*

 

PvdA verliest 181 wethoudersposten

Maaike van Houten − 30/04/10, 00:00

De lokale partijen leveren in nieuwe gemeentebesturen veruit de meeste wethouders. Zij hebben die koppositie overgenomen van de PvdA, die nu is gedegradeerd naar de vierde plaats. Het CDA blijft de op een na grootste, de VVD staat op drie.

Deze rangorde maakt Binnenlands Bestuur, het blad voor gemeentebestuurders, in het nummer dat morgen verschijnt. De cijfers zijn een tussenstand: ze zijn gebaseerd op de formatie van negentig procent van de colleges. In de resterende tien procent is het college nog niet rond.

De PvdA verloor bij de raadsverkiezingen op 3 maart meer dan 600 zetels. Niettemin vierde de partijtop het verlies als een overwinning; er was nog erger voorspeld. Bij plaatselijke afdelingen was de teleurstelling groot. In veel gemeenten waren de sociaal-democraten niet langer de grootste. Zij moesten het initiatief bij de onderhandelingen over nieuwe colleges veelal overlaten aan een ander. Vaak waren dat lokale partijen; in Almere werd de PVV de grootste en had zij aanvankelijk de leiding.

Het aantal wethouders voor de PvdA is in deze periode bijna gehalveerd: van 375 naar 194. Dat komt doordat de PvdA vanwege een geringer aantal raadszetels minder wethouders mag leveren dan de vorige keer.

In Amsterdam verloor de PvdA zoveel dat ze niet langer recht heeft op vier, maar op drie wethouders. GroenLinks en VVD hebben er in de hoofdstad beide twee. Daarmee telt het Amsterdamse college één wethouder meer dan het vorige.

Binnenlands Bestuur meldt dat in de vijftig grootste gemeenten ondanks bezuinigingen, meer colleges worden uitgebreid dan gekrompen. Ook de deeltijd-wethouder maakt zijn entree, net als de wethouder die hetzelfde doet voor minder geld, al levert dat laatste in Arnhem problemen op. In een aantal gemeenten komt de PvdA helemaal niet meer terug in het college. In Dordrecht bijvoorbeeld won de lokale partij Beter voor Dordt glansrijk de verkiezingen. Die partij gaat nu door met CDA en VVD.

Gisteren werd bekend dat ook Amersfoort een college krijgt zonder PvdA. De Burger Partij Amersfoort vormt daar een coalitie met VVD, D66, GroenLinks en CDA. In Arnhem gaat de PvdA ook oppositievoeren, tegen een college van D66, GroenLinks, SP en VVD.

De lokale problemen zijn overal verschillend, maar andere partijen geven in veel gemeenten aan dat zij opgelucht zijn dat de vanzelfsprekendheid van de PvdA-macht in de gemeenten nu is doorbroken.

Het CDA was reeds op de verkiezingsavond in mineurstemming over het behaalde slechte resultaat. Deze partij beriep zich er ooit op dat zij de grootste lokale partij was. Die kwalificatie moest zij in de vorige periode al aan de PvdA laten. Nu hebben de lokale partijen het CDA ingehaald.

De christen-democraten blijven de tweede partij in gemeenten, maar van de 326 wethouders moeten zij er 88 inleveren.

Dat betekent niet altijd dat het CDA zijn machtsbasis verliest. In het oosten bijvoorbeeld is het het CDA in veel gemeenten wel gelukt weer in het college te komen, al moesten de christen-democraten het initiatief daar ook vaak overlaten aan de lokalen of aan de VVD.

In de grote steden is het CDA als vanouds slecht vertegenwoordigd. In Amsterdam en Utrecht zitten er geen christen-democraten in het college, in Rotterdam levert het CDA één wethouder, in Den Haag hoogstwaarschijnlijk ook één.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />