*

 

Ad Koppejan kiest ook ditmaal voor de lijn van verzet

Van onze verslaggeefster − 02/09/10, 00:00

Twee dissidente CDA-fractieleden moesten zich gisteren verantwoorden tegenover de partijtop: Ad Koppejan en Kathleen Ferrier.

Na de verkiezingsnederlaag van het CDA in 1994 was Ad Koppejan een van de dertigers die zijn partij er weer bovenop wilden helpen. De bijeenkomsten van de groep die zich ’Confrontatie met de toekomst’ noemde, moesten een voorbeeld zijn van hoe de partij diende te werken. „Compromissen zijn taboe”, zei Koppejan daarover. „We kiezen. Wil je als politieke beweging herkenbaar zijn, dan moet je keuzes maken.” Gisteren moest hij zich verantwoorden voor de keuze die hij maakte over de formatie van een kabinet: niet met de PVV, vindt de 47-jarige Koppejan.

Koppejan, oud-voorzitter van het CDJA en sinds 2006 Kamerlid, moest zijn keus dit keer lang stilhouden. Vorig jaar was dat wel anders. Toen maakte de Zeeuw het het kabinet lastig met zijn verzet tegen het onder water zetten van de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen. Die polder moest aan de natuur worden teruggeven, als compensatie voor de uitbaggering van de Westerschelde. Hij kreeg de fractie mee, en zelfs premier Balkenende – ook Zeeuw – dacht na over alternatieven. De Vlamingen waren woedend. Het conflict liep zo hoog op dat de fractie en het kabinet wel moesten inbinden. Koppejan stemde als enige in zijn fractie tegen – sindsdien geldt hij als een Kamerlid dat niet alleen verzet kan mobiliseren, maar ook koppig vasthoudt aan zijn standpunt.

In december kwam Koppejan in het nieuws door zijn pleidooi tegen de mijter van de Amsterdamse Sint, die niet voorzien is van een christelijk kruis, maar van het wapen van de stad. „De komst van nieuwe etnische groepen mag niet betekenen dat de christelijke herkomst van onze cultuur, feesten en gebruiken verloochend wordt”, schreef hij.

mailIcon print |