Als burgers weigeren antwoord te geven op enquêtes naar stemgedrag, dan zijn we voor altijd van die onbetrouwbare en ondemocratische peilingen af.
Minister Pechtold zei vorige week dat hij niet in peilingen gelooft. Ook uit diverse andere richtingen werden na de zege van VVD’er Rutte op Verdonk twijfels geuit over de betrouwbaarheid van opiniepeilingen. Dat is niet genoeg, we moeten een stap verder zetten. Peilingen over stemgedrag zijn niet alleen onbetrouwbaar, maar ook onwenselijk omdat ze het democratische proces verstoren.
De peiling van Maurice de Hond over het lijsttrekkerschap van de VVD vormt misschien wel het absolute dieptepunt in de geschiedenis van Maurice de Hond-peilingen. De Hond vindt dat hem niets te verwijten valt doordat het onmogelijk was om een peiling bij de doelgroep (VVD-leden) te houden. In plaats daarvan werden er peilingen gedaan bij de VVD-kiezers, maar dergelijke peilingen bij de verkeerde doelgroep, aldus De Hond, leveren geen betrouwbare voorspellingen op.
Dit is belachelijk. Waarom valt Maurice de Hond ons lastig met peilingen waarvan hij zelf zegt dat ze geen goede voorspelling mogelijk maken? De waarheid is natuurlijk dat hij dacht dat de VVD-kiezers een goede substitutie vormden voor de VVD-leden. Dit is echter een misplaatste aanname. Een VVD-lid is iemand die contributie heeft betaald aan de VVD en die dus structureel aan de VVD verbonden is. Een VVD-kiezer is iemand die door de telefoon bij een enquête zegt dat hij VVD gaat stemmen. Of hij dit ook gaat doen, is zeer de vraag. Het verband tussen een ’VVD-kiezer’ en de VVD kan van zeer vluchtige aard zijn, van VVD-leden kun je dat niet zeggen. Daarom is het niet verbazingwekkend dat de prognose van Maurice de Hond over de nieuwe lijsttrekker bij de VVD een totale slag in de lucht was.
Maar ook al zouden opiniepeilingen betrouwbaar zijn, ze zijn dan nog steeds onwenselijk omdat ze het democratische proces verstoren. Neem het kamerdebat waarbij Rita Verdonk aan de tand werd gevoeld over Hirsi Ali. Het optreden van Verdonk leidde tot algehele ergernis en irritatie bij de voltallige Tweede Kamer uitgezonderd de ’groep’ Nawijn.
Waarom werd er geen motie van wantrouwen tegen deze minister ingediend? Volgens veel commentatoren zou dat tot de val van het kabinet en nieuwe verkiezingen kunnen leiden. Maar omdat het CDA dramatisch laag in de peilingen staat, zou dat voor het CDA min of meer politieke zelfmoord zijn. Peilingen beïnvloedden hier linea recta het democratisch proces en wel op zeer negatieve wijze. Een minister die erom vraagt weggestuurd te worden, mag ten onrechte aanblijven.
Zo zijn er nog veel meer voorbeelden. Denk aan de opkomst van Pim Fortuyn. Zijn stijging in de opiniepeilingen en de daarop volgende media-aandacht leidde tot een soort kettingreactie. Stijging in de peiling, meer aandacht in de media, hoger in de peilingen, nog meer media-aandacht enzovoorts. Kort voor Fortuyns dood werd zelfs voorspeld dat de LPF de grootste partij zou worden. Een partij die van niets in een keer de grootste partij wordt, dat was nog nooit vertoond. Zo’n unieke gebeurtenis creëert een hype: veel mensen zijn bang iets eenmaligs te missen en willen graag bij de voorspelde winnaar horen. Op zo’n moment is het een serieuze vraag of de peilingen nog een beeld van de werkelijkheid geven of dat de peilingen de werkelijkheid aan het beïnvloeden zijn. Zonder opiniepeilingen had iedere Nederlander zijn eigen mening over Fortuyn moeten bepalen, zoals het hoort in een democratie. Het is trouwens in deze kwestie ook nog de vraag in hoeverre de opiniepeilingen hebben bijgedragen aan de moord op Fortuyn. Een van de redenen waarom Volkert van der G. hem doodschoot was zijn angst dat Pim Fortuyn de nieuwe premier van Nederland zou worden. Zonder opiniepeilingen had deze angst alle grond gemist.
Een ander verstorend effect van opiniepeilingen is het zogeheten strategische stemmen. Mensen die aanvankelijk bijvoorbeeld VVD willen stemmen, en via peilingen vernemen dat de PvdA de grootste partij kan worden, stemmen op het CDA in de hoop zo nog te verhinderen dat de PvdA als grootste uit de bus komt. Zonder opiniepeilingen hadden deze mensen gewoon op de partij van hun voorkeur gestemd zoals het in een democratie hoort.
Als betrouwbare opiniepeilingen het democratisch proces al verstoren, wat dan te denken van onbetrouwbare? Wat mij betreft mogen opiniepeilingen voor verkiezingen verboden worden. Dit zal juridisch en politiek vermoedelijk niet haalbaar zijn, maar er is een eenvoudige oplossing. Als een substantieel deel van de burgers niet meer meewerkt worden de voorspellingen zo onbetrouwbaar dat de peilingen geen geen zin meer hebben. Ik doe dus een beroep op de burger om niet mee te doen aan opiniepeilingen.
Maar zijn ze dan niet belangrijk voor de regering om de mening van de bevolking over het regeringsbeleid te weten en eventueel het regeringsbeleid bij te kunnen stellen? Een kabinet dat zijn beleid wil bijstellen op grond van opiniepeilingen voert een windvanenpolitiek. Dat laat zich leiden door de waan van de dag. Een kabinet met ruggengraat zet een beleid in voor vier jaar en neemt maar één opiniepeiling serieus en dat zijn de verkiezingen.
Drs. Alexander von Schmid is ethicus en publicist.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.