*

 

Laat beren lopen in de Hollandse polder (opinie)

Stefan Pasma , publicist te Utrecht − 29/04/07, 22:34

Ooit was de bruine beer een typisch Hollandse kadavereter. Haal hem terug in onze nieuwe natuur.

Het voorjaar is aangebroken en de tekenen van nieuw leven in de natuur zijn overal te zien. Met name in de nieuwe natuur van de Oostvaardersplassen worden opvallende successen geboekt; zo is er al weer een jonge zeearend uit het ei gekropen, las ik 16 april in Trouw. Sinds de vroege Middeleeuwen kwamen er geen zeearenden meer voor in onze streken. De nog vrij jonge Oostvaardersplassen liggen op natte en vooral zeer voedselrijke kleigrond. Het hierdoor uitbundig beschikbare voedsel heeft ervoor gezorgd dat er in korte tijd een zeer rijk natuurgebied is ontstaan. De beheerders laten de natuur hier haar gang gaan; kadavers van gestorven herten worden niet opgeruimd en vormen op hun beurt een lekkernij voor aaseters zoals de zeearend. Geen wonder dat deze grote vogel vanuit Duitsland weer is teruggekeerd naar de wilde natuur van de Flevopolders.

Er is een nog ander dier dat in ons land voorkwam maar bij het grote publiek veel bekender is dan de zeearend. Veel Nederlanders beseffen niet dat de geliefde teddybeer, waar ze vroeger als kind bij in bed kropen, is afgeleid van een typisch Hollandse kadavereter: de bruine beer. De bruine beer is een alleseter en eet zowat alles wat er aan lekkers voor zijn kiezen komt, plantaardig voedsel maar ook vis en (dode) dieren. De mens komt niet voor op zijn menulijstje. Alleen als je een beer verrast of in het vrij onwaarschijnlijke geval dat je tussen een berin en haar jong terechtkomt zal ze zichzelf en haar jong verdedigen. Niets nieuws onder de zon want in de nieuwe natuurgebieden vertonen de kuddes wilde paarden en runderen, exact hetzelfde gedrag wanneer je te dichtbij komt.

Ook het 60 vierkante kilometer grote Oostvaardersplassengebied, dat in de nabije toekomst nog aanzienlijk zal worden uitgebreid, is een kansrijk leefgebied voor de bruine beer. Op dit moment leven er al ruim drieduizend grote grazers als edelherten, wilde konikspaarden en runderen in het gebied. De bruine beer is echter sinds eeuwen door intensieve jacht zodanig vervolgd dat ze tot voor kort slechts alleen kon overleven in afgelegen en schrale uithoeken van Europa. De beer Bruno die vorig jaar Beieren bezocht is een gunstig voorteken van het herstel van de berenstand in het Alpengebied. Aangezien de beer geen vleugels bezit zoals de zeearend, zal de bruine beer waarschijnlijk pas na zeer lange tijd ons land weer kunnen bereiken.

Vreemd genoeg laten de grote natuurbeschermingsorganisaties zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer het afweten bij de herintroductie van grote dieren. Het is tekenend dat er deze maand een proef begint met herintroductie van de wisent – de Europese bizon – in de Kennemerduinen, onder regie van een duinwaterleidingbedrijf (!) en een paar vooruitstrevende natuurorganisaties.

Dat er een groot maatschappelijk draagvlak is voor wilde natuur bewijst ook de massale aandacht voor het wel en wee van de jonge zeearend in de Oostvaardersplassen. De internetsite van Staatsbosbeheer, waarop live webcambeelden van het arendsnest zijn te zien, ging regelmatig plat door de grote belangstelling. Kortom, genoeg redenen om werk te gaan maken van de herintroductie van de bruine beer in Nederland. Wanneer dan op een mooie voorjaarsdag de eerste live beelden van een spelend jong beertje in de Flevolandse natuur te zien zijn, heeft de Nederlandse natuur er een boegbeeld van reuzenformaat bij.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />