*

 

Theo van Gogh

door Arjan Visser − 15/08/05, 12:10

Theo van Gogh (Wassenaar, 1957) is cineast, columnist en programmamaker. Hij regisseerde onder andere de films Een dag naar het strand, Terug naar Oegstgeest, Vals Licht, 06 en Blind Date. Zijn tv-programma Een Prettig Gesprek werd veelal met gejuich ontvangen. Zijn meest recente optreden in Hoe hoort het nu eigenlijk? - een duo-presentatie met Menno Buch - vond onder critici minder bijval.

1 Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,De familie Van Gogh heeft ooit 18 miljoen gekregen voor driehonderd schilderijen en zeshonderd tekeningen die samen inmiddels vijf tot zes miljard waard zijn. Ze hebben zich met een fooi laten afschepen. En toch zie ik dat als een rechtvaardigheid van de Grote Scenarioschrijver want als je, zoals ik, gelooft dat iedereen gelijke kansen moet krijgen om zich in dit leven te kunnen ontplooien, zou het wel heel oneerlijk zijn geweest als ik met een miljard gulden de wereld was ingestuurd. Maar ik heb ook wel eens gedacht: wat had ik niet met dat geld kunnen doen! Films maken, kranten uitgeven, noem maar op. Geld geeft vrijheid. In dat opzicht vind ik de jaren negentig eerlijker dan de jaren zestig omdat nu tenminste wordt erkend dat geld het hoogste goed is in een mensenleven. Ik stel er een eer in zoveel mogelijk geld te verdienen. Als ik al een god dien, moet hij Mammon heten.''

,,Het enige geloof dat ik van huis uit heb meegekregen is een grote vrees voor totalitaire ideologieën. Bovendien werd ik door mijn ouders vlijtig gewezen op al de dwalingen die uit het geloof voortkwamen. Toch heeft die ene God, zo rond mijn zesde, even bestaan. Ik was verliefd op de juffrouw van de eerste klas. Zij geloofde in God. Dus ik kwam thuis en zei: God bestaat wel! Mijn ouders zeiden: Als jij vindt dat God bestaat, dan bestaat God. Een halfjaar later ben ik van mijn geloof gevallen omdat ik bedacht dat Jezus misschien wel over het water gelopen kon hebben, maar dat het toch vreemd bleef dat hij daar geen natte voeten aan overhield. Begrijp je? Niet dat ik erg mijn best doe om God te ontkennen; als je je verkrampt blijft vasthouden aan de gedachte dat God niet bestaat, geloof je er in feite ook in. Blijkbaar is religie een menselijke uitvinding die goed werkt. Toch ben ik een nihilist en ik verwacht het ook te blijven. Ik hoop wel dat ik in mijn eentje sterf, omdat het mij heel beschamend lijkt als ik mij, in mijn laatste vijf minuten angstig geworden, alsnog op God zou gaan beroepen. Die afgang wil ik niet meemaken.''

2 Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Ik ben van ongelovigen huize, een product van mildheid, mededogen en verlichting, en heb dus nooit de behoefte gehad om mijn heil bij een afgod, een goeroe of ander groot licht te zoeken. Misschien ben ik wel een dweper, maar ik dweep eerder met de nederlaag dan met de overwinning. Ik vind Janmaat sympathieker dan Rosenmöller, om maar eens wat te noemen. Ik word liever voor vullis uitgemaakt, dan op handen gedragen vanwege mijn 'menselijke' vraaggesprekken. Mijn kind, mijn vrienden en vriendinnen weten genoegzaam wie ik ben - dat is het enige wat telt. De rest is onzin. Je gaat jezelf voor de buitenwereld toch niet etaleren als iemand die ook nog een 'zachte' kant heeft? Ik heb nooit ergens bij willen horen. Ik zou me zorgen moeten maken als ik in brede kring geaccepteerd werd. Dat zou betekenen dat mijn meningen niet zo heel veel waard zijn. Het is niet mijn behoefte om invloed uit te oefenen of belangrijk te zijn. Ik wil gewoon kunnen zeggen wat ik vind. Tot mijn schande heb ik moeten ondervinden dat je veel dingen niet kunt zeggen in Nederland, terwijl iedereen voortdurend hoog opgeeft over de tolerante samenleving die wij heten te zijn. Nou, ik heb meer vertrouwen in mijn eigen onfatsoen dan in de betamelijke uitspraken van Sylvain Ephimenco - die de vader van het vermoorde meisje uit Kollum met Le Pen vergelijkt -, Frits Abrahams, de racistische beroepsneger Stephan Sanders en nog wat van die voorgangers uit de politiek-correcte gemeente.''

3 Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Als ik Gerard Reve lees, kan ik ontroerd raken door zijn devotie voor de Heilige Moeder, dus ik zeg niet dat iedere gelovige een domoor is, maar ik zie te veel domme mensen die zich beroepen op God. Die vorm van gelovigheid kan mij niet belachelijk genoeg gemaakt worden.''

4 Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Op zondag ga ik met mijn zoon naar de film of naar de speeltuin, maar als je het in uren omrekent, werk ik zeven dagen per week. Ik ben een workaholic. Rust is verloren tijd; ook in mijn ontspanning schuilt een zeker fanatisme. Ik doe alles hevig: werken, drinken, snuiven en liefhebben.''

5 Eer uw vader en uw moeder

,,Mijn opa was Amsterdammer, een boekhouder in de Pijp. In de oorlog hielp hij onderduikers, bracht joodse kinderen weg, hield wapens verborgen in huis. Heel onverstandig allemaal, temeer omdat aan de overkant van de straat Poppesnor, een berucht NSB-inspecteur van politie, woonde.''

,,Mijn moeder was vier toen de oorlog uitbrak. Ze heeft als klein kind bonnen rond gebracht. Toen ik al een jaar of twintig was, heeft mijn moeder mij verteld dat ze een keer een executie heeft moeten bijwonen. En ze heeft gezien hoe haar vader - en later ook haar moeder - werden opgehaald. Mijn oma werd verhoord door Willy Lages. Dat is vermoedelijk geen aangenaam onderhoud geweest; weinig slaap, veel slaag en dreigementen. Ze hebben haar laten gaan omdat ze zwanger was, werd mij verteld. Zou het waar zijn?''

,,Theo, een broer van mijn vader, heeft zijn deelname aan het verzet met de dood moeten bekopen. Hij ligt op de ere-begraafplaats van Overveen. Ik herinner mij hoe mijn vader op zijn lippen stond te bijten en hoe er uitgerekend in de twee minuten stilte een straaljager overkwam. Wij hadden nooit bloemen bij ons, want mijn vader vond het maar een naar idee dat ze zouden verwelken.''

,,Enfin, wat wil je nou horen? Het begint nu al te rieken naar het plaatsvervangende heldendom van de kakelende Tweede Generatie waartegen ik altijd heb gefulmineerd. Ik ken maar één man die zich niet op een beschamende wijze over het oorlogsverleden van zijn familie heeft gebogen en dat is Theodor Holman die 'Hoe ik mijn moeder vermoordde', een prachtig boek, heeft geschreven. De rest is kitsch, afkomstig van drollenbakken zoals Leon de Winter die de meest potsierlijke boeken op zijn naam heeft staan. Waarom zou ik allerlei deftige uitspraken over mijn ouders doen? Ze zijn, zoals de meeste mensen van hun generatie, door de oorlog gevormd. Ze hadden een gecompliceerd huwelijk vol onwaarschijnlijke ruzies en heftige verzoeningen. Er werd ook wel gelachen bij ons thuis, maar een zekere mate van verbaal geweld was mijn ouders zeker niet vreemd. Ik denk dat mijn moeder een permanent verdriet aan de oorlog heeft overgehouden; een scherf in haar ziel die er nooit meer is uitgegaan. Ik heb er wel eens over gedacht een film aan haar te wijden, met Olga Zuiderhoek in de hoofdrol. Maar ik heb het niet gedaan, want ach . . . ik was bang dat ik er zelf verdrietig van zou worden en de toeschouwer zou vervelen. Ik stop mijn moeder in al mijn films, want - en dat zeg ik in alle onbescheidenheid - ik ben een van de weinigen in Nederland die een vrouw kunnen regisseren. Ik hou van vrouwen want ik hou van mijn moeder. Ik durf nu wel toe te geven dat mijn gevoel voor paranoia misschien te maken heeft met de paniek die zij als klein meisje moest onderdrukken. Ik ben nooit volwassen geworden, in die zin dat ik het moeilijk vind om mij aan iemand te . . . zeg, kunnen we nu eindelijk weer eens over iets anders praten?''

6 Gij zult niet doodslaan

,,Dit zal wel vreemd klinken uit mijn mond, maar ik ben een vredelievend type. Ik hou niet van fysiek geweld. Verbaal of geestelijk geweld? Ja, dat is iets anders. Als ik het gevoel krijg genaaid te worden, kan ik behoorlijk agressief worden. Heere Heeresma zei ooit: Men kan over mij lopen, maar niet hele marsen. Daar kan ik mij wel in vinden. Ik wil hier niet al te zeer op ingaan, maar ooit schreef ik een column over Leon de Winter die voor Sonja Barend aanleiding bleek te zijn tot het doen van aangifte wegens antisemitisme. Negenenhalf jaar heb ik me bij de rechter moeten verantwoorden om uiteindelijk nog te worden vrijgesproken ook. Maar het heeft wel in de krant gestaan, op de voorpagina: 'Cineast Theo van Gogh beschuldigd van antisemitisme', terwijl mijn vrijspraak ergens linksonder op pagina 7 werd vermeld. Ik vond het niet leuk om voor antisemiet te worden uitgemaakt. Toen het in de krant stond, moest ik denken aan de mensen die ik als jongetje op de 4-meiherdenking was tegengekomen, aan mijn familie, mijn ouders. Ik vond dat mijn vader en moeder dit, gezien de opvoeding die ze mij hadden gegeven, niet verdienden. Maar ik vond vooral dat ik die hetze zélf niet had verdiend. Het stond in geen enkele verhouding met het stukje dat ik ooit had geschreven. Bovendien werd het Sonja Barend, Leon de Winter en die hele miespoge wel erg makkelijk gemaakt: er waren weinig mensen die mij verdedigden en het openbaar ministerie kende een wel zeer overdreven behoefte om uitgerekend tegen mij te scoren. Ik had de boete van vijfhonderd gulden die werd geëist natuurlijk zo kunnen betalen, maar er is ook nog zoiets als eer. Je laat je toch niet als antisemiet wegzetten? Waar het in wezen over ging - en het is jammer dat dit in de wakkere hoofden van de Nederlandse intelligentsia nooit is doorgedrongen - was vrijheid van meningsuiting. Dat was de inzet van de hele zaak, maar het werd een persoonlijke vendetta van mevrouw Barend en meneer De Winter. Ze wilden het mij onmogelijk maken om mijn werk te doen. Terugnaaien lijkt mij dan een zeer gelegitimeerde vorm van zelfverdediging. Dus toen Evelien Gans een boek schreef waarin ze mij vergeleek met de schrijver Céline, die verantwoordelijk is voor menig antisemitisch pamflet, sprak ik in een column de hoop uit dat in de vochtige dromen die mevrouw Gans over dokter Mengele heeft ook een klein rolletje voor mij is weggelegd. Zoiets.''

,,Wat nou: afschuwelijke opmerking? Het is een sick joke; de enige manier waarop de holocaust zich laat vatten. Bovendien: wat mij wordt aangedaan is toch ook niet kies? Nee, ik ben niet wraaklustig, dat klinkt mij te hartstochtelijk. Het is eerder zoiets als een klikje in mijn hoofd: je wilt mij pakken? dan pak ik jou dubbel terug. Dat is alles. En zo af en toe - als een sigaret die je uitdrukt in de asbak - laat ik weten dat ik er nog ben; dat ze mij niet kapot hebben gekregen."

7 Gij zult niet echtbreken

,,Deze zomer ben ik door een dame ten huwelijk gevraagd. Ik heb daar heel spontaan ja op gezegd want ik vond het een buitengewoon leuke vrouw op wie ik ook ernstig verliefd was. Maar gaandeweg - ik zal je niet met de details vermoeien - kwam ik er achter dat binding niet mijn sterkste kant is en heb die hele bruiloft afgeblazen. De 'huwelijkse trouw' is niet aan mij besteed en afgezien daarvan: ik verveel me snel. Ik ben een solitair persoon. Ik heb geleerd mensen te vrezen. Ik wil niet geraakt worden op privé-terrein. Ik wil delen als ik ook iets heb gegeven, maar ik wil liever niet iets geschonken krijgen omdat ik dan niet meer kan bepalen tot hoever ik kan gaan. Ik kan het al de dames, die ik min of meer tot waanzin heb gedreven, nauwelijks verwijten - misschien is het maar beter om op je tweeënveertigste te zeggen: ik ben niet geschikt voor relaties. Zo is het en niet anders. Ik wil niet samenwonen, ik wil eigenlijk helemaal niks. Ik wil rustig in mijn eentje zijn, mijn kind opvoeden en mijn werk doen.''

8 Gij zult niet stelen

,,Ik geloof niet dat ik als kind ooit iets heb gestolen - ik was Braafmans zelve. Misschien was ik ook wel bang voor de afgang. Ik zie zo de rijke Wassenaarse dames weer voor me die, met een miljoen op de bank, een winkel binnenstapten om een lipstick te jatten - en dan betrapt werden. Dan sta je toch voor gek? Dan kun je maar beter betrapt worden tijdens een grote schilderijenkraak. Die zou ik graag eens zetten, maar ik weet hoe onhandig ik ben. Zodra ik binnenstap, zal de bewakingscamera op mij inzoemen en het alarm gaan loeien. Ik heb ooit met Thom Hoffman, toen wij als jongmaatjes nog met elkaar omgingen, een overval gepland op een uitzendbureau in de buurt van het Spui. Ik kan mij het terechte afgrijzen op het gezicht van Hoffman nog voor de geest halen toen ik hem ons vluchtplan ontvouwde wat er, onder andere, uit bestond dat wij met een pontje het IJ zouden oversteken. Nee, ik heb bewondering voor grote diefstal - waar geen geweld aan te pas komt - maar ik ben er zelf helaas niet geschikt voor. Dat komt doordat ik, in wezen, te verlegen ben.''

9 Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

,,Je kunt niet bestaan als je altijd eerlijk bent. Eerlijkheid is een wreed instrument om mensen pijn mee te doen. En alles wat je moet proberen in je dagelijkse omgang met anderen is elkaar géén pijn te doen. Ik zeg niet dat het mij altijd lukt - dat zou wel heel hovaardig zijn - maar ik probeer zo wel om te gaan met de mensen van wie ik houd. Dus heb ik wel eens tegen een vrouw gezegd: 'Jij bent het mooiste wat mij is overkomen', terwijl ik aan een ander dacht. Vreemdgaan in gedachten, daar is niets mis mee.''

,,Je moet, volgens mij, vooral proberen niet tegen jezelf te liegen, maar dat is heel erg moeilijk. Het zijn altijd morele keuzes die je maakt waarvan je achteraf denkt: heb ik het wel goed gedaan? Of: was het toch niet een beetje ijdelheid dat mij parten speelde? Motieven van mensen zijn moeilijk te ontrafelen; ze hebben zelden alleen met rationele afwegingen te maken. Dat maakt het leven fascinerend, ingewikkeld maar ook beangstigend. Ik voel mij senang - laat dit in godsnaam een vrolijk artikel worden - maar ons bestaan is in wezen een nachtmerrie-achtige aangelegenheid omdat je er maar zelden achter komt wat iemand werkelijk beweegt.''

10 Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Ik heb vele vrouwen begeerd en daar waren ook vrouwen van vrienden bij, maar ik heb mij in dat opzicht als een waarachtig, humanistisch christenmens gedragen. Ik vind niet dat je met de vrouw van een vriend naar bed mag. Dat hoort niet bij mijn moraal. Ik vind vrouwen de leukste wezens ter wereld. Om ze te ontmoeten, om hun fantasie uit te lepelen en erachter te komen wat hen bezighoudt. Ik ben wel eens jaloers op vrouwen. Ik was graag als vrouw geboren. Om kinderen te kunnen dragen en te baren. Om makkelijker te kunnen huilen. Ik ben een intuïtief denkend mens en was dus in een vrouwenlichaam beter op mijn plaats geweest. Ach ja, zo blijft er altijd wat te klagen. Ik ben erg ontevreden over mezelf, maar dat vind ik ook een daad van beschaving. Wie is er nou tevreden over zichzelf? Maar ik ga wel vooruit; mijn leven wordt er steeds beter op. Ik ben minder paniekerig dan vroeger, de wereld kan mij niet zoveel verrassingen meer bereiden. Ik ken nog wel zwarte dagen, maar die hebben ook een louterende werking. Het is net als met de alcohol: ik kan mij helemaal ongans drinken, maar ben de volgende dag toch buitengewoon monter. Ik ben verslaafd aan de kater. Het stoort mensen wel eens dat ik altijd opgewekt ben. Ze zien je liever somber uit het raam staren, maar ik heb daar geen enkele reden toe. Ik ben gelukkig - altijd al geweest - en ik word ook elke dag wijzer. Ik heb leren inzien dat ik totaal belachelijk ben. Dat inzicht is de hoogste vorm van wijsheid.''

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />