Een aantal grote steden die samen 1,2 miljoen inwoners tellen, willen niet langer afhankelijk zijn van Microsoft. Zij eisen van hun leveranciers zogeheten open source software.
Bijna alle pc’s voor kantoorwerkplekken draaien op Windows van Microsoft en er zijn ook tekstverwerkers en rekenprogramma's van die Amerikaanse softwarereus op geïnstalleerd.
Al langer proberen gemeenten, en niet alleen in Nederland, minder afhankelijk te worden van Microsoft. Er zijn ook al enige tijd goede alternatieve programma's, vaak zelfs gratis. Maar ze worden in de praktijk niet gebruikt omdat ict-dienstverleners die software niet ondersteunen. Pogingen om die dienstverleners daartoe te dwingen, stuitten op problemen met Europese aanbestedingsregels.
Een achttal grote Nederlandse gemeenten heeft nu echter de knuppel in het hoenderhok gegooid door een manifest te publiceren waarin zij de leveranciers oproepen om die zogeheten open source software wel te gaan ondersteunen. In feite geven Almere, Assen, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Leeuwarden en Nijmegen daarmee het signaal af dat leveranciers die geen gehoor aan hun oproep geven, geen kans maken bij automatiseringsprojecten. Enkele van deze gemeenten hebben hun leveranciers zelfs al de wacht aangezegd.
De software van Microsoft, alsook van bijvoorbeeld sommige leidende database-leveranciers, wordt niet alleen als duur ervaren. Een grief is ook dat gegevens van diverse programma's niet uitwisselbaar zijn met die van concurrerende programma's. Ook verzinnen de softwarereuzen geregeld nieuwe standaarden, waarmee ze klanten verplichten nieuwe software aan te schaffen en oude data te laten omzetten naar die nieuwe standaarden.
De Nederlandse overheid stimuleert het gebruik van open standaarden en en open source software via het programma Ososs. Volgens een zegsman van Ososs is de actie van de gemeenten een ware doordraak voor open source software.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.