*

 

Met een energizer pep je de klas weer op

Elisa Hermanides − 18/04/07, 00:59

De Canadese leermethode ’Skills for growing’ leert kinderen omgaan met conflicten en gevoelens door middel van korte groepsspelletjes, energizers.

Drukke klas? Met een ’energizer’ trekt de leraar zijn kinderen zo weer bij de les. Een op de zeven basisscholen maakt gebruik van deze korte groepsspelletjes. Kinderen kunnen hun energie kwijt en leren hoe ze met elkaar om moeten gaan.

Het is muisstil in de klas. De kinderen van groep zeven van de Van Dijckschool zitten in een kring. De kinderen tellen in hun hoofd totdat ze denken dat er precies een minuut voorbij is. Als het zover is moeten ze een plaats vinden langs het rode touw dat in het midden van de kring ligt. Rogier (11) maakt rare gezichten naar Sjors (11) en Hidde (10), maar zij laten zich niet afleiden en tellen door. Opeens staat Sjors op en gaat langs het touw staan. Hidde volgt. Steeds meer kinderen lopen naar het touw. Diantha (11) is in tweestrijd: is er echt al een minuut voorbij?

Een op de zeven basisscholen gebruikt dit soort spelletjes in het kader van de sociaal-emotionele leermethode Leefstijl. De leermethode is een Nederlandse bewerking van het oorspronkelijk Canadese ’Skills for growing’. Het lesprogramma is ontwikkeld om kinderen te leren communiceren, samenwerken en omgaan met conflicten en gevoelens. De spelletjes worden ’energizers’ genoemd en zijn een belangrijk onderdeel van deze leermethode. Ze kunnen op allerlei manieren worden ingezet. Zo zijn er energizers die ervoor zorgen dat een drukke klas weer rustig wordt, maar er zijn ook energizers die kinderen iets leren over samenwerken of die pesten bespreekbaar maken.

Lerares Margreet van Zwieteren geeft een uur per week Leefstijlles aan groep zeven. De kinderen hebben er altijd zin in: „Ze zien het als een les vol spelletjes en leren door de energizers iets over allerlei sociale onderwerpen.” Van Zwieteren gebruikt de energizers ook tussen de lessen door: „Als de aandacht verslapt, doen we een energizer. Dan zijn ze weer fit om verder te leren.”

Van Zwieteren verdeelt groep zeven in tweetallen en legt het rollenspel uit: „De een moet de ander overtuigen om iets te doen wat eigenlijk niet mag. De ander probeert nee te zeggen.” De kinderen beginnen meteen druk tegen elkaar te praten. Charlotte (10) pakt een rode tas die niet van haar is en probeert Amber (10) over te halen om de tas leeg te halen. Maar Amber laat zich niet makkelijk overtuigen. „Kunnen we niet iets anders gaan doen?” Na vijf minuten blaast Van Zwieteren op een fluitje. De kinderen gaan weer in de kring zitten. „Hebben jullie in het echt wel eens meegemaakt dat iemand wilde dat je iets deed wat eigenlijk niet mag?” vraagt Van Zwieteren. Charlotte vertelt dat een vriendin een keer een snoepje pikte in de drogist. „Ze wilde dat ik het ook deed. Ik zei tegen haar dat het niet mocht, maar uiteindelijk heb ik het wel gedaan.”

mailIcon print |