*

 

Keizer / De neuroloog suggereert ten onrechte dat er een stap is gezet die mensen redt uit hun ellende.

door Bert Keizer − 11/08/06, 20:12

In deze krant stond afgelopen maandag een bericht over elektronica en het brein. Er stond een foto bij waarop het slachtoffer van een hoge dwarslaesie, Matthew Nagle, met een grijs blokje op zijn hoofd naar een computerscherm kijkt waarop hij het pijltje kan laten bewegen door te denken dat hij zijn hand beweegt.

Hoe krijg je zoiets voor elkaar? Het werkt zo, denk ik. De neuroloog vraagt aan Nagle: „Probeer je hand naar links te bewegen.” Via een beeldvormende techniek spoort hij op in welk deel van Nagle’s brein op dat moment neuronen actief zijn. Vervolgens plaatst hij een draadje tussen dat plukje neuronen, waarmee deze activiteit wordt geregistreerd. Dit signaal wordt dan omgezet in een signaal dat de beweging van het pijltje op het scherm naar links bewerkstelligt.

Het is bij dit alles essentieel dat de identificatie van het hersendeel waaraan de neuroloog een signaal wil ontlenen alleen mogelijk is met behulp van de hersenbezitter. Komen we op terug.

Berichten over mogelijke vorderingen in geneeskunde zijn vrijwel altijd lichtelijk ontremd van toon. Medici grossieren in Hoop, een product waarvoor de klant desnoods achteruit door een riool kruipt als hij hoort dat er mogelijk nog iets voorradig is. Zo ook in dit artikel, waarin collega Michel van Putten, neuroloog in het Medisch Spectrum Twente in Enschede, zich geheel binnen deze onfortuinlijke traditie beweegt.

Hij spreekt van ’neuroprotheses’ die een grootse toekomst tegemoet gaan, niet alleen bij patiĆ«nten maar ook bij gezonde mensen die iets extra’s willen. Zo zou je over vijftig jaar een chip kunnen kopen en laten implanteren waar een Franse woordenlijst op staat. „Dat scheelt een hoop stampwerk”, schrijft Sander Becker. Op dit punt van het artikel lijkt Van Putten zelf ook terug te schrikken voor de ondoordachtheid van de beweringen die nu de rand van het onzinnige beginnen te naderen.

Neemt niet weg dat de neuroloog beweert: „Een van onze medische doelen is om verlamde patiĆ«nten weer op eigen kracht te laten bewegen.” Hij zegt dit omdat hij weet dat er in Nederland duizenden zijn die daarop hopen en hij suggereert (ten onrechte) dat er een stap is gezet die deze mensen gaat redden uit hun ellende.

De stompzinnige eenvoud waarbinnen Van Putten meent dit thema te kunnen bespreken laat zich het best illustreren aan de hand van een vergelijking. Stel, uw buurman zegt dat hij naar de maan kan reizen. U vraagt hem hoe hij dat gaat doen. Nou, hij heeft een vuurpijl overgehouden van oudjaar, daar heeft hij een luciferdoosje aan vastgemaakt waarin een spinnetje-astronautje zit. Hij steekt de pijl in een fles, houdt er zijn aansteker onder, richt goed op de maan, ’Dat mikken is essentieel, begrijp je’, en ssssssssshhhhhhttttt!, daar gaat-ie. Buurman legt uit dat enkele dimensies nog moeten worden aangepast en dan heb je een raket en een astronaut. Hij voegt eraan toe: „Want in principe is het almaar rechtdoor, snap je?” We snappen het.

Nu Van Putten over de dwarslaesie die ’slechts’ het gevolg is van een blokkade in de zenuwverbindingen. „Kun je de elektrische signalen aftappen en ’lezen’ dan moet je er in principe weer een spier of prothese mee kunnen aansturen om zo de verlamming te omzeilen.”

In principe is het almaar rechtdoor. Het probleem is dat we ongeveer weten hoe fraai en met welk een ongehoorde subtiliteit ons zenuwstelsel aan de touwtjes trekt die wij spieren noemen met als gevolg dat dat rare ding, ons skelet, kan zitten, lopen, springen en zelfs dansen, maar dat er vooralsnog geen zicht is op de mogelijkheid om deze programmatuur te verchippen. Er komt namelijk te veel informatie bij kijken: uit het oog, het evenwichtsorgaan, de gevoelszenuwen in de huid, en uit sensoren binnen alle spieren van het lichaam ten opzichte waarvan deze ene spier moet gaan samentrekken of ontspannen. Wie denkt dat hij deze signalen (maar welke precies?) kan aftappen en doorzenden, alsof het om het doorschakelen van een telefoongesprek gaat, die weet net zoveel van neuroanatomie als de vuurpijlbuurman van ruimtereizen.

Van Putten schrikt vervolgens niet terug voor de ultieme uitdaging in neuroanatomie, de vraag of je uit hersenactiviteit gedachten en dromen zou kunnen aflezen. We hebben het over hersenactiviteit die niet (onmiddellijk?) in beweging, oftewel gedrag, wordt omgezet. Activiteiten als denken, voelen, dromen, herinneren, vrezen. Hier is het onmogelijk om bij neuronale activiteit een conclusie te trekken over de bijkomende beleving, tenzij de ’bewoner’ van het brein ons inlicht over wat hij meemaakt.

Van Putten heeft geen last van deze uiterst fascinerende omstandigheid en stelt desgevraagd dat hij het aflezen van gedachten en dromen haalbaar acht „zij het pas op zeer lange termijn”. Prachtige toevoeging, die lange termijn, waarmee nog eens extra het gratuite van al dit getetter wordt benadrukt.

Laat ik hieraan toevoegen dat ik het in principe mogelijk acht dat we binnen 273 jaar in staat zullen zijn om de poolkappen op en af te zetten als een keppeltje. In principe een kwestie van petje op, petje af.

mailIcon print |