*

 

Kroongetuige kent maar weinig zekerheden

Hélène Butijn en Adri Vermaat − 08/06/07, 00:00

Peter La S. zou als huurmoordenaar eind 2005 de Amsterdamse vastgoedhandelaar Kees Houtman hebben geliquideerd. Behalve verdachte is hij kroongetuige in het onderzoek naar liquidaties.

Het NOS-journaal onthulde onlangs dat Peter La S. behalve huurmoordenaar ook politie-informant zou zijn geweest. Hij meldde zich in 2006, tamelijk berooid, bij de politie in Amsterdam en legde, in ruil voor strafvermindering, meerdere verklaringen af over een aantal geruchtmakende moorden in de Nederlandse onderwereld.

De vermoedelijke wraakactie van La S. tegen een of meerdere van zijn opdrachtgevers leidde in april tot de aanhouding van twee mannen. Zij zouden, evenals La S., betrokken zijn geweest bij de moord op Houtman en die op caféhouder Thomas van der Bijl, april 2006. Uit het dossier zou blijken dat La S. als informant voor de politie werkte op het moment dat de moorden werden gepleegd.

Aan de overeenkomst tussen de kroongetuige en justitie heeft de rechter onlangs zijn goedkeuring verleend. Een deal als deze is wettelijk toegestaan, maar ligt vooral politiek al jaren gevoelig. GroenLinks vroeg meteen na het bekend worden van de overeenkomst een spoeddebat aan met de ministers Hirsch Ballin van justitie en Ter Horst van binnenlandse zaken. Maar ook andere fracties willen opheldering.

De deal van justitie met de criminele getuige La S. heeft de discussie over de omgang met kroongetuigen na een betrekkelijke periode van rust geactiveerd. Zeker nu de kans bestaat dat deze kroongetuige ook de naam van Willem Holleeder noemt, of dat mogelijk zelfs al heeft gedaan. Holleeder zou verantwoordelijk zijn voor een (groot) aantal liquidaties, vermoedt justitie, en de verklaringen van La S. zouden in belangrijke mate kunnen bijdragen aan het bewijs tegen hem.

Aangenomen dat zijn verklaringen in de strafprocessen als waarheid worden beschouwd, kan La S., voor de delicten die hem worden toegedicht, hopen op een halvering van zijn straf. Onmiskenbaar zwak punt bij dergelijke deals is dat het Openbaar Ministerie de kroongetuige op dat punt geen enkele garantie kan geven. De rechter immers kan in alle soorten en maten afwijken van de strafeis zodat de kroongetuige zich bij een zwaardere straf bedrogen zal voelen.

Hoogleraar strafrecht Peter Tak van de Radboud Universiteit in Nijmegen ziet dit bezwaar al langer. „Justitie vraagt de kroongetuige het achterste van zijn tong te laten zien”, zegt hij. „Ze vraagt een prestatie, maar daar staat weinig tegenover. Een rechter kan zeggen ’Dat doe ik niet’ waar het de eis van de officier betreft. Dat lijkt dan het probleem van het Openbaar Ministerie. Maar in werkelijkheid ligt het probleem bij de rechter. Kan de crimineel de rechter vertrouwen? Nee dus, hij moet afwachten. Typisch polderen. Zo van ’Het komt wel goed, maar pin me er niet op vast als het niet goed komt’.”

Dat moet wettelijk beter, meent Tak. Kroongetuigen moeten een hardere garantie krijgen dat ze strafvermindering krijgen in ruil voor hun verklaringen. Pas dan wordt het echt aantrekkelijk om maatjes te verraden.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />