*

 

Geen krant voor bange mensen

Frits van Exter − 30/12/05, 21:12

Op 8 januari 1906 werd Bruins Slot (een voornaam was niet nodig en op vermelding van alle vijf initialen stelde hij ook geen prijs) geboren. Hij was in 1943 een van de oprichters van het illegale Trouw en tot februari 1971 de eerste naoorlogse hoofdredacteur, een functie die hij enige jaren combineerde met het voorzitterschap van de fractie van de ARP in de Tweede Kamer. Hij overleed ruim een jaar na zijn afscheid als hoofdredacteur.

De herinnering aan hem kan op de redactie van vandaag niet heel levendig zijn. Onvermijdelijk maar ook wel jammer, omdat de krant van vandaag niet los kan staan van zijn krant.

Een lezer stuurde mij naar aanleiding van Bruins Slots honderdste geboortedag een verhaal waarin hij zich een ontmoeting voorstelde tussen de geest van Bruins Slot en mijzelf. Het was wat vreemd om te lezen. Geesten kunnen op zich al angstaanjagend zijn, maar voor een nietige opvolger kan van een ontmoeting met deze geest een nog grotere dreiging uitgaan.

De schrijver voelde dat goed aan. Het werd geen gezellig gesprek over tabloid, multimediale uitdagingen, oplage, het nieuwe tekstsysteem, functioneringsgesprekken, het laatste lezersonderzoek of wie het met wie had aangelegd op de redactie. Het was ook geen dialoog, maar eerder een kruisverhoor waarin Bruins Slot kortaf de vorderingen van zijn krant in andermans handen inventariseerde. Hij eindigde in een krachtige monoloog waarin hij mij zijn marsorders gaf. Het kwam erop neer dat de krant zich veel krachtiger moest verweren tegenover al degenen, in het bijzonder de moslims, die het christelijk geloof bedreigen. Het moest een geharnaste evangelische missie zijn.

Zou het zo gegaan kunnen zijn? Bruins Slot is vele malen beschreven als de man die sterk gedreven werd door zijn innerlijke overtuigingen en daar ook de uiterste consequenties van droeg (dat daar ook veel vertwijfeling aan te pas kwam werd slechts door echte intimi gezien). Als jonge burgemeester weigerde hij het gezag van de bezetter te aanvaarden en werd hij een prominent verzetsman. Na de oorlog bleef hij een radicale antirevolutionair: tegen de Nieuw-Guinea-politiek, tegen apartheid, tegen de Amerikanen in Vietnam, tegen dogma’s, tegen enige zweem van totalitair denken en tegen nog veel meer.

Hoe zijn redactie of zijn lezers erover dachten, liet hem vast niet onverschillig, maar betekende in ieder geval niet dat hij zich door hen liet leiden. Zij hoefden het ook niet met hem eens te zijn.

In die zin is de schets van de lezer misschien herkenbaar, maar ik betwijfel of de inhoud van de boodschap klopt. Bij zijn afscheid zei Bruins Slot: ,,Mijn idee is dat we een moderne krant moeten maken, die een verkoopbaar product is en die acceptabel is voor mensen die niet de voorkeur geven aan een boulevard-blad of een partijgebonden krant. Het christelijke moet er niet te dik bovenop liggen: wij proberen het te beschrijven in de zin van: het evangelie is zo gek nog niet.” Collega Jaap de Berg merkte bij zijn overlijden daarover op: ,,Zo’n zinswending kan alleen hij zich permitteren, die van de betekenis van het evangelie diep is doordrongen.”

In hoeverre zijn opvolgers daar ook van doordrongen waren, het blijft een treffende leidraad. Ook uitgevers van vandaag zouden er overigens geen moeite mee hebben. Zijn woorden verhouden zich niet goed met een angstige kruisvaardersmentaliteit, die toch een beetje besloten ligt in de schets van de lezer. Naar zijn overtuiging moesten de lezers over alles geïnformeerd willen worden en ,,niet voorgepreveld willen krijgen, wat ze ervan moeten vinden”. Hij wilde een ’open krant met een zo alzijdig mogelijke voorlichting’. Wat hij gezegd zou hebben over de tegenstellingen van deze tijd, weet ik niet. Maar Bruins Slot wilde in ieder geval geen krant voor bange mensen.

Dat is zeker iets om aan te herinneren. Een prettige jaarwisseling.

mailIcon print |