*

 

Toelichting Schoolprestaties 2006

Door: redactie − 01/12/06, 20:22

Voor de tiende keer presenteert Trouw de schoolprestaties. Dit maal voor 1134 vestigingen van 556 scholen, met 2729 niveaus in het jaar 2004/2005; 481 vmbo-ba, 487 vmbo-ka, 783 vmbo-gt, 481 havo en 497 vwo. De gegevens komen van de onderwijsinspectie. Alleen het ’totaal rendement’ is door Trouw zelf berekend.

Dit jaar presenteren we voor het eerst bij vmbo-gt, havo en vwo het gemiddelde rendement van de scholen over de afgelopen vijf jaar (van 2000 tot 2004). Dit geeft een vollediger beeld. Een ’min’ kan dan niet komen door een ’minder jaar’.

vmbo ba = basisberoepsgerichte leerweg

vmbo ka = kaderberoepsgerichte leerweg

vmbo gt = gemengde en theoretische leerweg

Identiteit: ab = algemeen bijzonder, ev = evangelisch, ic = interconfessioneel, isl = islamitisch, jd = joods, op = openbaar, pc = protestants christelijk, ref = reformatorisch/gereformeerd, rk = rooms-katholiek, sw = samenwerkingsschool.

Aantal leerlingen: de leerlingen die op de gehele vestiging zitten, dus niet alleen op de betreffende leerweg.

Percentage cumi: dit zijn leerlingen in de bovenbouw (klas 3 en hoger) waarvoor de school extra geld krijgt omdat zij uit een culturele minderheid komen.

Percentage lwoo: vmbo-leerlingen in klas 3 en hoger die in het leerwegondersteunend onderwijs extra aandacht krijgen.

Percentage adviezen: leerlingen bij de start van het derde leerjaar die van de basisschool destijds een hoger of lager advies kregen dan ze nu volgen.

Rendement onderbouw: de prestaties van de leerlingen in de eerste twee jaren, met het advies van de basisschool als uitgangspunt. Hierdoor kan het getal oplopen tot boven 100. Een school die bijvoorbeeld veel leerlingen met vmbo-advies naar de derde klas van de havo brengt, krijgt extra rendementspunten. De berekeningswijze staat op www.owinsp.nl

Percentage onvertraagd naar diploma: Percentage leerlingen dat zonder vertraging van de derde klas naar het diploma worden geleid.

Totaal rendement: De plus/min-notering geeft een indruk van het totale rendement van de scholen in 2005, op basis van de de drie voorgaande gegevens (rendement onderbouw, bovenbouw en examencijfer). Hierbij wordt géén rekening gehouden met eventuele achterstandsleerlingen en de adviezen van de basisschool.

De scholen met de minste zittenblijvers, beste slagingspercentages en de hoogste examencijfers komen in groep 5 (++, zeer goed), met een iets minder goed gemiddelde in groep 4 (+, goed), enzovoort. Groep 3 (o) is gemiddeld, groep 2 (-) is onvoldoende en groep 1 (- -) is slecht.

Dit jaar presenteren we voor het eerst bij vmbo-gt, havo en vwo het gemiddelde rendement van de scholen over de afgelopen vijf jaar (van 2000 tot 2004).

Groepsgrenzen: - - / - / o / + / + +

Rendement onderbouw:

0-88 / 88-94 / 94-98 / 98-103 / 103 of hoger

Onvertraagd naar diploma:

vmbo-ba en vmbo- ka: 0 -77 / 77-84 / 84-89 / 89-93 / 93 of hoger

vmbo-gt: 0-72 / 72-80 / 80-85 / 85-90 / 90 of hoger

havo: 0-42 / 42-50 / 50-55 / 55-62 / 62 of hoger

vwo: 0-49 / 49-57 / 57-63 / 63-70 / 70 of hoger

Gemiddeld examencijfer:

vmbo-ba en vmbo-ka: 1 tot 6,0 / 6,0 tot 6,2 / 6,2 tot 6,3 / 6,3 tot 6,5 / 6,5 of hoger

vmbo-gt: 1 tot 6,1 / 6,1 tot 6,3 / 6,3 tot 6,4 / 6,4 tot 6,5 / 6,5 of hoger

havo: 1 tot 6,3 / 6,3 tot 6,4 / 6,4 tot 6,5 / 6,5 tot 6,6 / 6,6 of hoger

vwo: 1 tot 6,2 / 6,2 tot 6,3 / 6,3 tot 6,5 / 6,5 tot 6,6 / 6,6 of hoger

Voorbeeld: Een vmbo-ka school met een onderbouwrendement van 99 procent, valt in groep 4. Met 87 procent bij ’onvertraagd naar diploma’ valt zij in groep 3, en met het gemiddeld examencijfer van 6,4 in groep 4. De school krijgt 4 + 3 + 4 = 11 punten. Het gemiddelde is: 3,66 punten, afgerond 4, dus een +

Inspectieoordeel: Dit is ook een gemiddelde van de verschillende criteria (rendement onderbouw, onvertraagd naar diploma, eindexamencijfer) maar daarbij is wél rekening gehouden met de samenstelling van de leerlingen. De inspectie stopt elk jaar per criteria 50 procent van de scholen in de groep ’gemiddeld’, 15 procent in de groep ‘onvoldoende’ of ’goed’, en 10 procent in de groepen ’slecht’ of ’zeer goed’. Hierdoor zijn de inspectieoordelen van andere jaren niet met elkaar te vergelijken.

mailIcon print |