Al binnen vijf jaar, in 2010, moet de helft van de Nederlandse jongeren studeren aan universiteit of hogeschool.
Deze ambitieuze plannen heeft Nederland vastgelegd in zijn plannen voor het hoger onderwijs. Het werd hiertoe aangespoord door de Europese Raad, die in 2000 overeenkwam dat Europa in 2010 tot de meest competitieve economie van de wereld moet zijn uitgegroeid.
Een haalbaar streven? De Onderwijsraad denkt van wel, ook al heeft nu nog maar 28 procent van de jongere beroepsbevolking een diploma voor het hoger onderwijs op zak.
De raad doet daartoe verscheidene voorstellen, zoals meer mogelijkheden voor leerlingen om verschillende opleidingen na elkaar te volgen. Dit zogeheten ’stapelen’ (bijvoorbeeld mavo-havo-vwo) was uit, maar moet weer in ere worden hersteld.
Ook zittenblijven moet in de toekomst weer ’mogen’, adviseert de Onderwijsraad. Want waarom snapt niemand meer dat zittenblijven voor sommige kinderen juist kansen creëert om later op een hoger niveau te kunnen doorleren?
Bijna belangrijker nog is het advies dat niet alleen jongeren, maar ook werknemers hoger onderwijs moeten gaan volgen – het ’levenslange leren’.
Universiteiten en hogescholen zullen daarop moeten inspelen: bij- en nascholen kan, het hele leven lang. Sommigen pleiten er dan ook voor het begrip ’hoger onderwijs’ breder te definiëren. Waarom heet niet iedereen die ouder dan 18 is en nog onderwijs volgt ’student’, net als in het buitenland?
Jozef Kok, lector aan de Fontys Hogescholen, verwacht veel van dit levenslange leren. „In de verre toekomst is het ondenkbaar dat je slechts een stuk van je leven leert en daarna toepast. Het wordt steeds belangrijker om je voortdurend aan nieuwe situaties te kunnen aanpassen. Het onderwijs als institutie verdwijnt: leren gebeurt anywhere, anyway, anytime.”
Gelukkig, constateert Kok, groeit daarbij het besef dat ieder eigen talenten heeft. „Ieder mens heeft een eigen profiel, dat vraagt om maatwerk bij het leren leren. In het oude bestel konden we ons nog uitval permitteren, maar nu hebben we ieder snippertje talent nodig.”
Dit vraagt ook veel van de jonge en oude leerling zelf, voegt hij toe. „De verantwoordelijkheid om te leren ligt niet meer bij de school. „De lerende wordt een soort makelaar van zichzelf, ieder heeft een eigen verantwoordelijkheid voor wat hij wel en niet gaat doen.”
Paul Jungbluth, kamerlid en voormalig onderwijsonderzoeker, denkt in dezelfde richting. Of die doelstelling in 2010 nou gehaald wordt of niet, op de langere termijn zal iedereen zich tot ver na zijn twintigste blijven ontwikkelen. „Elke volwassene krijgt voortdurend herkansingen. Voor bedrijven en organisaties ben je, als kind en werknemer, belangrijk. Werkgevers zullen altijd pogingen blijven doen om in jóu te investeren.”
Rond het jaar 2050 zijn deze herkansingen op veel manieren mogelijk, verwacht Jungbluth. De hogescholen en universiteiten zijn dan immers ’gedigitaliseerd’. „Je hoeft je dan niet meer voor Harvard in te schrijven, omdat Harvard voor iedereen beschikbaar is.”
Het kamerlid voorspelt ook dat er van een Nederlands onderwijssysteem geen sprake meer is.
„Ons bestel zal niet langer meer langs nationale lijnen zijn georganiseerd. Het onderwijs wordt Europees, westers.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.