Het was november 1965. Bivak en koud, maar wel buiten slapen. En jong, dus altijd hongerig. Als warme hap kregen we een in water opgewarmd blikje. Daarin trof ik een maaltijd van capucijners aan, met spek, ui en gehakt. Het smaakte prima. Later ontdekte ik dat je dergelijke blikken ook in de supermarkt kon kopen. Wel erg duur voor maar een klein beetje eten.
Al heel lang maak ik het zelf:
Koop een blik kapucijners (of meerdere blikken als de aanbieding goed is - ze gaan lang mee). Schaf verder aan: gehakt (naar keuze) enkele uien en spekblokjes. De te gebruiken hoeveelheden zijn geheel afhankelijk van uw smaak.
Ik laat het blik kapucijners altijd uitlekken, anders wordt het meer een soep. Hak de ui (of uien) fijn en bak de spekblokjes uit.
Fruit de ui en doe het gehakt erbij. Peper en zout naar keuze, maar let op. Gezien het zoutgehalte van de huidige spekblokjes doe ik er vrijwel geen zout meer bij. Doe uiteindelijk alles in een flinke eenpansmaaltijd pan (of de klassieke vlees sudder pan) en maak lekker warm. Op het bord kan enige picalily erbij, of een stukje zuur.
Ik maak altijd flink wat klaar want het kan prima worden ingevroren en later opgewarmd. Zo heb ik enige dagen later opnieuw een eenvoudig doch voedzaam maal.
Vrijwel hetzelfde kan gedaan worden met witte bonen in tomatensap. Dan kunnen ook champignons en knoflook toegevoegd worden.
geheim van de smid (sorry, kok) is natuurlijk dat kleine blikje geconcentreerde tomatenpuree.
Rob Coenen
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.