Johan Stout (52) en zijn vrouw vielen als een blok voor het historische pand aan de Halvemaanspoort in Dokkum, twee jaar geleden, en het stond nog te koop ook. Dat ze het zagen was puur toeval, vertelt de directeur van een groothandel in doe-het-zelf artikelen in Lekkerkerk, vlakbij Rotterdam: hij was een kwarteeuw bij de zaak en kreeg een verwenweekend aangeboden in een luxe Friese state. Toen hij daar toch was, wilde hij wel eens zien waar Bonifatius was vermoord.
Een halfjaar later was de koopakte getekend. Het pand is van binnen volledig gestript, de verbouwing is in volle gang. Ze hopen na de zomer over te gaan. In het najaar zijn dan de eerste gasten welkom in de bed & breakfast die zijn vrouw in het pand begint. Stout is vast van plan zich de Friese taal eigen te maken.
Welgestelde westerlingen zijn meer dan welkom, zegt wethouder volkshuisvesting Klaas de Graaf in het gemeentehuis van Dokkum (gemeente Dongeradeel). Want terwijl in het grootste deel van Nederland het inwonertal en de beroepsbevolking nog even blijven groeien, is in dit stukje Friesland de leegloop begonnen. “De agrarische bedrijven worden groter, de mechanisatie neemt toe, met als gevolg minder werkgelegenheid. Jongeren die de streek verlaten om naar het hbo of de universiteit te gaan, komen vaak niet meer terug.“ Over pakweg tien jaar, vreest De Graaf, ontbreken vooral de mensen tussen de 25 en 35 jaar -de leeftijdscategorie die gezinnen sticht.
Dongeradeel kent dezelfde problemen als de buurgemeenten. De banen zijn schaars, de inkomens behoren tot de laagste van Nederland. Nieuwe bedrijventerreinen worden elders in Friesland aangelegd, in Drachten en Heerenveen. En misschien nog wel meer dan de andere gemeenten kampt de streek rond Dokkum met een imagoprobleem: kaal, nat, onherbergzaam.
Het woord leefbaarheid ligt directeur Klaas Flierman van Woningstichting Dantumadeel voor in de mond. Met zijn boomwallen oogt Dantumadeel, ten zuiden van Dongeradeel, wat minder weerbarstig. De drie grotere dorpen hebben elk hun eigen aantrekkingskracht, vertelt Flierman. “Damwoude is een echt kerkdorp. Mensen uit Zwaagwesteinde hebben van oudsher een sterke binding met hun dorp. En Veenwouden ligt gunstig aan het spoor.“
Dat laatste dorp is vanwege de goede bereikbaarheid in trek bij tweeverdieners, zegt Flierman. “En die willen niet elke dag stamppot boerenkool eten.“ In het compacte nieuwe winkelcentrum, momenteel in aanbouw, is daarom plek ingeruimd voor een grotere supermarkt met een ruimer assortiment. Dergelijke voorzieningen zijn van groot belang voor de streek. Verdwijnen ze, dan kan een negatieve spiraal op gang komen: minder bussen en treinen, minder prettig wonen.
De vergrijzing slaat hier hard toe. Maar dat biedt volgens Flierman kansen. De gemeente telt al enkele voorzieningen voor ouderenzorg, en is daarmee voor senioren aantrekkelijk. “Zij zullen steeds meer zorg nodig hebben. De werkgelegenheid in de zorgsector zal dus toenemen.“ Zo ziet Flierman de toekomst van deze streek: veel mensen die zorg leveren of ontvangen. “Daar zetten we op in.“ Eerste vereiste is dan wel meer variatie in woningen. Neem een dorp als Zwaagwesteinde: eindeloze straten met dezelfde goedkope naoorlogse rijtjeshuizen, klein en verouderd. “We moeten meer bouwen voor ouderen, starters en tweeverdieners.“
Hans Halbesma is 'programmaregisseur prettig wonen' bij de gemeente Dantumadeel. Ook hij ziet brood in zijn gemeente als welzijns- en zorgzone. “Het is hier rustig en volgens de politiemonitor heel veilig. Dat is aantrekkelijk voor senioren .“
Verder mikt hij op Randstedelingen die wat te besteden hebben. Die kunnen natuurlijk een pittoresk woonboerderijtje zien te bemachtigen, maar Halbesma wil ze daarnaast 'nieuwe woonmilieus' bieden. De woningbouw, verklaart hij, moet fungeren als motor voor de economie. De vele bouwbedrijven in de regio die nu 's ochtends de Afsluitdijk over rijden, kunnen dan in de buurt aan het werk. En de nieuwe bewoners moeten per slot van rekening naar de kapper en de tandarts. Het nieuwe ontwerpstreekplan van de provincie voorziet in 800 nieuwe woningen tussen Dokkum en Damwoude. “Dat is heel prettig voor ons“, zegt Halbesma.
Wat er precies gebouwd kan gaan worden, is onderwerp van studie door de Academie van Bouwkunst in Groningen. Halbesma denkt zelf aan landelijk wonen op riante kavels, waarbij de bewoners zelf het onderhoud van de boomwallen op zich nemen.
Wethouder De Graaf van Dongeradeel heeft ook hoge verwachtingen van Esonstad, het gloednieuwe 'historische' vakantiestadje aan het Lauwersmeer. Daar zijn plannen voor levensbehoefte nummer één van de hedendaagse fitte senior: een golfbaan. Wil de regio daadwerkelijk nieuwe levenskansen krijgen, dan moet de geplande 100 kilometerweg tussen Drachten en Dokkum er echt komen, zegt De Graaf: “De huidige weg met de vele stoplichten is een te grote psychologische barrière.“
Rink Groenveld (62) verhuisde vorige zomer van Nieuw-Vennep, vlakbij Schiphol, naar het landelijke Kollum. Hij nadert de pensioengerechtigde leeftijd, legt hij uit. “Daarom wilden we een leuke, rustige plek opzoeken.“ Zijn nieuwe, vrijstaande huis ligt aan het water, hij heeft net een aanlegsteiger laten bouwen voor een bescheiden bootje. Zijn zeiljacht komt in de haven van Harlingen te liggen. Kollum vindt hij een leuk plaatsje: genoeg winkels, vlak onder het Lauwersmeer en niet te ver van Drachten. Groenveld, ingenieur in Delft, gaat over niet te lange tijd in deeltijd-vut. Tot het zover is, slaapt hij doordeweeks meestal in een huurhuis in het westen. Ook Johan Stout gaat voorlopig deeltijd-wonen in Dokkum, vanwege zijn werk in Lekkerkerk. Daar houdt het echtpaar een huis aan. Of ze hun oude dag in Friesland zullen slijten? “We hebben ook een recreatiewoning op de golfbaan in Winterswijk“, aarzelt Stout. “Zelf ben ik wat verliefder op de Achterhoek. Het is daar wat beschutter fietsen. Maar misschien ken ik Dokkum en omstreken nog niet goed genoeg.“
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.