Oppositieleider Jan Marijnissen en de huidige minister van buitenlandse zaken, Maxime Verhagen, hebben ongetwijfeld een fles champagne ontkurkt op de komst van het Nationaal Historisch Museum.
Wel liet minister Plasterk de keus voor de plaats op Arnhem vallen en niet op Den Haag zoals het vorige kabinet had gewild. Daar staat tegenover dat het om een kloek ontwerp gaat dat tegemoet komt aan hun oorspronkelijke plan Nederland te verrijken met een Huis der Historie, zoals zij 13 mei 2006 bepleitten in een artikel in Trouw.
Kennis van onze wortels is van vitaal belang voor de samenleving. Daarom moet hier, net als in Duitsland, een nationaal historisch museum komen, schreven zij. Want een volk zonder geschiedenis bestaat niet. Laten we daarom niet langer besmuikt doen over onze historie. Laten we ook voorkomen dat in het onderwijs geschiedenis verder in de marge wordt gedrongen. Kortom, laten we gewoon erkennen dat historisch besef onmisbaar is voor een volk.
Ja, amen, was ik geneigd te zeggen. En Arnhem bevestigde mij in die opvatting met het argument dat geschiedenis iets is dat vandaag geschreven wordt met het oog op morgen. Hoe dat mogelijk is, blijkt wel uit de gisteren gepresenteerde canon van de geschiedenis die uitmondt in het visioen van een Verenigd Europa. Ik wil er echter graag één dimensie aan toevoegen: laat ook vreemde ogen naar onze historie kijken. Breng de moed op tenminste een afdeling in dit museum in te laten richten door buitenlandse historici. Zij zullen hun (voor)oordelen laten doorklinken over alles wat wij koesteren. Maar dat moet dan maar. Dat relativeert, dat drukt valse gevoelens van nationalisme de kop in, daar kunnen we als natie heel wat van opsteken.
Persoonlijk ben ik nieuwsgierig hoe de Spanjaarden oordelen over onze Tachtigjarige Oorlog. Misschien brengen zij waardering op voor de heldenmoed waarmee we het tegen de toenmalige supermacht opnamen. Maar evenzogoed nemen ze het ons kwalijk dat we het christelijk front tegen de oprukkende moslims ernstig verzwakt hebben. We lieten Karel V en Philips II dit karwei opknappen, terwijl wij hier roekeloos zongen dat we liever Turks dan paaps waren.
Minstens zo nieuwsgierig ben ik naar het oordeel van de Britten. Zijn we in hun ogen de helden die via het koningschap van Willem III Engeland uit de klauwen hebben gered van het katholicisme? Of zijn we verliezers die ons moesten neerleggen bij de Britse suprematie?
En hoe kijken de oosterburen tegen ons aan? Zijn we het vrijgevochten landje dat zij stiekem bewonderen? Of waren we naïevelingen die zich wanhopig vastklampten aan onze neutraliteitspolitiek?
Trouwens, wat vinden Surinamers en Indonesiërs van ons?
Maar het nieuwsgierigst toch ben ik naar oordeel van de Belgen. Zij waren het die na de val van Antwerpen Amsterdam groot en machtig hebben gemaakt. Zij ook stelden Nederland na de Napoleontische tijd in staat een grootsere rol te spelen. Maar, lees ik in het proefschrift van P. van Velzen, wij waren zo stom de eenwording van België en Nederland grondig te verprutsen. Onze regenten waren als de dood voor katholieke overheersing van het Zuiden. Daarom waren zij bereid koning Willem I bijna absolute macht te geven die hij vervolgens gebruikte om de Belgen te kleineren, zodat zij wel in opstand moesten komen.
Stom, zouden we vandaag zeggen. In plaats daarvan geven we de Belgen de schuld en zijn we tot op de huidige dag geneigd hen te blijven kleineren. Niet voor niets zijn Belgenmoppen populair. Het zou daarom van grootmoedigheid getuigen hen in de gelegenheid te stellen ons een spiegel voor te houden. Steken we tenminste nog iets op van onze plotse, zelfgenoegzame zucht naar nationale trots.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.