De formatie met VVD en PVV heeft bij het CDA tot diepe verdeeldheid geleid. Maxime Verhagen en mede-onderhandelaar Ab Klink staan lijnrecht tegenover elkaar. Portretten van de twee hoofdrolspelers.
Is de eenheid van de partij belangrijker dan een machtsstrijd over de koers? Deze vraag kristalliseert zich uit na een paar dagen van chaos en verwarring in het CDA.
De formatie met de VVD en PVV is stilgelegd. De beoogde samenwerking heeft bij het CDA tot diepe verdeeldheid geleid over de koers van de partij. Interim-fractievoorzitter Maxime Verhagen en Ab Klink, de nummer vier op de kandidatenlijst en demissionair minister van volksgezondheid, staan recht tegenover elkaar. Verhagen wil tempo maken met de formatie en Klink wil bezinning over de vraag of de fractie wel door kan gaan met deze omstreden formatie.
Verhagen heeft de meerderheid van de fractie achter zich, maar in deze coalitie met een meerderheid van plus één in de Tweede Kamer, telt elke dissident bij wijze van spreken voor twee. Tenminste twee Kamerleden, Ad Koppejan en Kathleen Ferrier, hebben nadrukkelijk een voorbehoud gemaakt en steunen Klink. Daarmee heeft deze coalitie geen meerderheid.
Verhagen heeft diverse mogelijkheden dit conflict, dat als een diepe breuk in de aardkorst door het CDA trekt, op te lossen. Hij kan proberen de drie Kamerleden uit de fractie en de Kamer te werken. Dit laatste is van belang, omdat de coalitie anders nog steeds geen meerderheid heeft. Verhagen kan ook proberen het conflict te sussen en de eenheid in de fractie te herstellen. Ogenschijnlijk probeert hij nu allebei. De druk op de Kamerleden is volgens een betrokkene immens. Ook werd gisteren geprobeerd met een bezweringsformule iedereen binnenboord te houden.
Intussen doemt bij de VVD de vraag op of er met dit instabiele CDA wel te regeren valt, naast de constatering dat de PVV met dissident Hero Brinkman ook een potentiële splijtzwam in huis heeft. Beoogd premier Mark Rutte (VVD) mag het zeggen.
Tegenspraak zou Verhagen niet op prijs stellen
De redding van het ogenschijnlijk reddeloze CDA ligt in een coalitie met rechtse partijen. Daar is interim-fractievoorzitter Maxime Verhagen rotsvast van overtuigd. De partij verloor twintig zetels na de ongelukkige coalitie met de PvdA en ChristenUnie. De hoop op wederopstandig is in de ogen van Verhagen dan ook gevestigd op een coalitie met de VVD, met gedoogsteun van de PVV. Deze twee partijen wonnen tezamen 24 zetels en dat zijn de zetels die het CDA zou kunnen terugwinnen. Niet vanuit de oppositie, maar in een coalitie, analoog naar de bekende Engelse uitspraak ’If you can’t beat them, join them’. En, zo realiseren Verhagen c.s zich, de achterban is merendeels behoudend, conservatief.
Het perspectief van een herrijzenis van de partij in een rechtse coalitie is de inzet van Maxime Verhagen in zijn gevecht met de minder behoudende vleugel, die sinds kort een echt gezicht heeft: Ab Klink. Waar de voormalige directeur van het wetenschappelijk instituut mede oog heeft voor de grondwettelijke aspecten van een samenwerking met een partij die grondrechten ter discussie wil stellen, heeft Verhagen de toekomst van de partij in het vizier. Deze keer op de rechtervleugel van de politiek. Daar voelt Verhagen zich het meest thuis.
Informateur Ruud Lubbers memoreert in zijn brieven aan partijbestuur en fractie dat Maxime Verhagen niet bereid was een passage in een regeer/gedoog-akkoord met de VVD en PVV op te nemen dat de laatste de islam mag bestrijden, maar dat VVD en CDA deze godsdienst beschouwen als een religie en de vrijheid van godsdienst zullen respecteren. Verhagen vond deze passage in de beschrijving van Lubbers ’niet opportuun’.
Daarmee lijkt het conflict tussen Verhagen en Klink op een strijd tussen de pragmatici en principiëlen binnen het CDA. Het gaat echter ook om andere zaken. Volgens betrokkenen is de sfeer in de fractie veranderd sinds Verhagen er de scepter zwaait. Tegenspraak wordt niet op prijs gesteld. Verhagen wil doorpakken en zeker geen time-out zoals Lubbers Klink vorige week voorstelde. Twijfels of het kabinet stabiel zal blijken te zijn, het imago in het buitenland en het pakket van achttien miljard aan bezuinigingen, worden weggewuifd. Oud-Kamerlid Jan Schinkelshoek, die dinsdag bekendmaakte niet te zullen terugkeren in de politiek, noemde deze twijfels als motief voor zijn vertrek.
Critici in de fractie laken de wijze waarop prominente partijleden, als Ruud Lubbers, Dries van Agt en Cees Veerman, in de beeldvorming door de fractieleiding werden weggezet als mastodonten die de moderne tijd niet begrijpen. Een generatieconflict zou het zijn. Bij Schinkelshoek werd gefluisterd dat hij makkelijk tot zijn besluit zou zijn gekomen, omdat hij een nieuwe baan had. Die ontkent dat.
Als politicus heeft Verhagen niet een al te beste naam. Omschrijvingen van zijn kwaliteiten betreffen vooral negatieve kwalificaties: geslepen, sluw en altijd uit op de macht. Wouter Bos, de voormalige PvdA-leider, noemde de machinaties van Verhagen als één van de oorzaken van de val van het kabinet. Of die beschuldiging klopt, is de vraag. Een knappe strateeg is hij zeker. Tijdens het tweede kabinet-Balkenende was hij als fractievoorzitter de grote regisseur van de christen-democraten die met D66-leider Boris Dittrich en Jozias van Aartsen (VVD) de koers van het kabinet bepaalde. In het afgelopen jaar mislukte het opzetje om Jan Peter Balkenende naar het voorzitterschap van de Europese Raad in Brussel te promoveren. Verhagen werd toen genoemd als de kandidaat die Balkenende als premier zou gaan opvolgen.
Verhagen zou zeker één van de kandidaten zijn geweest voor het lijsttrekkerschap als Balkenende de Haagse politiek had verlaten. Balkenende deed dat echter niet en zijn impopulariteit onder kiezers was er mede debet aan dat het CDA zo fors verloor.
In de koers van de christen-democraten na dat dramatische verlies waren de strategische kwaliteiten van Verhagen terug te zien. Als leider van een verliezende partij nam hij een afwachtende houding in. Hij wilde aanvankelijk niet praten met de PVV. Zodra de kans zich voordeed, toen de formatie van paars-plus mislukte en het kompas naar rechts wees, kon hij zijn CDA het formatieproces weer in manoeuvreren. Verhagen geldt als één van de bedenkers van het minderheidskabinet met de VVD, dat gedoogd wordt door de PVV. Hij dacht daarmee de bezwaren in zijn partij te kunnen ondervangen. Deze opzet is echter door vriend en vijand doorzien, omdat Wilders bij alle besprekingen zit en zich ook mag bemoeien met de poppetjes.
Om onrust de kop in te drukken was het de tactiek van Verhagen in de afgelopen weken te benadrukken dat eerst het onderhandelingsresultaat moest worden afgewacht alvorens een oordeel te vellen. In die opzet is hij niet geslaagd. Wie terugkijkt op een maand formeren ziet bij het CDA een slagveld. De partij is tot op het bot verdeeld en de formatie is vertraagd. Klink en de dissidente Kamerleden als Ad Koppejan en Kathleen Ferrier voelden zich in de fuik van Verhagen zwemmen waar ontsnappen bijna niet mogelijk was. De druk werd gisteren nog verder opgevoerd door Kamerleden individueel te vragen hoe ze in de kwestie staan. „Het wordt nu snoeihard gespeeld. De druk op de Kamerleden is immens”, aldus een CDA-politicus die onbekend wil blijven.
Verhagen lijkt vooralsnog aan het langste eind te trekken. De meerderheid van de fractie staat achter hem en waarschijnlijk ook een groot deel van de partij. Maar daarmee is de eenheid nog lang niet hersteld. Het doorgaans zo stabiele CDA is verworden tot een onzekere factor voor welke partners dan ook.
Partij-ideoloog van het CDA heeft afkeer van regeltjes
Op basis van jeugdervaringen in de kerk tijdens zijn jeugd heeft Ab Klink een grote afkeer van groepsdwang ontwikkeld. Voor een mogelijk rechts kabinet gaat in de Tweede Kamer elke stem tellen. Voor dissidenten lijkt binnen de fractie geen plaats. Het zijn dan ook barre tijden voor Klink die juist zo’n hekel heeft aan groepsdruk en zich in enkele weken tijd ontwikkeld heeft van trouwe gedegen CDA’er tot dissident.
Klink gold als één van de belangrijkste kandidaten om fractievoorzitter te worden als Maxime Verhagen naar een kabinet overstapt. Niet onlogisch, want als een katholiek als leider van het CDA in het kabinet zit, dan is doorgaans de fractievoorzitter een protestant. En andersom. Klink kan in de partij bogen op een zekere populariteit. Door CDA-leden werd hij een plaats hoger op de kandidatenlijst gezet. Aan die populariteit kan Verhagen zeker niet voorbij gaan. Klink moet zoveel mogelijk binnenboord worden gehouden.
Abraham Klink (51) geldt als partij- ideoloog van het CDA. Voor hij in februari 2007 als minister van volksgezondheid toetreedt tot het vierde kabinet Balkenende is hij directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA. Daar werkte hij ook al in de jaren tachtig en begin jaren negentig als wetenschappelijk medewerker. Net als Jan Peter Balkenende.
In 1992 wordt Klink politiek medewerker van minister Hirsch Ballin van justitie. Na de enorme verkiezingsnederlaag van het CDA in 1994 blijft hij in diverse functies op het ministerie van justitie. Het zijn de jaren van het eerste kabinet-Kok, waarbij het CDA in de oppositie de wonden likt. Wanneer het CDA bij de verkiezingen in 1998 opnieuw een nederlaag lijdt, wordt Klink als directeur teruggehaald naar het wetenschappelijk instituut van het CDA om mee te helpen de christen-democratie ideologisch te moderniseren.
Die rol zit hem als gegoten. De socioloog Klink, afgestudeerd in Rotterdam, is in 1991 gepromoveerd op het onderwerp ’Christen-democratie en overheid’. Hij geeft het begrip ’eigen verantwoordelijkheid’ een centrale plaats in het CDA-gedachtegoed met als logisch uitvloeisel: minder overheid. Die gedachte werkt hij verder uit voor de gezondheidszorg. Klink gaat er prat op medebedenker te zijn van het nieuwe zorgstelsel, zoals ingevoerd door zijn voorganger als minister van volksgezondheid, VVD’er Hoogervorst. Deze maakt in het tweede kabinet Balkenende een begin met marktwerking in de zorg. Wanneer Klink als minister zelf aan de knoppen zit, zet hij die lijn voort.
Klink, aimabel en met gevoel voor humor, stamt uit een hervormd nest. Zijn vader en moeder horen tot de gereformeerde bond, een strenge stroming binnen de hervormde kerk. Zijn ouders drijven een snackbar in Stellendam op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Als zijn vader fysieke problemen krijgt verhuist het gezin naar Middelharnis. Daar gaat hij werken als tussenpersoon in verzekeringen.
Ab Klink heeft een tweelingbroer, Huib, en twee zussen. Na de lagere school doorloopt hij met zijn broer mavo, havo en atheneum. Ze zijn ware ’stapelaars’. Na de middelbare school gaat Huib theologie studeren in Utrecht, Ab blijft in Rotterdam voor een studie sociologie.
In de loop van zijn studie slaat bij Klink, tegenwoordig horend tot de PKN, twijfel toe over het geloof zoals hij dat van huis meekreeg. Hij ontwikkelt een hekel aan van buitenaf opgelegde regels en regeltjes. Geloof moet van binnenuit komen, is zijn overtuiging, anders is het snel een kwestie van schone schijn.
Klink maakt in 2007 een ongelukkige start als minister. In de pers wordt hij weggezet als christelijke moraalridder, omdat hij een streep haalt door een geplande postercampagne (met een half blote dame) voor orgaandonatie, aankondigt versneld een rookverbod in cafés te willen doorvoeren en bekend maakt dat hij in gesprek wil met horecaondernemers en gemeenten over ’happy hours’ in cafés.
Klink vindt dat hem onrecht wordt aangedaan. De overheid mag regels en normen stellen, legt hij uit in een interview, maar bijvoorbeeld in het geval van de happy hours doet hij dat niet omdat hij mensen hun goedkope biertje niet gunt, maar uit zorg voor minderjarigen. En, zegt hij, niet de overheid, maar horecaondernemers moeten er op toezien dat minderjarigen geen alcohol wordt verstrekt.
Klink (gehuwd, drie zonen) uit zijn afkeer van religieuze regeltjesdwang bij zijn afscheid als directeur van het wetenschappelijk instituutt van het CDA. De discussie bij die gelegenheid gaat over de islam. Klink zegt in het debat dat mensen aan de islam motieven ontlenen voor hun handelen. Maar, meent hij, religie op zich is niet het probleem: „Het is buitengewoon belangrijk dat je onderscheid maakt: er is religie gebaseerd op regels en religie gebaseerd op moraliteit.” Dat is volgens hem in de islam niet anders.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.