*

 

Jeugdjournaal / Op kindniveau instappen

door Renske Huysing − 04/01/06, 00:02

Niet alleen het journaal jubileert, ook het Jeugdjournaal: het bestaat deze week 25 jaar. Wat is er sinds 1981 veranderd, en waarin verschilt het van buitenlandse

’Bescherm je ogen goed tegen vuurwerk, zeggen de oogartsen. Er zijn speciale brillen te koop waarmee je voorkomt dat er vuurwerk in je oog terechtkomt. Maar ja, wie gaat er een bril opzetten bij het vuurwerk afsteken? In Rotterdam hebben oogartsen een bril ontwikkeld die er een beetje hip uitziet, denken ze.” Zo vertelt presentator Winfried Baijens in een alledaagse aflevering van het Jeugdjournaal, dat deze week zijn 25-jarig jubileum viert.

Toen het programma in 1981 van start ging waren er maar twee Nederlandse zenders. Concurrerende kinderprogramma’s waren er nauwelijks. Een kwarteeuw later zappen kinderen langs tien Nederlandse zenders met verschillende kinderprogramma’s. Toch is het Jeugdjournaal nog steeds een van de meest bekeken jeugdprogramma’s van de publieke omroep. Gemiddeld kijken er iedere avond 150000 kinderen tot twaalf jaar en bijna 300000 jongeren naar de uitzending.

Ad van Liempt concludeert in zijn boek ’Het Journaal, 50 jaar achter de schermen van het nieuws’ dat het karakter van het Jeugdjournaal betrekkelijk weinig veranderde. Ronald Bartlema, de chef Jeugdjournaal, is het daarmee eens: „Het programma is met zijn tijd mee gegaan, de beelden volgen elkaar in een hoger tempo op. Aanvankelijk klonken de begintunes als zoete kinderversjes. Ook de vormgeving en het decor waren heel vriendelijk. Nu is de begintune strakker en stoerder. Dat past beter bij een nieuwsprogramma en bij de doelgroep: kinderen van tien tot twaalf jaar. Schokkende veranderingen zijn dat niet.”

Van Liempt constateert dat de redactie van het Jeugdjournaal de afgelopen 25 jaar consequent was in haar nieuwskeuze. Niet alleen belangrijk binnen- en buitenlands nieuws, maar ook onderwerpen die de doelgroep aanspreken. Dat was een van de uitgangspunten waar het Jeugdjournaal volgens voormalig NOS-hoofdredacteur Ed van Westerloo in 1981 aan moest voldoen. Het nieuwsprogramma moest aansluiten bij de belevingswereld van kinderen. Het taalgebruik moest eenvoudig zijn, de berichten moesten een context hebben.

Verslaggeefster Marga van Praag was betrokken vanaf de eerste aflevering. Ze maakte reportages op haar eigen manier: „Ik stel mensen veel vragen en kinderen benader ik niet met een gehurkte kleutertoon; daar hield ik toen al niet van.” Tot haar grote frustratie duurde het een paar jaar voordat de collega’s van het NOS Journaal inzagen dat het Jeugdjournaal een serieus nieuwsprogramma is. „We werden regelmatig getipt als er beelden van jonge dieren gemaakt waren. Die mensen zagen niet wat we werkelijk deden: ingewikkeld nieuws begrijpelijk maken voor kinderen.”

De makers van het Jeugdjournaal raakten er de afgelopen jaren bedreven in om net zo lang door te vragen tot deskundigen en politici het nieuws haarfijn uitleggen. „Een moeilijk woord of een onduidelijk verhaal, liet ik desnoods twaalf keer overdoen”, zegt Van Praag. „Mensen die niet precies weten waar ze het over hebben, vallen dan door de mand.” Haar aanpak kon ze legitimeren, omdat ze een kinderprogramma maakte. 25 jaar later werkt dat nog steeds zo, erkent eindredacteur Bartlema. „Inmiddels doen veel politici echt hun best om kinderen de politieke kwesties uit te leggen. Zelfs premier Balkenende geeft uitleg. Maar wel op zijn eigen manier.”

De Nederlandse programmamakers bezochten in 1980 het Britse ’Newsround’, om ideeën op te doen. Een Duitse studente kwam vier jaar later in Nederland kijken hoe de Nederlandse formule in Duitsland kon worden toegepast.

Duitsland kreeg het succesvolle kinderprogramma ’Logo’ en ook in Oostenrijk kwam een jeugdjournaal. België kreeg een Vlaamse en een Waalse variant van het programma en in Zuid-Afrika, Suriname en Afghanistan ontstonden wekelijkse nieuwsprogramma’s voor kinderen die de Nederlandse formule gedeeltelijk overnamen.

Toch zijn er wel culturele verschillen. Schokkende onderwerpen als kindermoord, mishandeling en ontvoering komen wel in het Nederlandse Jeugdjournaal aan bod, terwijl dat bij veel buitenlandse redacties onbespreekbare thema’s zijn. Het Jeugdjournaal onderscheidt zich daarmee van de buitenlandse kinderprogramma’s en de Nederlandse aanpak is zo succesvol dat kinderen het Jeugdjournaal verkiezen boven andere media.

Vorig jaar stuurden veel kinderen e-mails nadat een 13-jarig meisje uit Eibergen ontvoerd en verkracht werd. Na enkele dagen kwam het meisje vrij. Alleen het Jeugdjournaal mocht haar interviewen. „Je hoeft zo’n gesprek niet nog zwaarder te maken, dus we vroegen niet naar de gruwelijke details van wat haar was overkomen”, zegt eindredacteur Bartlema.

Ook Arenda en Linda Kas vertelden in het Jeugdjournaal hun verhaal. „We kozen voor het Jeugdjournaal, omdat de redacteuren op kindniveau instappen”, zegt Henk Jan Bunschoten van de betrokken voogdij-instelling. De zusjes waren deze zomer twee maanden op de vlucht met hun ouders. De politie vond de familie uiteindelijk terug in een bos in München. De vlucht van familie Kas had veel media-aandacht gekregen en Linda en Arenda wilden dat de pers hen zo snel mogelijk met rust zou laten. Daarom besloten ze één keer uit te weiden over hun avontuur.

„Onze kracht is dat we dicht bij onze doelgroep blijven”, zegt Bartlema. „Dankzij de website kunnen we extra in de gaten houden wat er leeft bij onze kijkers en daar is ook ruimte voor nog meer uitleg bij het nieuws.”

Veel uitleggen is echter niet altijd de beste manier om nieuws op kinderen over te brengen. „Als een vader zijn kinderen vermoordt, laten we de gruwelijke details en de foto’s van de slachtoffers achterwege”, zegt Bartlema. „Kinderen hebben het recht om sommige dingen niet te weten.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />