*

 

Markermeer / De grote leegte

door Maaike Bezemer − 17/10/06, 21:10

Het eeuwoude plan om het Markermeer in te polderen is in 2004 definitief afgeschoten in de Nota Ruimte. Maar in die nota staat ook dat andere invullingen mogelijk blijven. Reden voor gemeenten en stedenbouwers om te blijven dromen.

Opvallende meedromer over de Markermeer is Wouter van Dieren, een van de vroegere oprichters van de vereniging tot behoud van het IJsselmeer. Bejubelde hij in de jaren zeventig de open ruimte, nu onderzoekt hij samen met economen, ecologen en waterdeskundigen of IJssel-, Marker- en IJmeer verrijkt kunnen worden met wetlands. Dat zijn eilanden voor natuur en recreatie, maar eventueel ook om op te wonen. Het klinkt als een grote ommezwaai, maar Van Dieren ontkent dat. „Destijds was natuur uitgangspunt, en dat is het nog steeds. Verschil is dat de kwaliteit van het Markermeer achteruit holt. Vroeger kon je soms niet doorvaren, zoveel ansjovis leefde er. Nu is het een ondiepe bak met door slib vertroebeld water, zonder spiering, zonder mosselen en dus ook zonder vogels die weer van die beestjes leven. Het valt nog wel onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, maar dat wil niet zeggen dat het een mooi natuurgebied is.”

Het consortium van Van Dieren, de stichting Wetlands, wil diepe geulen graven in de bodem van IJmeer en Markermeer. Dan wordt het water weer helder en kan het slib gebruikt worden om eilanden op te spuiten. Een soort ecologische afronding van de Zuiderzeewerken. „Natuur moet de basis zijn van de ruimtelijke ordening; daar is ook consensus over. De Oostvaardersplassen worden niet voor niets doodgeknuffeld; iedereen ziet dat er aan dat water iets bijzonders kan gebeuren.” Maar moeten daar per se woningen bij? „Ik heb zelf nul wensen voor woningbouw, maar ik wil niet dat we elkaar een rad voor ogen draaien. De ervaring leert dat je nooit grote milieudoorbraken krijgt zonder samenwerking. Ik ben al dertig jaar bezig met het IJsselmeer; het ligt voor de hand dat ik dat blijf doen. Het grootste gevaar is niet nadenken over het gebied. Dan wordt het verpest met de grootste planologische miskleunen.”

Inmiddels zitten velen op die lijn. Natuurmonumenten, tien jaar terug nog tegen de aanleg van IJburg, presenteerde vorig jaar een gezamenlijke visie met Amsterdam, Almere, de provincies rond het IJmeer, de ANWB en Staatsbosbeheer. Als er eerst natuur wordt gerealiseerd, is er niets mis met stedelijke ontwikkeling, vinden de partners.

Deze integrale visie is dit jaar uitgewerkt door tal van ontwerpers die meededen aan de Eo Wijersprijsvraag. Die prijsvraag bestaat al jaren, maar richtte zich dit jaar bewust op de regio Amsterdam. „Doel is ontwerpers te laten oefenen op grootschalige opgaven, maar in dit geval willen we ook bestuurders op weg helpen”, vertelt juryvoorzitter Dirk Sijmons. „Hier speelt van alles. De waterkwaliteit is slecht, het verkeer loopt vast en de komende jaren moet de regio nog 160.000 woningen wegzetten. Dat schreeuwt om een visie.”

Behalve juryvoorzitter is Sijmons rijksadviseur voor het landschap en als ontwerper hielp hij mee aan de bouw van IJburg, het eerste opgespoten eiland in de voormalige Zuiderzee.

„Amsterdam moest 18.000 woningen bouwen. Dan is het IJmeer natuurlijk een fabelachtige plek – overal water en dicht bij het centrum. Ik woon nu zelf op IJburg.” Sijmons roemt zijn wijk. „Ik ben met het trammetje in twaalf minuten op het Centraal Station van Amsterdam.”

Voor het Markermeer geldt volgens Sijmons hetzelfde als voor het IJmeer. „Niet iets waar je per se van af moet blijven.”

„De afsluiting van het Markermeer heeft geweldige veranderingen teweeggebracht, waar we nooit over nagedacht hebben. Met de dijk is een eerste zet gedaan; dan kun je daarna niet zeggen ik hou ermee op’.” Het water boven Amsterdam is volgens hem bovendien een van de weinige lege gebieden waar nog kansen liggen. „Je wil niet alle polders volbouwen zoals in de regio Rotterdam, waar alle steden aan elkaar zijn gekoekt.”

Nee dan Markeroog, het winnende ontwerp bij de prijsvraag. Het slibprobleem wordt opgelost met diepe spaarbekkens en behalve een enorme woonwijk is er alle ruimte voor natuur. Het IJmeer wordt een binnenmeer, met eenzelfde peil als Amsterdam. De Oranjesluizen, nu nog aan de rand van Amsterdam, kunnen dan opschuiven naar het nieuwe eiland, zodat een snelle draagvleugelboot forenzen heen en weer kan varen tussen Almere en het Amsterdamse Centraal Station. Door de woonwijk loopt een grand canal, alsof het Venetiƫ betreft, en aan de IJsselmeerkant prijkt een enorme natuurlijke vooroever, met lagunes en kreken waar het water in en uit kan stromen en waar slib blijft hangen.

De jury vraagt zich in haar rapport af of het plan de strenge toets van de Vogel- en Habitatrichtlijn kan doorstaan. Dan moeten de vooroevers en lagunes het water zo helder maken dat het de negatieve effecten van een woonwijk compenseert. Maar, zegt de jury daarbij, „Wij willen wel naar Brussel afreizen om de discussie aan te gaan.”

Dat er gebouwd gaat worden in het Markermeer staat volgens Dirk Sijmons wel vast. Maar, zoals dat al honderd jaar gaat, het duurt even voordat de huidige visies ook werkelijk worden uitgevoerd. „Uit de hele geschiedenis van het Markermeer blijkt dat we eerst een ramp nodig hebben voordat er knopen worden doorgehakt. Dat geldt nog steeds. Nu gebeurt een langzame ecologische ramp die ons dwingt wat te doen met het Markermeer.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />