opinie Het begint erop te lijken dat het rechtse minderheidskabinet van VVD met gedoogsteun van de PVV tot stand komt. Een minderheidskabinet is niet per definitie instabiel. Integendeel, het kan zelfs tot meer stabiliteit leiden en zelfs tot een verademing in de politiek. Vraagstukken die in het verleden amper aan bod kwamen, moeten nu door politici en ambtenaren scherp in de gaten worden gehouden omdat er voortdurend sprake is van wisselende meerderheden in de Tweede Kamer.
Doordat het minderheidskabinet afhankelijk is van gedoogsteun staat bijvoorbeeld Europa nu al dominant op de politieke agenda, terwijl dat lange tijd niet het geval was. Zo is het ook in Denemarken gegaan, waar jarenlang ervaringen zijn opgedaan met minderheidskabinetten en Europese ontwikkelingen haarscherp in de gaten worden gehouden. Denemarken bestaat nog steeds.
Wil een minderheidskabinet goed functioneren, dan dienen de spelregels van de consensuspolitiek te worden toegepast: depolitisering, een zakelijke benadering, agree to disagree, topconferenties en een loyale oppositie. Het hanteren van deze spelregels is op dit moment problematisch, omdat de verhoudingen zijn gepolariseerd en Wilders zelf het vuurtje ook nog wel eens wil opstoken – alhoewel hij de laatste tijd toch verdacht rustig is. De informatie laat voortdurend zien dat in de gepolariseerde verhoudingen de spelregels uit het verleden niet meer werken.
De oppositiepartijen – de SP, de PvdA, GroenLinks en D66 – zullen met hun oppositierol worstelen. Op dit moment valt op dat de oppositiepartijen de handen nog nauwelijks ineenslaan. De gemeenschappelijke vijanden Wilders en het kabinet-Rutte vormen nog geen voldoende voorwaarde om aan de linkerkant tot samenwerking te komen. Daarnaast valt op dat de oppositiepartijen amper in staat zijn een strategische agenda te formuleren waarmee het kabinet kan worden bestreden.
Inhoudelijk hebben wij van de oppositie nog weinig vernomen. SP-leider Roemer heeft het wel geprobeerd met een opstel, maar het is hem niet gelukt de oppositiepartijen op een lijn te krijgen. Ten slotte blijkt dat bijvoorbeeld de PvdA overweegt om er met gestrekt been in te gaan. Dat laatste is een buitengewoon riskante strategie omdat de Nederlandse bevolking zo langzamerhand toch de mening is toegedaan dat het land geregeerd moet worden. Bovendien is een polariserende strategie niet ’des Jobs’.
Het lijkt beter alle denkkracht te mobiliseren voor een agenda voor de lange termijn, om problemen op te lossen waar wij mee te maken hebben: de verschuivingen in de internationale machtsverhoudingen, het energievraagstuk, de klimaatverandering, het mobiliteitsprobleem, om slechts enkele voorbeelden te noemen.
De oppositie aan de linkerkant is nu nog verdeeld. De eigen partij en de geschiedenis lijken gesprekken over samenwerking of fusies tegen te houden. De oppositiepartijen zijn op dit moment vooral verbijsterd en verontrust dat er een rechts minderheidskabinet tot stand komt, zonder dat zij daar zelf een sterk inhoudelijk verhaal tegenover zetten. Zij wentelen zich in hun eigen normatieve gelijk en sussen zichzelf in slaap door te veronderstellen dat met Wilders de rechts-extremisten weer onder ons zijn. Door deze gemakzuchtige redenering is er nog geen begin van een visie aan de linkerkant.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.