*

 

Van Doorn / Zoek de verschillen en noem dat integratie

J. A. A. van Doorn − 06/10/06, 20:37

Wat ik vorige week aankondigde, is inmiddels werkelijkheid: de Turkse gemeenschap in Nederland komt in verzet tegen de koers van PvdA en CDA inzake de Armeense kwestie.

Een van de sleutelfiguren is Talip Demirhan (63) die acht jaar lang lid is geweest van het hoofdbestuur van het CDA. In de Volkskrant van donderdag noemt hij het ’krankjorum’ dat zijn partij en de PvdA drie politici van Turkse origine om die reden van de kandidatenlijsten hebben verwijderd.

Demirhan: ’Ons wordt dus gevraagd of onze overgrootvader een massamoordenaar is geweest. Als hij dat zou zijn geweest, mag hij van mij de hel in, maar waarom moet ik daarover verantwoording afleggen aan tante Truus en ome Jan? Omdat het aan hun normen en waarden voldoet? Dan zeg ik: sodemieter op met je normen en waarden.’

Wat een opluchting, zo’n houding te mogen aantreffen. Eindelijk eens een ’allochtoon’ die niet vanuit een half-gebukte houding informeert of de kaaskoppen in zijn omgeving wel tevreden over hem zijn, maar iemand die de Hollandse bemoeiallerij krachtig de strot uitkomt en dat onomwonden laat weten ook. En hij staat niet alleen: het rommelt duchtig in de Turkse gemeenschap en het woord verkiezingsboycot is al gevallen.

Op slag is duidelijk hoe ongelooflijk met name de PvdA aan het blunderen is geweest: bij de recente gemeenteraadsverkiezingen de favoriet van het allochtone volksdeel, nu in gevaar te worden geboycot. En dat niet omdat er ergens een stommiteit is uitgehaald, maar omdat men eenvoudig niet blijkt te begrijpen welke kwestie wél en welke niét in de politiek thuishoort. Men snapt niet wat politiek is.

Politiek is geen waarheidsvinding, geen rechtspraak, geen moraaltheologie. Het is iets heel plats: de uitoefening van macht ten dienste van leefbare verhoudingen in een maatschappij vol tegenstellingen en conflicten. Om deze te beheersen is realisme nodig, alleen maar realisme.

Het serieus ter discussie stellen van een volstrekt getaboeïseerd thema als een oude massamoord is daarom al dom genoeg, maar bovendien te gaan bekvechten over de correcte definitie van die moord, met strafsancties voor wie een eigen mening heeft, is een onbegrijpelijke blunder. Taboes moeten slijten. Ermee gaan stoeien, bevestigt ze.

De Armeense affaire is vooral zo pijnlijk omdat ze een herhaling op ander terrein is van wat zich in de afgelopen jaren met betrekking tot de Nederlandse moslimminderheid heeft ontwikkeld. Ook daar een bevolkingsgroep met een sterk getaboeïseerd wereldbeeld, in dit geval overwegend religieus gefundeerd. Ook daar de kolossale uitdaging aan de politiek hoe de emancipatie van deze nieuwkomers het best is te bevorderen, steeds gezien als een samenwerkingsproject dat zich over generaties zal moeten gaan uitstrekken. Het vraagt van politici moed en subtiliteit: ze voeren een eierdans uit. Helaas hebben tal van politici precies het tegengestelde ondernomen. Ze zijn op zoek gegaan naar wat ons van moslims scheidt, niet weinig geholpen door luidruchtige publicisten die nu de kans kregen hun afkeer van vreemdelingen in een respectabel jasje te steken. Alles kwam onder vuur: van het weigeren een hand te geven of het hoofd ongedekt te laten tot het aanbidden van een vreemde god, het vereren van een vreemde profeet of het als gospel aanvaarden van een vreemde heilige tekst.

Terwijl de multiculti’s in hun naïviteit dat alles prachtig en boeiend hadden gevonden, kwalificeerden de critici datzelfde als walgelijk, achterlijk, niet-Verlicht, onmodern, inhumaan, ondemocratisch en bij tijden als pervers. Honderden Nederlanders stortten zich op de Koran, op zoek naar een citaatje waarmee men kon scoren. Hoe kwetsender de commentaren, des te beter: Mohammed als pedofiel of roverhoofdman – en daarbij precies de houding die nu de Turken ontmoeten: ’erken’ dat je ongelijk hebt, zie in dat alles waarin je gelooft, van nul en generlei waarde is. En de Nederlandse politieke leiders, met hun normen en waarden en hun respectdiarree lieten het erbij.

Dit alles is anti-politiek. Het is het moedwillig aanscherpen en desnoods bedenken van onoplosbare controversen, alles onder het mom dat de vrijheid van meningsuiting erom vraagt. Dat de integratie er enorm door wordt gehinderd is voor deze onverantwoordelijke commentatoren geen enkel punt: het versterkt juist hun stelling dat moslims een onmogelijk slag mensen zijn waarmee niets is te beginnen. Zij zijn niet eens bereid hun heiligste overtuiging ter discussie te stellen.

Wie dit ellendige gedoe, dat maar geen einde wil nemen, van nabij volgt, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat de inderdaad moeizame integratie van veel buitenlanders voor een aanzienlijk deel is te wijten aan de vastberaden weigerachtigheid van veel autochtonen die integratie ook maar een meter verder te brengen. Het besef betrokken te zijn in een fenomenaal historisch proces dat over onze toekomst als volk zal beslissen, ontbreekt ten enenmale.

Het is hen nauwelijks kwalijk te nemen. Hun vooroordelen worden niet bestreden en hun begrijpelijke angst is goede handelswaar voor wie politiek omhoog wil klauteren. Daarboven, in de politieke elite, dáár zit de lacune in ons bestel: het ontbreken van leiders met visie, moed en gezag. We moeten het in deze benarde tijd doen met enkele fris gewassen jonge heren, meer ambtenaren dan politici, gezegend met een gulle lach. Het is waar, elk volk krijgt de leiders die het verdient, maar hier worden we toch wel erg hard gestraft.

mailIcon print |