Nieuwe topopleidingen voor goede studenten komen van de grond. Om topmaster te worden, moet je door een selectie zien te komen, soms wordt ook een hoog collegegeld gevraagd. ’De deken van gelijkheid die onze samenleving bedekt, moet weg.’
Vijfduizend euro voor een studiejaar, maar dan heb je ook wat. De eerste lichting studenten is begonnen aan het experiment met topmasters.
„Voor ons is dit een beroemdheid. Geweldig om van hém college te krijgen”, zegt Tila Pronk, studente aan de masteropleiding sociale psychologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze doelt op dr. Kipling Williams, hoogleraar aan de Amerikaanse Purdue University en een man met een grote reputatie op zijn vakgebied. De VU heeft hem naar Nederland gehaald om een week lang college te geven aan haar masterstudenten sociale psychologie.
Voor een deel van de week heeft Williams zelf een tweede gast uitgenodigd, dr. John Nezlek, hoogleraar aan het eveneens Amerikaanse College of William & Mary. En dus zitten de vijftien masterstudenten zelfs met twee professoren om de tafel. De studenten -ongeveer de helft Nederlanders en verder afkomstig uit onder meer Polen, Roemenië en Colombia- houden om beurten een presentatie over een hoofdstuk uit een boek over sociale uitsluiting.
Williams en Nezlek geven commentaar en stellen vragen. De studenten zelf haken in met vragen en opmerkingen. Anders dan je op gewone colleges nog wel eens ziet houdt hier vrijwel niemand zich afzijdig.
„Het voegt echt iets toe om van zulke mensen college te krijgen”, zegt student Hans IJzerman na afloop. „Je hoort uit de eerste hand over onderzoek, soms nog voor erover gepubliceerd is. Dat is stimulerend.”
De VU wil met haar master sociale psychologie het beste van het beste bieden. Niet alleen haalt ze daarom toppers naar Nederland voor de colleges, ook biedt ze haar studenten onder meer intensieve studiebegeleiding en een eigen lab.
Dat kost uiteraard veel geld. Daarom heeft de VU besloten voor deze opleiding een hoger collegegeld te vragen.
De eerste lichting van vijftien studenten, die in 2004 van start ging, had geluk: toen verbood de wet zo’n hoger collegegeld nog. Maar de dertien studenten die in september jongstleden aan de studie zijn begonnen, moesten er wel aan geloven. Zij betaalden vijfduizend euro, meer dan drie keer zoveel als het gewone collegegeld.
„Als ik die vijfduizend euro had moeten betalen, had ik een andere studie gekozen”, zegt Tila Pronk, die tot de eerste lichting behoort. Maar anderen laten zich niet afschrikken en hebben het geld zonder mankeren betaald. „Ik wilde deze studie gewoon heel graag. En ik had het geld van tevoren al gespaard”, zegt Lennert Jongh.
„Als ik weer eens een overzicht van mijn studieschuld krijg, grijpt het me wel bij de keel”, zegt Iris Schneider. Maar ze heeft het ervoor over. „Ik ben een goede student, ik wil het beste wat er te krijgen is. Van andere masteropleidingen verwachtte ik weinig verdieping. Die krijg ik nu wel. Je komt hier niet weg met slap geouwehoer.
En ik zit tenminste niet meer tussen allemaal ongemotiveerde pipo’s.”
Sociale psychologie aan de VU is een van de ongeveer zeshonderd masteropleidingen die de Nederlandse universiteiten sinds september aanbieden. Die masteropleidingen zijn een gevolg van de invoering van het bachelor-masterstelsel in het hoger onderwijs. Daarin volgen studenten eerst een bacheloropleiding van drie jaar en daarna een masteropleiding van één of twee jaar.
Bij het leeuwendeel van de universitaire opleidingen is dat stelsel in 2002 ingevoerd. Drie jaar later -afgelopen zomer dus- zijn de eerste bachelorstudenten afgestudeerd en nu moesten er dus ook masterstudies komen.
Maar de ene masteropleiding is de andere niet. Het kabinet vond het hoog tijd om ’de gelijkheidsdeken, die nu nog grote delen van onze kennissamenleving bedekt, eens flink op te schudden’, zoals toenmalig staatssecretaris Nijs van onderwijs twee jaar geleden schreef. Er moesten, naast gewone masteropleidingen, ook ’topmaster’-opleidingen komen die de beste studenten uit binnen- en buitenland aantrekken. Die topmasteropleidingen moesten dan wel de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen, vond Nijs.
Daarom kwam er een experiment: voor opleidingen met aantoonbare meerwaarde mochten universiteiten en hogescholen hogere collegegelden heffen en hun studenten strenger selecteren.
