De Nederlandse muziek- en filmindustrie kan dankzij internetaanbieder UPC eindelijk haar schade verhalen op twee muziekruilers. Maar bestaat die schade wel?
De stichting Brein (Bescherming Rechten Entertainment Industrie Nederland) heeft van kabelaar UPC twee namen gekregen van zogeheten zware uploaders, mensen die veel auteursrechtelijk beschermd werk illegaal op het web beschikbaar stellen. Het kan gaan om boeken en spellen, maar in de praktijk is het ruilen van muziek en (steeds vaker) films het meest populair.
De afgelopen jaren schermden Brein, zijn Amerikaanse evenknie RIAA en andere auteursrechtenbeschermers met een miljardenschade als gevolg van misgelopen verkopen. Het lijkt logisch dat een industrie daar iets aan wil doen.
Maar niet iedereen is het met die inschatting eens. Er zijn al diverse onderzoeken verricht door onafhankelijke instanties, zoals wetenschappers van universiteiten, die een heel ander beeld geven. Het illegaal ruilen zou geen schade opleveren voor de industrie en misschien zelfs wel de legale verkoop stimuleren.
Iemand die een song gratis downloadt, zal dat nummer vrijwel zeker niet meer legaal gaan kopen. Maar de muziekwereld loopt daarmee vrijwel nooit een betalende klant mis. Bijna alle muziek die via zogeheten peer-to-peer (p2p) systemen wordt gedownload, zou nooit zijn gekocht. Alleen maar doordat het zo makkelijk is om de muziek (of de film) van het web te plukken, verzamelen consumenten collecties van honderden tot duizenden titels op hun pc. Titels die ze ook weer aan anderen beschikbaar stellen via het web; en dat is dan het verboden deel van het ruilsysteem.
Amerikaanse onderzoekers van de Harvard Business School hebben een tijd nagegaan welke titels op internet passeerden en of een oplopende frequentie waarmee dat gebeurde synchroon liep met een daling in de verkoop. Niet dus. Er bleek zo goed als geen verband tussen de twee. Mogelijk zou één op de 5000 downloaders de muziek op cd hebben gekocht als het downloaden niet had bestaan. Dat komt neer op een omzetverlies van 0,02 procent. Maar tevens bleek dat er soms meer cd’s van een artiest werden verkocht als een bepaald nummer heel populair werd op het web.
De muziekindustrie heeft echter nóg een argument: Sinds in het jaar 2000 internet gemeengoed werd, daalt de cd-verkoop met 5 of meer procent per jaar. Ook daarbij plaatsen deskundigen echter kanttekeningen. Het Harvard-onderzoek wijst op een minieme bijdrage van ruilers aan die 5 procent.
Het is ook mogelijk dat consumenten het fenomeen cd zo langzamerhand achterhaald vinden. Om 25 euro te betalen voor een cd waarvan je maar een paar nummers leuk vindt, is niet meer van deze tijd. Mensen willen best betalen, maar dan voor hetgeen ze ook echt willen hebben.
Dat bewijst bijvoorbeeld iTunes Music Store. Apple heeft met zijn legale muziekwinkel op het web een goudmijntje aangeboord. Je moet er 99 cent per nummer betalen – en dat deden consumenten al meer dan een miljard keer sinds iTunes drie jaar geleden begon. Ook andere sites bieden legaal en tegen betaling muziek aan. Deze distributievorm van de toekomst zal de cd-verkoop nog veel harder doen dalen dan al het illegaal ruilen bij elkaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.