De brief van Ab Klink aan de CDA-fractie leidde deze week tot een crisis bij de christen-democraten. Hieronder de ingekorte versie.
De afgelopen week heb ik met enige regelmaat laten blijken groeiende aarzelingen bij deze coalitievorming te hebben. Het valt me zwaar te melden dat ik voor mezelf tot de conclusie heb moeten komen dat het geloofwaardig deelnemen aan een op succes gericht vervolg van de onderhandelingen niet tot de mogelijkheden meer behoort.
Een regeerakkoord vormt de basis voor het beleid van elk nieuw kabinet. Zonder afspraken om elkaar over en weer te steunen, is er geen samenhangend beleid. Juist in deze tijd is zo'n samenhangende aanpak van groot belang. We staan voor grote uitdagingen, rond de overheidsfinanciën, maar ook op het gebied van integratie, asiel, migratie, duurzaamheid etc. Daarom is het belangrijk dat een kabinet kan rekenen op draagvlak in de bevolking.
Tegelijk is de kans groot dat er straks telkens sprake zal zijn van een erg smalle parlementaire meerderheid (76 en wellicht 78 zetels). Daar komt bij dat de meerderheid tot stand zou komen met een omstreden politieke beweging. Het draagvlak in onze eigen partij, en zeker ook in de samenleving, zal van meet af aan kwetsbaar zijn. Dat is zorgelijk. Het gedoogakkoord bindt drie partijen in het parlement, maar het beleid moet ook de samenleving binden. Ik vraag me sterk af of dit kan als de PVV het kabinet voortdurend op zijn motieven uitdaagt en tegengestelde doelstellingen propageert.
Dat werd vandaag nog eens duidelijk tijdens de besprekingen over het gedoogakkoord. De bezuinigingen van 18 miljard euro maken daarvan deel uit. Maar Wilders neemt die terecht alleen voor zijn rekening als hij er iets voor terugkrijgt. Een strenger asiel- en integratiebeleid is daarom voor hem essentieel.
Tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat hij er geen geheim van gaat maken dat hij dit gedoogakkoord om heel andere motieven steunt dan de VVD en het CDA. Hij stelde bij de presentatie van het akkoord met een volstrekt en totaal (!) ander verhaal te komen dan de VVD en het CDA. Een samenbindende visie zou niemand hoeven te verwachten.
Waarschijnlijk waren we ons bij de start van het coalitievormingstraject van deze spanningen wel min of meer bewust. Maar tijdens de gesprekken ben ik me meer en meer gaan realiseren dat de sterk verschillende motieven van de partijen onontwarbaar samenkomen in het dagelijks beleid. Neem het inburgeringsbeleid. De VVD en het CDA stellen dat de eisen omhoog moeten om mensen hier meer houvast en perspectief te geven. De PVV daarentegen benadrukt waarschijnlijk dat hierdoor juist minder migranten naar Nederland komen en de islamisering wordt verhinderd. Hoe werkt dat door in de samenleving? Hoe voelt de moslima zich die met haar broodtrommeltje naar de verplichte inburgeringscursus gaat? Ziet zij de school als een instelling die haar helpt, of als een instituut dat ervoor zorgt dat geloofsgenoten indirect worden geweerd?
Hoe ervaart de officier van justitie het als hij vraagt om het denaturaliseren – het ontnemen van het Nederlands staatsburgerschap – van een crimineel met Marokkaanse komaf, zodra het Wetboek van Strafrecht is veranderd door een smalle meerderheid in de Kamer, terwijl één fractie dat deed om de islamisering van de samenleving tegen te gaan? De eenheid van beleid zal permanent in het geding zijn, omdat de motieven van de partijen totaal verschillend zijn.
Voor het CDA geldt daarnaast dat het bij de forse maatregelen die het neemt voortdurend op zijn motieven zal worden uitgedaagd. Stel dat de PVV er bij de asiel- en migratiemaatregelen telkens op wijst dat de islamisering zo een halt wordt toegeroepen. Het CDA zal telkens moeten uitleggen dat het dit anders ziet en ervoor gevochten heeft dat de maatregelen fatsoenlijk blijven. Ondertussen zal men wel samen voor beladen wetsvoorstellen stemmen. Dat levert een voortdurend spanningsveld op ook bij de legitimatie naar achterban en bevolking.
Beleid kan niet èn perspectief aan mensen bieden èn aangrijpingspunt zijn om uit te sluiten. De inzet en uitgangspunten van CDA en PVV zijn te verschillend om verzoend te kunnen worden via een programmatisch regeerakkoord. De dieptelaag van de motieven doet ertoe in de politiek. Daar wordt de legitimatie van het beleid gevonden en moet de overtuigingskracht naar de samenleving worden gerealiseerd. Beleid voeren is meer dan een programma; er spreekt een houding uit. Als motieven onhelder worden, raakt dat de samenleving.
Het bovenstaande brengt mij tot het standpunt dat politieke samenwerking met de PVV voor ons geen begaanbare weg is en zou moeten zijn (voor mij persoonlijk is dat echt een definitieve conclusie.)
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.