Een speciale commissie heeft acht masteropleidingen met meerwaarde aangewezen. Sociale psychologie aan de VU is de enige daarvan die ook van de geboden vrijheid gebruik maakt door inderdaad een hoog collegegeld te vragen. Daarnaast zijn er zeven opleidingen - vier in Groningen en drie in Maastricht- die experimenteren met selectie van studenten: niet iedere student mag deze opleidingen volgen.
Volgens de wet mogen universiteiten hun masterstudenten selecteren op de kennis en vaardigheden die ze tijdens de bachelorstudie hebben opgedaan. Maar de zeven opleidingen vinden dat niet genoeg; zij willen bijvoorbeeld ook selecteren op motivatie of op vaardigheden die studenten buiten hun bachelor hebben opgedaan. Dankzij Nijs’ experiment mogen zij dat nu.
De meeste experimenterende opleidingen zitten nog in de opbouwfase. Ze mikken meestal op tien tot twintig studenten per jaar, liefst deels uit het buitenland; maar vaak halen ze dat aantal nog niet. „De werving moet nog op gang komen”, zegt Marijke van Hoof, beleidsmedewerker van de drie Maastrichtse rechtenopleidingen die meedoen aan het experiment. „Het gaat om veeleisende opleidingen, waarvoor we hooggemotiveerde studenten zoeken. We zijn nog bezig met het ontwikkelen van nieuwe toetsingsmethoden. Maar alleen al het feit dat we apart selecteren, komt de kwaliteit ten goede, denken wij. Studenten die aan zichzelf twijfelen of niet echt gemotiveerd zijn, zullen zich niet snel aanmelden.”
Vier Groningse bèta-masteropleidingen selecteren vooral studenten die na hun masterdiploma naadloos door kunnen met promotieonderzoek. De selectie voor die vier opleidingen heeft dan ook veel weg van een heuse sollicitatie, waarin kandidaten niet alleen doorgezaagd worden over hun onderzoeksvaardigheden, maar als dat zo uitkomt ook over hun karakter. „Deze masteropleidingen moeten op hun vakgebied tot de topvijf van Europa gaan behoren”, zegt de Groningse beleidsmedewerker George Mulder.
Maar onderscheiden de acht experimenterende topopleidingen zich daadwerkelijk van de vijfhonderdzoveel andere masters-opleidingen, zijn zij echt ’topmasters’? Op die vraag durft niemand volmondig ’ja’ te zeggen.
Sowieso heeft het etiket ’topmaster’-opleiding geen enkele officiële status. De Rijksuniversiteit Groningen afficheert zelfs nog twaalf andere masteropleidingen als ’top’.
„Maar eigenlijk is het raar jezelf zo te noemen”, erkent Mulder. „Of je topmaster bent, moet in de praktijk blijken.”
Daar komt bij dat ook de andere universiteiten pretenderen topmaster-opleidingen te bieden -alleen denken zij daarvoor geen hogere collegegelden of extra selectie nodig te hebben.
Wat de nieuwe topopleidingen nog ontberen, zijn beurzen voor goede studenten om de dure opleiding te betalen. „Die vijfduizend euro die wij vragen, zou in Amerika een schijntje zijn”, zegt coördinator Wilco van Dijk van sociale psychologie aan de VU. „Aan studenten van buiten Europa vragen we zelfs 12500 euro, en ook dat is niet uitzonderlijk; universiteiten in het buitenland vragen zulke bedragen ook. Alleen, die kunnen hun studenten vaak een scala aan beurzen bieden.
In Nederland is dat anders. De meeste universiteiten hebben geen geld voor eigen beurzenprogramma’s. En de diverse overheidsbeurzen gelden vaak maar voor een paar maanden of zijn bestemd voor studenten uit slechts een klein aantal landen. Dat gaat veranderen, heeft staatssecretaris Rutte aangekondigd.
Maar dat gebeurt pas volgend jaar en het bedrag dat er met overheidsbeurzen gemoeid is, gaat niet omhoog. Vooralsnog blijft het behelpen.
„Onze studenten kunnen via een baantje als student-assistent wat bijverdienen”, zegt Van Dijk. „Maar als Nederland mee wil in de internationale slag om de beste studenten, moeten we voor een beter beurzenstelsel zorgen.”
De komst van bachelors, masters en topmasters
In het hoger onderwijs worden studenten sinds drie jaar eerst opgeleid tot bachelor. Daarna kunnen zij verder studeren om master te worden. Intussen zijn er ruim zeshonderd van zulke masters-opleidingen. Voor de beste studenten zijn topmasters-opleidingen gecreëerd. Maar die naam is niet beschermd. Of elke topmasters-opleiding de naam waard is, moet nog blijken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.