*

 

Leer kinderen later een goede ouder te zijn

Jan C.M. Willems onderzoeker kinderrechten en menselijke ontwikkeling Universiteit Maastricht, oud-hoogleraar Rechten van het Kind Vrije Universiteit Amsterdam − 17/11/09, 00:00

Kinderrechten zijn in Nederland slecht geregeld. Niet één politicus toont hier leiderschap.

  • (Werry Crone, Trouw)

Nederland staat op zijn kop als er een kind dood gaat door de griep. Dat is ook vreselijk, zeker als dat te voorkomen was geweest. Elke week gaat er in Nederland een kind dood door mishandeling of verwaarlozing. Geen natuurramp. Geen dodelijk virus. Menselijke onkunde en onmacht. En dat is zeker te voorkomen.

Al zijn incidenten nooit uit te sluiten, structurele preventie is mogelijk. Door tijdige educatie en ondersteuning die daarop aansluit. En in zeer ernstige situaties door al prenataal zorg te regelen. We weten dat al zeker vijftien jaar en we doen nog steeds niets. Hooguit wat meer van hetzelfde oude recept.

Het kan en moet anders. Een puppy, dan een puppycursus. Een baby, dan weten hoe een baby veilig gehecht raakt. Hoe met huilen om te gaan en hoe een peuter grenzen te stellen zonder slaan en schelden. Eén kinderleven gered – elke week. Voor elk gedood kind zijn er tweeduizend die mishandeling of verwaarlozing overleven. Honderdduizend per jaar.

Eén op de tien kinderen loopt in de jeugd ernstige vermijdbare schade op. Met vaak levenslange emotionele, sociale en gezondheidsproblemen als gevolg. Schooluitval. Criminaliteit. Relatieproblemen. Depressies. Echtscheidingen. Geweld. Weer een generatie met opvoedingsproblemen.

Deze week vieren we twintig jaar kinderrechten. Op 20 november 1989 namen de Verenigde Naties het Verdrag inzake de Rechten van het Kind aan, waar zich inmiddels praktisch alle landen bij hebben aangesloten. Maken kinderrechten de staat tot opvoeder? Nee, natuurlijk niet. Net zo min als kinderrechten de staat tot dokter maken of tot schoolmeester. Maar wel leggen kinderrechten de staat allerlei verplichtingen op die de gezonde ontwikkeling van kinderen moeten bevorderen. Die verplichtingen raken uiteraard direct aan opvoeding en ouderschap.

Wat zijn die verplichtingen? Waarover gaan ze? Uitgangspunt is dat alle kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Eén op de twintig ouders in Nederland slaat of schudt zijn of haar huilende baby. Daar is dus iets grondig mis met de verplichtingen van de staat om onkunde en onmacht bij ouders te voorkomen door de juiste educatie en ondersteuning. Eén op de drie baby’s en peuters is niet veilig gehecht. Een wereld is hier te winnen. De Verenigde Naties en de Raad van Europa dringen erop aan het slaan en vernederen van kinderen wettelijk te verbieden.

Kinderrechten betekenen dat kinderen burgers zijn in een democratie. En dat zij in die democratie ook ouders kunnen worden. Daarom moet net zoals in Engeland door de regering is voorgesteld, ouderschapseducatie onderdeel gaan worden van burgerschapsvorming op school. De school dient kinderen ook voor te bereiden op de ouderrol, de belangrijkste taak in het leven van de meeste volwassenen.

In Nederland zien we op dit punt echter evenveel politiek inzicht en initiatief als ten aanzien van opvoedingseducatie voor volwassenen met een kinderwens. Namelijk nul komma nul. Niet één politicus of politica die leiderschap toont. Politici die wel spreken van een kenniseconomie maar niet zorgen dat essentiële kennis wordt overgedragen aan jongeren en aanstaande opvoeders, hebben noch van kinderrechten noch van economie kaas gegeten.

Een kenniseconomie en een gezonde democratie beginnen bij de veilige gehechtheid van baby’s. Negentig procent van de hersenomvang komt tot stand in de eerste levensjaren. Lang voor we naar school gaan, is de basis gelegd voor onze persoonlijkheid, veerkracht en gezondheid.

mailIcon print |