Wandelaars en edelherten gaan niet samen, volgens minister Eurlings van verkeer. Onzin, vindt het Wandelplatform dat via de Raad van State toegang wil tot twee ecoducten.
Stichting Wandelplatform-LAW wil dat twee ecopassages van de A12 worden opengesteld voor wandelaars. Rijkswaterstaat heeft besloten de passages exclusief te bestemmen voor overstekend wild. Het Wandelplatform gaat hiertegen in beroep bij de Raad van State. Het geding dient op 9 november.
Wanneer er geen andere oversteekmogelijkheden in de buurt zijn, zouden wandelaars en fietsers ook gebruik moeten kunnen maken van de ecoducten en faunapassages, vindt het Wandelplatform, ook al zijn die in principe bedoeld voor dieren. „De wandelbehoefte in Nederland neemt enorm toe”, zegt Bernard Heijdeman, woordvoerder van de koepelorganisatie van wandelaars en lange-afstand-wandelpaden (LAW’s). „Natuurlijk is natuurbeheer van belang, maar mensen moeten ook kunnen genieten. Bovendien is het officiële overheidsbeleid om zoveel mogelijk infrastructurele barrières bij auto-, spoor- en vaarwegen op te heffen, ook voor wandelaars en fietsers.”
In haar beroep bij de Raad van State wil het Wandelplatform openstelling bereiken van een onderdoorgang van het Valleikanaal (de Grift) bij Veenendaal, en van ecoduct Rumelaar bij Maarsbergen. Demissionair minister Eurlings van verkeer en waterstaat (V & W) wil ecoduct Rumelaar uitsluitend voor de natuur bestemmen. Als reden voor zijn beslissing voert hij onder andere aan dat wandelaars en edelherten niet goed samen zouden gaan. „Merkwaardig argument”, vindt Bernard Heijdeman van het Wandelplatform, „want het is nauwelijks voorstelbaar dat een edelhert ooit een poot op dit ecoduct zal zetten.”
Dat komt volgens hem door de ligging van de natuurbrug, die het Leersumsche Veld ten zuiden van de A12 verbindt met een klein landgoed aan de noordkant dat volledig ligt ingeklemd tussen intensieve agrarische bedrijven. „Landgoed Ringelpoel behoort niet tot de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en sluit ook niet aan op een Robuuste Ecologische Verbindingszone. Die moet voor edelherten minstens één kilometer breed zijn. Het ecoduct is wel interessant voor dassen, vossen en reeën.”
December vorig jaar nam de Tweede Kamer een motie aan van Lutz Jacobi (PvdA) en Ineke van Gent (GroenLinks) waarin wordt gevraagd nieuwe, nog aan te leggen ecoducten te voorzien van een fiets- en wandelstrook, ’tenzij zwaarwegend en aantoonbaar natuurbelang zich ertegen verzet’. Jacobi en Van Gent onderbouwen hun motie onder andere met onderzoek van Alterra op natuurbrug Zanderij in Crailoo. Dit onderzoeksinstituut, onderdeel van Wageningen UR, kwam tot de conclusie dat het gedrag van de dieren op de natuurbrug in de meeste gevallen niet of nauwelijks afwijkt van hun gedrag in ’het vrije veld’.
Het is dan ook niet de ree of de vos maar het veel schuwere edelhert, dat natuurbeschermingsorganisaties graag als argument aanvoeren tegen het medegebruik van faunapassages door recreanten. Maar het Wandelplatform stelt zich, hierin gesteund door de motie in de Tweede Kamer, op het standpunt dat, zolang er geen nadelige gevolgen zijn aangetoond, ook het edelhert best samen met de mens over het ecoduct kan. Zeker omdat het edelhert vaak ’s nachts passeert, wanneer het ecoduct niet toegankelijk is voor wandelaars.
Buitenlands onderzoek laat zien dat het wel meevalt met de gevoeligheid voor rustverstoring bij edelherten. Zo blijkt uit een Schotse studie naar de effecten van wandelaars op edelherten, dat de dieren gewoon meer afstand houden van de wandelpaden, naarmate er meer wandelaars zijn. Volgens de onderzoekers verstoren de recreanten de rust van de edelherten niet onoverkomelijk, de dieren trekken zich gewoon wat verder terug. Ze raken gewend aan voorspelbaar gedrag van wandelaars. Zolang de wandelaars meer dan honderd meter van ze verwijderd blijven, vertonen de herten geen ander gedrag.
