*

 

Wat een scheiding doet met kinderen

Iris Pronk − 23/09/10, 00:00

Cornald Maas interviewde kinderen van gescheiden ouders. Zijn boek verschijnt morgen. „Ik wilde een staalkaart laten zien. Maar elke keer als ik dacht: dit wordt nou eens een vrolijk verhaal, dan kwam er toch weer narigheid boven tafel.”

  • Cornald Maas: Geef je kinderen ruim baan om contact met de ander te hebben. (FOTO MERLIJN DOOMERNIK )

Toen zijn eigen ouders gingen scheiden, was Cornald Maas al lang het huis uit. Jij hebt er dus geen last van, veronderstelde zijn omgeving. Jij hebt afstand tot het strijdtoneel.

Maar dat bleek een misvatting: de scheiding van zijn ouders raakte ook het leven van de volwassen zoon. Maas voelde zich verantwoordelijk voor zijn thuiswonende zusje, wilde bij ruzies bemiddelen, moest zijn tijd met Kerstmis ineens verdelen tussen zijn vader en zijn moeder.

Die breuk blijft actueel, vertelt Maas in een Amsterdams café. Zo is er altijd het besef dat het vroegere ’ouderpaar’ uit twee gescheiden individuen bestaat. Morgen, bij de presentatie van zijn boek ’Uit elkaar’, zijn z’n vader én moeder aanwezig. „Voor het eerst komen ze samen, zonder partner.”

Zijn boek gaat over echtscheiding, of preciezer: over de effecten van echtscheiding op kinderen. Maas voerde daarvoor bijna honderd gesprekken met mensen van 7 tot 96 jaar, over hun levensgeschiedenis, hun verhouding met hun ouders en hun eigen kijk op liefde en relaties. De interviews verschenen eerder als serie in het zaterdagse Volkskrant Magazine.

Zijn gesprekspartners vonden het fijn om over hun gescheiden ouders te praten, merkte Maas: „Velen hadden nog nooit over de implicaties van de scheiding voor hun eigen levens gesproken. Ik denk dat dat een taboe is. De omgeving zegt al gauw: ’Je ouders leven toch nog?’ Of: ’Iederéén heeft toch gescheiden ouders?’ Het is zo'n gemeengoed.”

Maar ook al eindigt één op de drie huwelijken in een scheiding, van de gevolgen daarvan is volgens Maas nog lang niet iedereen doordrongen. „Er wordt lichtvaardig over gedacht.”

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een kwart van de ’scheidingskinderen’ een laag zelfbeeld of sombere gevoelens heeft, of relatief slecht scoort op school. Ook is bekend dat kinderen van gescheiden ouders later, als ze volwassen zijn, veel vaker zelf gaan scheiden.

Met driekwart van de kinderen gaat het – na verloop van tijd – dus goed. Daarom zocht Maas ook naar positieve verhalen, van mensen die met een zekere tevredenheid op de echtscheiding van hun ouders terugkijken. „Ik wilde een staalkaart laten zien. Maar elke keer als ik dacht: dit wordt nou eens een vrolijk verhaal, dan kwam er toch weer narigheid boven tafel. Zonder dat ik dat wilde, ligt de nadruk in het boek op de grimmigheid.”

Die grimmigheid spreekt bijvoorbeeld uit het verhaal van Sjors van der Stelt, een 28-jarige promovendus in de wiskunde. Zijn ouders gingen uit elkaar toen hij vier jaar was, zijn vader zag hij pas eenentwintig jaar later weer. Het was zijn moeder die een wig dreef tussen vader en zoon, zegt Van der Stelt in het boek: „Zij heeft de boel opgeblazen, en dat is een misdaad.” Hij raakte met haar gebrouilleerd.

Het is één van de motieven in Maas’ boek: de verloren ouder. Tegenwoordig raakt 15 procent van de kinderen na een echtscheiding het contact met één van de ouders kwijt; tien jaar geleden was dat nog 25 procent.

Het zijn meestal vaders, maar soms ook moeders die uit beeld verdwijnen, zo blijkt uit ’Uit elkaar’. Zo koos de moeder van de dertigjarige Jasper Deelen, stadspromotor bij Madame Tussauds, voor een fotomodellencarrière in Spanje toen hij drie was. Ze zag haar zoon sindsdien nog maar eens per jaar.

Deelen verwijt haar niks: „Ik snapte haar beweegredenen om carrière te maken, ik ben een jongen die snel vergeeft en geen problemen wil maken.” Maar hij realiseert zich inmiddels wel dat de scheiding ’een psychische klap’ voor hem is geweest, die onder meer ’verlatingsangst’ teweegbracht. „Zelfs als een relatie slecht gaat blijf ik liever bij haar dan dat ik vrijgezel word.”

De liefde is een tweede rode draad in ’Uit elkaar’: alle scheidingskinderen vergelijken hun eigen relatie met die van hun ouders. Ze willen het beter doen, bij hun partner blijven, geen ruzie maken, hun eigen kinderen in harmonie grootbrengen. Als dat niet lukt, is het zelfverwijt groot. „En als ze een gelukkige relatie hebben, dan zijn ze er nog niet van overtuigd dat die ook goed blijft”, zegt Maas.

Al bevat zijn boek dus weinig echt vrolijke verhalen, een staalkaart van ’scheidingseffecten’ biedt het intussen wel. Maas beschrijft de loyale kinderen, die papa en mama even lief vinden en zich geregeld in een emotionele spagaat of ’loyaliteitssplit’ bevinden. Omdat ze geen partij willen kiezen, maar zich daartoe vaak wel gedwongen voelen.

Hij laat ook de kinderen aan het woord met boze stiefmoeders, of juist lieve stiefmoeders die het gemis van de ’echte’ goedmaakten. En kinderen die zorgen voor hun ouders, in plaats van andersom, zoals hotelgastvrouw Diela Vissers (34), die al rond haar vierde ’de steun en toeverlaat’ van haar moeder was. Verschillende geïnterviewden vertellen ook over de ’schande’ van een scheiding, die vroeger misschien groter was dan nu.

Ook Maas ervoer dat de buitenwereld streng over een scheiding kan oordelen. Zijn moeder – die zijn vader verliet – was in de ogen van haar schoonfamilie ’de boosdoener’. „Ik vond dat hoogst onrechtvaardig, in mij als kind kwam alles in opstand, ik ben er meerdere malen fysiek onpasselijk van geworden.”

Nog steeds vindt Maas het contact met een aantal familieleden van zijn vader ingewikkeld: „Laatst was er een begrafenis, en dan merk ik dat ik toch besluit om er niet heen te gaan.”

Welke invloed de echtscheiding van zijn ouders verder op zijn leven heeft gehad, vindt Maas moeilijk te beoordelen. Hij raakt ontroerd door films en boeken waarin mensen er, ondanks de beste bedoelingen, toch niet in slagen elkaar gelukkig te maken. Hij zoekt bij vrienden naar een ’familieverband’: „met z'n allen aan één tafel, ik vind niets fijner dan dat.” Maar of die voorkeuren aan de breuk tussen zijn ouders te wijten zijn? „Dat weet ik niet.”

Aan de gesprekken met andere scheidingskinderen heeft hij wel dit inzicht overgehouden: „Kinderen hebben vooral last van ruzie. Mijn tip aan ouders luidt: Geef je kinderen ruim baan om contact met de ander te hebben. Zeg nooit: Ga je nou alweer naar je vader?”

mailIcon print |