CDA-dissidenten zaaien verdeeldheid. De partij moet Verhagen steunen. Getuigen? Het is beter in de modder te durven staan.
Ongetwijfeld ongewild en onbedoeld, maar de dissidente CDA-prominenten roepen de geesten op die zij willen bezweren. Terwijl Mark Rutte en Maxime Verhagen door het maken van afspraken een klemmend beroep doen op het verantwoordelijkheidsbesef van Geert Wilders, polariseren de oude prominenten en zaaien zij verdeeldheid. Zij hebben niets geleerd van de ondergang van de LPF. Het is niet denkbeeldig dat het eens zo robuuste CDA eveneens bezwijkt aan tweedracht.
Dan krijgt Geert Wilders wéér gelijk: de rol van politieke partijen is uitgespeeld. De moderne politicus vindt zijn aanhang via de media, internet, twitter en opiniepeilingen. Of we daarmee blij moeten zijn, is een andere vraag.
Velen hebben hun mening geventileerd, maar weinigen hebben zich serieus verdiept in de ondergang van de LPF. Uitzondering was Wilders. Zijn voornaamste conclusie was dat het oprichten van een partijorganisatie een te groot risico vormt voor een nieuwe beweging.
De LPF is niet ten onder gegaan aan gebrek aan ideeën. Evenmin speelden onervarenheid of gebrek aan kwaliteit een doorslaggevende rol. Het ging bij de jonge LPF om een diepgaand meningsverschil over de rol van de partij en het partijvoorzitterschap. Hetzij uit ongeduld met procedures, hetzij uit de verwachting te worden weggestemd op het partijcongres, werd geprobeerd het gelijk te halen via de media. Roekeloos gedrag dat de ondergang inluidde.
Dit is het eerste symptoom dat ik herkende, toen Veerman c.s. hun open brief in de NRC publiceerde. De keuze voor die krant, exponent van het regentendom, is veelzeggend. De CDA-doelgroep leest vooral Trouw en De Telegraaf.
Het tweede symptoom is dat onbetaalde rekeningen worden vereffend. Als tegen- en voorstanders elkaar vinden in gedeeld ongenoegen over de partijleiding, wordt het probleem onbeheersbaar. Beide groepen gebruiken hetzelfde argument: ’naar ons wordt niet geluisterd’. Dan wordt het lastig de lieve vrede te bewaren. Dat kan alleen door zich aan de feiten te houden. De mens lijdt het meest door wat hij vreest en niet door wat er uiteindelijk gebeurt.
Geen organisatie kan overleven zonder aanvaarding van leiderschap, discipline en loyaliteit. De impliciete motie van wantrouwen aan politiek leider Verhagen is deloyaal en voorbarig. Wacht eerst het regeerakkoord af, zou ik zeggen, dan zien we wat Wilders gaat gedogen.
De nieuwe regering hoeft onbezonnen uitlatingen van de PVV niet te gedogen. Informateur Opstelten heeft het zekere voor het onzekere genomen. Inhoudelijk zijn de onderhandelaars flink opgeschoten.
Door toch meer tijd te nemen voor het proces, wordt vanzelf duidelijk wat Wilders op 11 september in New York gaat zeggen. Ik verwacht dat hij zal verrassen met een ’Churchilliaanse’ toespraak over het belang van de vrijheid van meningsuiting en het afzweren van geweld. Ook in Londen hield hij een goede toespraak, die geen inhoudelijke aandacht kreeg, omdat de persconferentie meer nieuws bood met ondoordachte, electorale retoriek over de Turkse premier Erdogan. Die fout zal Wilders niet opnieuw maken.
Het verzet tegen Wilders is vooralsnog niet gebaseerd op feiten – we kennen in de inhoud van het regeerakkoord niet – maar op antipathie tegen de persoon op grond van uitlatingen, zoals over de fameuze ’kopvoddentaks’.
Als dat een reden is om zijn gedoogsteun af te wijzen, kan het CDA nimmer met GroenLinks of D66 regeren. Halsema noemde de katholieke kerk en orthodoxe christenen de „as van het kwaad”, D66 dient jaarlijks een rituele motie in om de ambassade bij het Vaticaan te sluiten, de paus is een massamoordenaar, beide partijen willen het bijzonder onderwijs opheffen, enzovoorts. Zo heeft iedere ketter zijn letter.
Wat telt is het regeerakkoord, waarvoor Wilders veel zal moeten inleveren. Hij zal dat met vreugde doen, want hij weet dat zijn achterban alles accepteert wat nodig is om ’shariasocialisten’ buiten de regering te houden.
Maxime Verhagen moet de crisis bezweren door dissidente fractieleden te verzoeken hun zetel ter beschikking te stellen. Het CDA kan alleen weer uitgroeien tot een krachtige middenpartij als zij de uitdaging aandurft van een minderheidskabinet. Links ligt voor het CDA geen ruimte. Getuigen is mooi, in de modder durven staan is beter.
In de oppositie kan de partij zich niet profileren. Herstel zoals in 2002 is ondenkbaar, juist omdat het CDA toen wel durfde samen te werken met de LPF. In een middenkabinet claimt de PvdA Financiën, zodat het CDA zijn troefkaart – minister De Jager – niet kan uitspelen. Zonder Verhagen zou Balkenende nooit vier kabinetten hebben kunnen leiden. Het CDA is hem veel verschuldigd. Verliest Verhagen de machtsstrijd, dan is het einde van het CDA in zicht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.