*

 

Vrachtbrief van de SS

Wim Boevink − 15/09/10, 00:00

Dit zagen we niet aankomen. Ik schrijf ’we’ omdat naast me op de publieke tribune Barbara zat, die haar grootouders van vaders zijde verloor in Sobibor.

Barbara, de vriendin over wie ik eerder hier schreef, die in de winter van het vorig jaar al de rechtszaal in München had willen opzoeken, toen de Nederlandse medeaanklagers in het proces tegen Ivan Demjanjuk – nabestaanden van de Joodse slachtoffers als zijzelf – voor die Duitse rechter hun verhaal vertelden. Maar het sneeuwde zo hevig die dag dat ze vergeefs op Utrecht CS op haar trein wachtte. Haar trein naar Duitsland reed niet.

Maar nu, zoveel maanden later, zat ze hier in München, naast me. En we zagen het niet aankomen. De vrachtbrieven van de SS met treinnummers die de rechter voorlas en op de glasplaat van de projector liet leggen. Vrachtbrieven voor Sobibor. Voor Treblinka.

Vrachtbrieven met als afzender: Bekleidungswerk der SS. Als van een firma. En dan:

Bezeichnis der Güter (beschrijving van de goederen) : Häftlinge. (Gevangenen.)

Rohgewicht, (ruw gewicht): 2600.

Art der Verpackung, (verpakkingswijze): Waggon.

Het waren documenten in een reeks van documenten die de rechter voorlas, met zijn zachte stem, en ik keek opzij, naar haar, ze had haar gezicht afgewend.

Demjanjuk lag op zijn bed en luisterde mee, luisterde hoe de tolk die documenten voor hem vertaalde, deze en andere, zoals die waarmee de dag begon. Een weergave van een telefonische melding van een SS Hauptsturmführer, op 6 mei 1943, een donderdag, ’s middags om 13.00 uur, van een transport van zeshonderd joden naar T. waarbij zes bewakers waren gevlucht en een van hen zich met zijn pistool had doodgeschoten. Men had bij hem een briefje gevonden dat hij zo niet langer wilde leven.

Verdediger Ulrich Busch zag hierin aanleiding hartstochtelijk te bepleiten hoezeer ook de bewakers, mannen als Demjanjuk – als hij al een bewaker was geweest – , hadden moeten lijden onder het schrikbewind van de nazi’s. Hij schetste, bewogen door zijn eigen woorden, het afschuwelijke dilemma waarin deze kampbewakers zich bevonden en ook hoe uitzichtsloos hun positie was juist in de vernietigingskampen met hun uiterste geheimhouding en strenge beveiliging. Hieraan kon niemand ontsnappen. Desertie was geen optie. De man die zichzelf doodde, zei Busch, was niets minder dan een held.

Cornelius Nestler, advocaat voor de medeaanklagers, wierp tegen dat er wel degelijk gevallen van ontsnapte kampbewakers uit vernietigingskampen bekend waren en dat als Demjanjuk zo’n gewetensvolle bewaker was geweest hij dat dan maar eens moest zeggen. Busch schudde afkeurend het hoofd.

Barbara zei later dat het lot van haar grootouders aan significantie leek te verliezen, in het licht van zoveel slachtofferschap, een geschiedenis bezaaid met arme drommels. Zo besmeurd leek alles – we zagen niet meer waar goed ophield en kwaad begon.

mailIcon print |