Terwijl de interesse bij twintigers afneemt, springen steeds meer Nederlanders van middelbare leeftijd en ouder op de motor, blijkt uit een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat vandaag verschijnt.
Bijna twee derde van de motorbezitters is inmiddels ouder dan 40. Een derde is de 50 gepasseerd. In 2000 was nog 20 procent van de motoren in handen van twintigers. Nu is dat nog geen 10 procent. Bond van garagehouders Bovag vermoedt dat het lastiger te behalen motorrijbewijs jongeren afschrikt.
R. GrollĂ©, hoofdredacteur van Motor Magazine, spreekt tegen dat oudere mannen die op een motor klimmen last hebben van een midlifecrisis. „Dat is volstrekt achterhaald. Je koopt een stukje vrijheid, een stalen ros waarop je het avontuur tegemoet gaat. Iedereen heeft die behoefte. Alleen rond de 45, 50 gaan de kinderen het huis uit, dan heb je de vrijheid en de centjes om een motor te kopen.”
Ondanks de groeiende groep oudere motorrijders, verkochten dealers in 2006 maar 15.000 motorfietsen. Dat is het laagste aantal sinds 1998. De Bovag maakt zich desondanks geen zorgen. „In het eerste kwartaal van 2007 zijn de cijfers juist weer aangetrokken. De economie zat ook niet mee, en nu weer wel”, aldus woordvoerder Paul de Waal.
Vorig jaar telde Nederland 568.000 motoren. De meeste daarvan zijn gestald in de westelijke provincies, waar niet alleen veel mensen wonen, maar ook veel files staan. De Waal: „De regel is dat je daar met de motor stapvoets tussendoor mag rijden. Het ligt voor de hand dat er daarom veel motoren in het westen zijn.” Friesland, Groningen en Drenthe hebben weinig motorfietsen, maar zijn aan een inhaalslag bezig. Tussen 1998 en 2007 steeg het aantal daar met 67 procent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.