Eerst droeg Nadia, een Marokkaans-Nederlands moslimmeisje, een strakke spijkerbroek. Daar waren haar ouders boos over. Toen deed ze een nikaab om, en waren haar ouders nog bozer. Nadia vertelt waarom ze nu de nikaab weer heeft afgedaan.
Rond haar puberteit hadden de Marokkaanse ouders van Nadia (19) moeite met haar losbandige behoeftes. Ze wilde uit, liep in strakke spijkerbroeken en lapte de regels aan haar laars. Toen ze anderhalf jaar geleden besloot een hoofddoek te gaan dragen, waren vader en moeder dan ook zielsgelukkig. „Ik werd de perfecte dochter, ze waren heel blij. Maar het was niet wat de Koran bedoelde met bescherming van de vrouw. Op straat werd ik nog steeds nagefloten. En de Marokkaanse jongens riepen dat een hoofddoek niets betekent in deze tijd. Ik was teleurgesteld en ging alleen op zoek naar de ware islam. Zo kwam ik bij de traditionele kleding, de jilbaab en de gimaar.”
In de huiskamer van de Amsterdamse Stichting Vangnet brengt Nadia, de studente Sociaal pedagogisch werk, wekelijks met andere moslimmeiden een middagje door. Knus met thee en koekjes, een lach en een traan. Dat ze in Nederland geboren en getogen is kun je horen aan haar accentloze en vrije manier van praten. Maar haar achternaam wil ze niet in de krant: het gaat net weer een beetje beter tussen Nadia en haar ouders en dat wil ze zo houden.
Ze vertelt hoe thuis ’de hel losbrak’, toen ze besloot om de allesbedekkende nikaab te gaan dragen.
„Eerst deed ik het stiekem als ik naar buiten ging. Ik wilde niet aan de buitenwereld vertellen dat ik de nikaab aan het uitproberen was. Want stel dat ik het toch niet door zou zetten, dan zou ik me weer moeten verantwoorden. Maar het was heerlijk om er in te lopen, alsof ik gedragen werd door achttien engeltjes, geweldig! Gelijk de eerste dag ging ik in nikaab naar mijn ouders en vertelde ze over mijn keuze. Ze waren woedend. ’Wat is dit? Je ziet er niet uit!’, schreeuwden ze. Het was een drama thuis. Toch volgde ik mijn eigen willetje en droeg ik een paar maanden de nikaab, ondanks het feit dat mijn ouders me gingen negeren. Het enige moment dat ze wel met me spraken, was wanneer ze me een preek gaven. We communiceerden gewoon niet. Dat was heel eenzaam.”
Nadia, jongste dochter uit een gezin met negen kinderen, trok zich terug in haar kamertje. In haar eentje verdiepte ze zich in haar geloof. „Achteraf heb ik daar spijt van. Ik had mijn proces met mijn ouders moeten bespreken. Misschien was het dan beter gegaan tussen mij en hen. Maar mijn vriendinnen praktiseerden niet, mijn zussen niet, mijn broers niet, niemand niet.”
Later zocht ze haar heil bij moslimvriendinnen in een Amsterdamse moskee, die Nadia omschrijft als ’gebedsruimte, riagg en buurthuis ineen’. Daar komt ook Maryam (17). ’De zusters’ zien elkaar regelmatig bij Stichting Vangnet, die inmiddels drukbezochte praatgroepen organiseert waarin meerdere moslimmeiden hun problemen delen.
Maryam, eveneens Marokkaanse en jongste van negen kinderen, herkent zich in Nadia’shet verhaal van Nadia. Ook zij verdiepte zich in de islam zonder betrokkenheid van haar ouders, die de zwarte gimaar (een lang gewaad dat alles behalve het gezicht bedekt, red.) afkeuren waarin hun dochter loopt. Ze vertelt: Rustig en in met zorg gekozen woorden vertelt ze: „Het geloof dat mijn ouders belijden kwam op mij over als een cultuur, niet als de islam. Ze wilden wel dat ik een hoofddoek droeg, maar legden niet uit waarom. Dus ging ik zelf op zoek. Het antwoord vond ik in de islam, in boeken en in de moskee. Ik heb geen grote ruzies gehad over het geloof, maar het feit dat mijn moeder zelf moslima is en zegt dat ze de gimaar niet nodig vindt, bracht wel meningsverschillen. We kregen welles-nietesdiscussies. Mijn moeder baseerde haar argumenten op culturele zaken, mijn argumenten haalde ik uit de islam.”
