CDA-leider Balkenende heeft de confrontatie met zijn partijachterban met verve doorstaan. Desondanks is zijn positie minder stevig dan die lang is geweest.
De discussie, maandagavond in het partijbestuur, was ’volwassen’ geweest volgens partijvoorzitter Peter van Heeswijk. Voor CDA-begrippen is het er met andere woorden fel aan toe`gegaan. Partijleider en demissionair premier Jan Peter Balkenende heeft maandagavond spitsroeden moeten lopen.
Meteen na de kabinetscrisis trachtte de CDA-top de PvdA in de publieke opinie neer te zetten als de brekers en de weglopers. De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen is een eerste indicatie dat die strategie niet het gewenste effect heeft gehad. Zelfs niet bij de eigen achterban. Maandagavond kreeg de partijtop, inclusief Balkenende, de vraag vanuit de provinciale afdelingen of die kabinetscrisis echt niet voorkomen had kunnen worden en of men zich in Den Haag wel realiseerde dat het landelijke beleid de campagne op lokaal niveau zwaar bemoeilijkte.
Al weken voor er zelfs maar sprake was van een dreigende kabinetscrisis regende het klachten vanuit de afdelingen over de overheersing van de campagne door landelijke politici. De bestuurdersvereniging, waarin de CDA-wethouders en -burgemeesters zich hebben verenigd (ooit de ruggegraat van het CDA genoemd), waarschuwde het partijbestuur voor de gevolgen van de nadruk op de landelijke politiek.
Balkenende moest zich daarvoor bij de partij maandagavond verantwoorden. De partijleider had echter één zekerheid. Enkele uren na de kabinetsbreuk wees het dagelijks bestuur van het CDA Balkenende aan als de gedroomde lijsttrekker voor 9 juni.
Het uitgebreide partijbestuur kon maandagavond niet om dat feit heen. Tegen het dagelijks bestuur ingaan zou de partij amper drie maanden voor de Kamerverkiezingen in een heilloze strijd om de macht hebben gestort. Een voor de hand liggende opvolger is er immers niet. Geen enkele CDA’er met enige invloed heeft de afgelopen dagen serieus gedacht aan de vervanging van de man, die het CDA in drie opeenvolgende verkiezingen de grootste partij maakte.
Het prestige van Balkenende in zijn eigen partij is kennelijk nog groot genoeg om het zich te kunnen veroorloven openlijk te verklaren alleen als premier verder te willen. Het partijbestuur, met enkele op dit punt zeer kritische leden, floot de partijleider maandag op dit punt niet terug. Na de vergadering kwam Balkenende in ieder geval niet terug van die voor de radiomicrofoon geopenbaarde ambitie. Hij had het weliswaar over nieuwe afweegmomenten na de verkiezingen, maar anderen in het CDA hadden graag gezien dat hij vierkant afstand zou hebben gedaan van zijn eerdere uitspraken.
Toch staat de deur naar de uitgang van de landelijke politiek voor Balkenende nadrukkelijk meer open dan ooit. Hij deed die deur eigenhandig open met zijn uitspraak en de kritiek op de politiek leider is daarna in het CDA openlijker dan ooit. In vergelijking met de kandidatenlijst van drie jaar geleden zal het dit keer daarom veel interessanter worden wie er eind april tweede zal staan op de lijst. Drie jaar geleden was dat Maxime Verhagen, maar dat kon toen niet worden uitgelegd als de plaats van de kroonprins. De nummer twee van de nieuwe lijst moet welhaast de troonopvolger zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.