*

 

Spiegelneuronen van autisten schieten tekort

Edo Sturm − 04/12/05, 23:33

De zenuwcellen waarmee we de gevoelens van anderen begrijpen, blijken bij autistische kinderen niet goed te werken. Daardoor zien ze de emoties op andermans gezicht wel, maar voelen ze de lading erachter niet goed aan.

Dat vermoeden bestond al, erkennen Amerikaanse neurologen in een online publicatie van Nature neuroscience, maar hard bewijs ontbrak. Dat presenteren ze nu aan de hand van een experiment, waarbij autistische en niet-autistische kinderen naar vrolijke, kwade, angstige en droevige gezichten keken en de uitdrukkingen moesten nadoen. Dat lukt autisten ook, maar hersenscans lieten zien dat de zenuwcellen waarmee we emoties van anderen doorgronden bij deze kinderen zwegen.

Het betreft de zogenaamde spiegelneuronen. Die naam komt van de Italianen Vittorio Gallese en Giacomo Rizzolatti. Zij bestudeerden bij apen een hersenkwab die de planning en uitvoering van bewegingen regisseert en ontdekten iets vreemds. Als de apen een pinda pakten, lichtten hun bewegingsneuronen op: logisch. Maar sommige van die zenuwcellen vuurden ook, als Gallese zelf een pinda oppakte, alsof de apen die pakbeweging in hun hoofd imiteerden zonder zelf een poot uit te steken.

Later bleken de apen over tal van spiegelneuronen te beschikken, waarmee ze allerlei gedrag van anderen in hun hoofd na-apen, zonder het werkelijk uit te voeren. Mensen maken er niet minder gebruik van: we imiteren, begrijpen daardoor anderen, en leven zo mee. Dat gaat op de automatische piloot, zoals voetbalfans dat wel kennen van thuis op de bank, als ze dwangmatig mee zitten te spelen.

Het spiegelsysteem stelt ons in staat om letterlijk in de huid van anderen te kruipen, het wordt beschouwd als de cerebrale basis van onze empathie. Dat invoelen lijkt bij autistische kinderen te haperen, en daarom werd vermoed dat de spiegelneuronen bij hen niet of niet goed werken. Autisten zouden het moeten doen met een ’gebroken spiegel’.

De nieuwe studie bevestigt dat. Autistische en andere kinderen kregen tachtig gezichten voorgeschoteld, met een kwade, angstige, vrolijke, droevige of neutrale blik. Ze moesten er gewoon naar kijken en in tweede instantie de uitdrukking na-apen. Beiden groepen hadden daar buiten de scanner weinig moeite mee.

In de scanner viel iets op: bij de autisten en niet-autisten waren dezelfde visuele en motorische gebieden actief om de gezichten te bekijken en naderhand te imiteren. Maar de spiegelneuronen van de autistische kinderen reageerden niet of nauwelijks, die van de andere kinderen volop.

Het lijkt erop dat de autistische kinderen de gezichtsuitdrukkingen prima kunnen onderscheiden en na- apen, maar dat de gevoelslading ervan niet tot hen doordringt. De hersenscans verrieden dat er geen echte emotie aan hun imitaties kleeft. En juist de autisten bij wie de spiegelneuronen nog wel enigszins oplichtten, bleken buiten het laboratorium het verst te komen in hun sociale vaardigheden.

mailIcon print |