dirigent Paolo Carignani en regisseur Loy stelden zich in deze stressperiode heel fijn op. We hadden uiteindelijk de keuze uit zo’n drie zangeressen. De dirigent had al eens met Barbara gewerkt in een andere Verdi-opera, de regisseur kende haar niet, maar heeft uitgebreid op Youtube gekeken waar fragmenten van haar te zien zijn. Toen de keuze gemaakt was, volgden er nog allerlei onderhandelingen, want in Barcelona moest men haar natuurlijk toestemming geven om naar Amsterdam te komen en daar moest men ook op zoek naar een vervangster voor Barbara.”
„In mijn vorige baan bij de Vlaamse Opera heb ik Barbara voor twee producties geëngageerd, en sindsdien heb ik haar gevolgd. Omdat je in deze wereld zo lang van tevoren mensen dient te contracteren, moet je proberen op de hoogte te blijven. De zangerswereld is constant in beweging. Er zijn natuurlijk objectieve criteria die je kunt hanteren, maar je kunt absoluut een keer pech hebben met casten omdat een stem in rap tempo verslechterd is. Omgekeerd komt overigens ook voor, en dan heb je ineens een zanger in huis die al je verwachtingen overtreft.”
Haveman begon haar officiële loopbaan als Violetta in ’La traviata’. Een debuut met Verdi dus, en later kruiste de componist vaak haar pad. Ze zong al in diens ’Ernani’, ’Simon Boccanegra’, ’Otello’ en ’Un ballo in maschera’. Binnenkort debuteert de zangeres in Barcelona in de titelrol van ’Aida’.
„Ik hou van de fantastische vrouwen van Verdi, ze hebben zoveel kracht. In een voornamelijk mannelijke wereld vertegenwoordigen zij steeds de moraal. Het gaat bij hen nooit zomaar over liefde en opoffering alleen – zoals bij Wagner – maar er is altijd politiek engagement, humaniteit. De stem zou idealiter bij die innerlijke kracht en het moraliteitsgevoel van het personage aan moeten sluiten. Verdi-sopranen moeten een enorm bereik hebben, waarbinnen het midden- en lage register sterk aangesproken worden. Ik heb het voordeel dat ik als mezzosopraan begonnen ben en die lagere registers in mijn studietijd ontwikkeld heb.”
„Toen ik als sopraan verder ging, won ik op een concours in Barcelona een prijs. Die hield in dat ik bij de grote Verdi-tenor Carlo Bergonzi mocht studeren. Toen Bergonzi mij vertelde dat hij mij wel zag zitten als Violetta in ’La traviata’ moest ik hard lachen. Maar hij hield vol en prompt maakte ik in Lucca mijn debuut. Ik heb veel van Bergonzi geleerd, en veel, heel veel zangoefeningen gedaan. Hij zong alles voor! Onvoorstelbaar. Zijn geloof in mij was de eerste bevestiging dat ik geschikt was om in de opera’s van Verdi op te treden. Daarna is het zaak om binnen die partijen het gezonde gebruik van je stem te respecteren. Er is absoluut geen plaats voor foefjes of trucjes – je moet het met je eigen stem doen.”
Volgens Mulders is het wat dat betreft soms slecht gesteld in de zangerswereld. „Veel zangers willen zich veel te snel ontwikkelen”, zegt hij. „Dat gaat bijna altijd gepaard met een toename van technische problemen. Het gaat te snel, er wordt te veel gereisd, iedereen wil maar iets nieuws. Als je tien jaar lang de Gravin in Mozarts ’Le nozze di Figaro’ zingt, dan is dat echt geen schande – integendeel. Maar dat willen veel zangers niet meer. Ze stappen te snel over naar een ander, vaak uitdagender en dramatischer vak in hun stemtype. Het berokkent bijna altijd schade.”
„Dat is overigens niet alleen een probleem van de zangers zelf, maar ook van hun agenten, en ook van mij en mijn collega’s. Wij moeten zangers behoeden voor verkeerde keuzes door hen geen verkeerde rollen aan te bieden. Vooral agenten spelen hierin een sleutelrol. Als een zanger goed in de markt ligt en veel geld binnen brengt is dat fijn, maar het is niet het enige. Ik ken agenten die het prima vinden als het met een zanger maar drie jaar goed gaat; daarna komen er wel weer anderen is hun gedachte. Maar er zijn ook zorgvuldiger agenten, die weten hoe fragiel een stem is en met hoeveel elementaire zaken in het leven de bloei van een stem samenhangt. Je zingt zoveel beter als je gezond bent en je je gelukkig voelt. Zangers die goed in hun vel zitten, gaan langer mee; die laten zich ook niet door geld of prestige verleiden.”
Barbara Haveman, die er voor waakt om zich met haar stem te identificeren en er met een bepaalde afstand naar kijkt, heeft zich zoals ze zelf zegt als een terriër in haar nieuwe rol vastgebeten.
„Ik ben eigenlijk nogal lui, maar mijn beroep heeft mijn karakter gevormd. Ik ben er erg gedisciplineerd door geworden. Zeker zoals in deze situatie nu voel ik me haast gedrogeerd door de rol en de muziek. Straks als tijdens de première de ouverture klinkt, dan weet ik dat ik echt niet meer terug kan, dan moet het gebeuren. Dat is zo’n ontzettend spannend moment. Dan heb je na een hele zware bergwandeling zomaar ineens de top bereikt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.