Het is onbegrijpelijk dat andere rectores van universiteiten begrip tonen voor een ingreep in een afscheidsrede van een hoogleraar.
De interviews met rector Gispen in NRC Handelsblad van vrijdag en met andere Nederlandse rectores op zaterdag zijn in meer dan één opzicht onthullend. Uit alles blijkt dat de rectores de vraag voorgelegd hebben gekregen of zij zouden ingrijpen wanneer een hoogleraar iets zou schrijven of zeggen dat wetenschappelijk onverantwoord is, maar niet de vraag die de kern van het Utrechtse conflict vormt, namelijk: ’Zou u ingrijpen als iemand een tekst schrijft waarvan u vreest dat er boze reacties van de kant van moslims op zouden kunnen komen?’ Opnieuw wordt op deze wijze de suggestie gewekt dat het conflict draaide om het wetenschappelijk niveau van de gewraakte afscheidsrede was waar het conflict om draaide, terwijl het in feite een kwestie van angst voor islamitische gevoeligheden en van politieke correctheid was.
Verbijsterend is het te lezen dat rector Van der Duyn Schouten van Tilburg vindt dat hij ’te allen tijde moet kunnen ingrijpen in wat een hoogleraar schrijft of uitspreekt’. Deze censor magnificus heeft kennelijk geen enkel benul van wat academische vrijheid is. Arm Tilburg!
Heel vreemd is verder dat Gispen weliswaar de veiligheidsproblematiek noemt, maar dat niet concreet maakt en merkwaardigerwijze verwijst naar de beveiliging die hij enkele dagen nodig had tijdens de affaire-Debye; alsof dat iets te maken zou hebben met de vermeende veiligheidsrisico’s van mijn afscheidsrede. Het is een non-argument. Misleidend is ook dat hij zegt op mijn vraag of ik dan niets mocht zeggen over het huidige antisemitisme, geantwoord te hebben: ’Natuurlijk, dat is jouw zaak.’ Want toen ik daarna vroeg of dat ook over het islamitische antisemitisme mocht gaan, antwoordde hij: ’Nee!’
Maar dat vermeldt Gispen niet. Columnist Van Doorn vergaloppeert zich in Trouw., zoals gewoonlijk, ook nu weer. Hij stelt dat ik met veel verbaal geweld de publiciteit heb gezocht, terwijl de werkelijkheid is dat ik zelf nooit met wie dan ook van de media contact heb gelegd. Het zijn verontwaardigde collega’s en vakgenoten geweest die dat hebben gedaan. Verder beweert hij dat ik de beoefening van het vak judaïstiek vooral zie als een mogelijkheid pro-Israël-politiek te bedrijven. Hij heeft vrijwel zeker nog nooit een van mijn publicaties gelezen en praat dus uit pure onkunde. Maar dat zijn we van deze arrogante scribent wel gewend.
Prof. Pieter W. van der Horst is judaïcus en emeritus hoogleraar Nieuwe Testament.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.