Dergelijk onderzoek is tot nu toe in Nederland niet gedaan, en een Schotse studie kun je natuurlijk niet zomaar vertalen naar, zeg, de Veluwe. Om dat wel te kunnen, is breed onderzoek nodig naar hoe dieren in het algemeen of in het bijzonder, zoals het edelhert, reageren wanneer er ook mensen gebruikmaken van hun oversteekplaatsen. Blijven ze de faunapassages gewoon gebruiken, of gaan ze die juist mijden?
Onderzoeksinstituut Alterra heeft in 2007 een opzet gemaakt voor zo’n onderzoek, op drie ecoducten op de Veluwe –Woeste Hoeve, Terlet en Kootwijk– maar Staatsbosbeheer die het ecologische deel beheert van deze ecoducten, weigerde hiervoor toestemming. De argumenten van Staatsbosbeheer, dat hierin werd gesteund door de provincie Gelderland en Rijkswaterstaat Oost-Nederland, waren dat, als je ecoducten eenmaal openstelt voor publiek, afsluiting niet meer mogelijk is, en dat de ecoducten ontworpen zijn voor wild en dus moeizaam kunnen worden aangepast voor recreatie. Bovendien zijn deze oudere, al bestaande ecoducten vaak te smal om voldoende afstand tussen wandelaars en (op de Veluwe voorkomende) edelherten in acht te kunnen nemen.
Toen er voor dit brede onderzoek geen draagvlak bleek te zijn bij Staatsbosbeheer, gaf het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit (LNV) opdracht tot een afgeslankte versie. Alterra deed hiervoor onderzoek op ecoduct Slabroek, over de A50 bij Eindhoven en –opnieuw– op de natuurbrug Zanderij bij Crailoo.
Dit onderzoek is afgerond, maar nog niet gepubliceerd. Over de conclusies wil Alterra op dit moment nog geen uitspraken doen. Ook de uitvoering van de motie Jacobi/Van Gent hangt met dit rapport samen. De ministers van LNV en V & W willen eerst het Alterra-rapport zien.
Een nadeel van deze studie is, dat juist het edelhert –een van de argumenten van natuurbeschermers om mensen te weren van ecoducten– niet voorkomt bij Crailoo en Slabroek. Lutz Jacobi reageert verbaasd als ze dit hoort. Zij ging ervan uit dat het Alterra-rapport uitsluitsel zou kunnen geven over de eventuele schadelijkheid van wandelaars op ecoducten. Dat het edelhert erin ontbreekt, „wist ik niet. Ik vind het jammer dat het allemaal zo stroperig gaat. In de eerstkomende procedurevergadering zal ik erop aandringen dat het Alterra-rapport snel naar de Kamer komt, zodat we erover kunnen debatteren.”
In een Alterra-rapport uit 2007, eveneens gemaakt in opdracht van de minister van LNV, komt zijdelings wél de relatie tussen mens en edelhert ter sprake, zonder dat daar overigens in de praktijk onderzoek naar is gedaan. In dit rapport onderzoekt Alterra de ’Veterinaire risico’s en mogelijkheden voor recreatief medegebruik van een robuuste verbinding tussen de Oostvaardersplassen en het Horsterwold’.
’Vanuit hun aard’, staat er in het rapport, ’is rust de allesbepalende factor voor de doelsoort edelhert. Edelherten passen hun bioritme en terreingebruik aan op de aanwezigheid van mensen. Het gedrag van mensen is daarbij bepalend. Recreatief medegebruik van ecoducten kan tot gevolg hebben dat de hele zone niet door het edelhert kan worden benut. Tijdelijke openstelling, bijvoorbeeld tussen zonsopkomst en zonsondergang, heeft weer tot gevolg dat edelherten de ecoducten overdag waarschijnlijk niet zullen gebruiken. Bovendien blijft de lucht van de mens ook ’s nachts hangen’ (deze laatste opmerking is een persoonlijke mededeling van een van de schrijvers, red.).
Het Wandelplatform betreurt het dat de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak juist deze, „niet of nauwelijks onderbouwde passage” citeert in een advies aan de Raad van State over ecoduct Rumelaar, „alsof hiermee is aangetoond dat medegebruik van ecoducten door recreanten niet mogelijk is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.