*

 

Zeeuwse scholen, keten van zonnepanelen

Marten van de Wier − 28/09/10, 00:00

Even met de kinderen het dak op om de school-zonnepanelen te bekijken. Over duurzaamheid moet je niet alleen praten, je moet het ook doen, vinden de ruim honderd scholen van de ’Zeeuwse Zonnefabriek’. Zo komen milieulessen echt dichtbij.

  • Leerlingen van de Sandeschool bekijken de zonnepanelen op het dak van hun school. Links gastdocente Rita de Ligt-van der Zee. (FOTO BART VAN DER MOEREN)

Verbazing alom. Rita de Ligt-van der Zee heeft net op het digitale schoolbord geschreven wat er allemaal van de zon komt. Warmte, licht, zonnebrand: de leerlingen van groep 5/6 van de Sandeschool in Kloosterzande hadden allerlei suggesties. „Er komt veel van de zon”, vat De Ligt samen. „Veel van die energie gaat zomaar weg, maar hier op school niet. Want jullie hebben zonnepanelen”, zegt ze.

De klas van meester Bas Gijsel is er even stil van. „Echt?”, vraagt de negenjarige Lynn de Pooter.

Even later staan de elf leerlingen op het platte dak van de school, waar ze even mogen voelen aan de panelen. „Achter de glasplaatjes zitten allemaal hele fijne lijntjes”, vertelt gastdocente De Ligt, die werkt bij IVN Natuur- en Milieueducatie. „Daar zit het silicium in, kleine kiezels die energie maken.”

Een paar leerlingen zoeken naar de elektriciteitskabels die de stroom de school in brengen. Anderen zwaaien door de koepelramen naar de leraren beneden. Dit uitstapje is sowieso een avontuur, maar belangrijker is dat de les over zonne-energie nu echt dichtbij komt. „Dit vergeten ze nooit”, zegt schooldirecteur Godfried Blaeke, terwijl hij de leerlingen van het dak helpt.

Dat is dan ook het doel van de ’Zeeuwse Zonnefabriek’. De honderdtien basisscholen die meedoen, geven les over het milieu én plaatsen zonnepanelen op het dak. Zo moet duurzame energie echt gaan leven: voor de school, de leerlingen en hun ouders. Voor ieder leerjaar is er een lespakket. De herhaalde aandacht voor duurzame energie maakt leerlingen milieubewuster, is de overtuiging van De Ligt.

De Zeeuwse Zonnefabriek is een virtuele energiecentrale, want de scholen zijn niet echt met kabels aan elkaar gekoppeld. Maar de stroom die de scholen leveren, is niet virtueel. De Ligt laat de klas zien hoeveel de Sandeschool al heeft geproduceerd op een display dat prominent in de aula hangt. Het is ruim 1800 kilowattuur – ongeveer de helft van wat een gemiddeld huishouden jaarlijks verbruikt.

„De panelen leveren nu 18 watt”, leest Marijn Blaeke (9) vanaf een ander venstertje. „Net was het nog 16”, roept een van zijn klasgenoten. „Soms schijnt de zon meer, en soms minder”, legt De Ligt uit.

Zelfs met slecht weer leveren de panelen nog wat energie op, weet Marijns vader, directeur Godfried Blaeke. „Op een ouderavond stonden ouders versteld dat het display een paar watt aangaf. Blijkbaar is een beetje restlicht genoeg”, zegt hij.

De Sandeschool geeft in ieder jaar twee uitgebreide milieulessen, vertelt Blaeke, vaak met een gastdocent. Ook in de rest van het programma komen de panelen soms ter sprake. „Als je een les hebt over watt en kilowatt, is het display in de aula gewoon voorhanden.”

Toch ging het niet om het milieu, toen de school ruim zes jaar geleden zonnepanelen liet installeren. Het initiatief paste bij de extra aandacht die de school aan techniek geeft. „Er is een schreeuwend tekort aan technisch opgeleide werknemers. De maatschappij vraagt dit van ons”, legt Blaeke uit. „Dat zonnepanelen ook goed zijn voor het milieu, is mooi meegenomen.” Bij het techniekprogramma passen ook de apparaatjes op zonne-energie, waarmee leerlingen batterijen kunnen opladen.

De lessen op de Sandeschool zijn echter niet doordrenkt van duurzame energie. Blaeke begrijpt wel dat groep 5/6 niet meer wist waar dat display in de aula voor dient.

Des te levendiger zijn in de klas de herinneringen aan een race met boten op zonne-energie, op een vijver in de buurt. „We maakten er twee, van piepschuim met zonnepaneeltjes”, weet Lynn. „Eentje heette de Vliegende Hollander, de andere de Smartboot, omdat meester Bas in een Smart rijdt.”

Vorig jaar deed de groep een spel over de opwarming van de aarde. „We hebben het ook gehad over hoe lang je doucht”, zegt Lynn. „Dat mag maar vier minuutjes”, weet Pieter Verras. Hij vindt het goed dat de school zelf stroom opwekt. „Dat is beter voor de natuur”, zegt hij. „Minder CO2-uitstoot”, vult Marijn aan.

„Weten jullie nog meer schone energie?”, vraagt De Ligt tijdens de les. Achter in de klas begint meester Bas blazend een windmolen te imiteren, maar de hint wordt niet opgepakt.

„Uhm, ik weet het niet zeker”, begint Marijn voorzichtig. „Het broeikaseffect?”

mailIcon print |