De meningsverschillen zijn moeilijk te overbruggen, daar is de generatiekloof te groot voor, zeggen de meiden. Maryam: „In de Marokkaanse cultuur is het heel moeilijk je te uiten. Thuis praten gaat daarom lastig. Mijn ouders spreken bovendien slecht Nederlands, terwijl dat de taal is waarin ik mij het beste kan uiten.”
„Achteraf begrijp ik mijn moeder wel”, zegt Nadia. „Ze behoort tot de eerste generatie Marokkanen in Nederland, ze is ongeletterd, ze heeft nooit gestudeerd en spreekt praat bijna geen Nederlands. Het enige wat ze doet is naar het nieuws op tv kijken. En wat ziet ze dan? De islam in een negatief daglicht. De vrouw die er zo bij loopt als ik nu, wordt onderdrukt. Ze is radicaal en extremistisch. Het zijn allemaal vooroordelen die op mijn sluier zijn geplakt. Mijn moeder ziet dat. Ze komt niet in andere situaties waar ze kennis opdoet over haar geloof. Ze ziet haar dochter een strakke spijkerbroek inruilen voor een zwarte sluier en heeft datzelfde vooroordeel. Ze denkt dat ze het niet mag tolereren omdat de Nederlanders dat ook niet doen. Daarom kan ik niet alle schuld bij haar leggen, maar bij de media. Ze verpesten met hun vooroordelen de relatie tussen moeders en dochters. En tussen vaders en zonen. Want wat dacht je van de jongens, die niet eens een baard kunnen dragen omdat ze door mensen uit de eigen gemeenschap worden uitgescholden? Het is zo jammer dat ik mijn eigen moeder moet gaan vertellen: ’Nee mam, niet alle vrouwen met een sluier zijn radicaal’.” Door toedoen van de media, benadrukken Nadia en Maryam, ondervinden moslimjongeren niet alleen problemen met bevooroordeelde niet-moslims, maar ook met hun eigen ouders.
Maar hoe goed In hoeverre kennen de ouders hun eigen dochters, als ze bang zijn dat hun kroost van de ene op de andere dag zal veranderen? Haar ouders zijn niet bang dat ze iemand kwaad zal doen, zegt Maryam lachend. „Ze denken echt niet dat we terroristen zijn. Ze willen ons ook niet kwetsen. Maar ze begrijpen al niet waarom ik de ene keer om halfnegen op school moet zijn en de andere keer pas om twee uur. Het valt buiten hun belevingswereld. Ze vatten het gewoon niet.” Nadia valt haar vriendin bij: „Ze hebben hun kinderen al verloren aan de Nederlandse samenleving. Ze zijn bang ons nog eens te verliezen aan iets wat nieuw voor hen is.”
Na een paar maanden besloot Nadia toch haar nikaab af te doen. „Dat ging met pijn in mijn hart. Maar ik moest kiezen tussen de band met mijn familie en de nikaab –die overigens binnen de islam niet verplicht is. Bovendien is mijn moeder volgens de islam de belangrijkste persoon na Allah en de Profeet.” Na haar besluit draaiden haar ouders bij. Nu gaat het thuis stukken beter. „Maar ik vind het jammer dat ze me niet volledig steunen. Ik wilde het praktiseren uitproberen, net zoals pubers dat doen met roken en drinken, gewoon uit nieuwsgierigheid. Wat mij betreft hoeven mijn ouders het er niet mee eens te zijn; konden ze me de vrijheid maar geven om een eigen weg te vinden.” Haar toekomstige kinderen, zegt Nadia, zal ze wel de steun en vrijheid geven die ze zelf heeft gemist. Haar eigen ouders kan ze nu toch niet meer veranderen.
Voor meer info: Stichting Vangnet
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.