*

 

Vmbo -leerling heeft vaak havo -niveau

Hanne Obbink, redactie onderwijs − 20/11/07, 01:13

Tienduizenden kinderen komen op een te laag niveau in het voortgezet onderwijs terecht. Velen van hen krijgen geen nieuwe kans om hogerop te komen.

Per jaar gaat het mis met twintig- tot dertigduizend kinderen die de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs maken. Zij komen terecht op een lager schoolniveau dan zij wat betreft aanleg aankunnen.

Zo’n vijfduizend van hen komen terecht in het vmbo-t (de vroegere mavo), terwijl ze genoeg aanleg hebben voor havo of zelfs vwo.

Dat is een zeer voorzichtige schatting op grond van cijfers uit eerder verschenen onderzoeken van onder meer de Onderwijsraad en de Onderwijsinspectie.

Het gaat allereerst om kinderen die op de basisschool slechtere cijfers halen dan op grond van hun aanleg verwacht mag worden. Daarnaast zijn er leerlingen die door hun basisschool onderschat worden. Afgemeten aan hun prestaties krijgen zij een te laag advies over hun vervolgschool. In beide groepen (’onderpresteerders’ en ’ondergeadviseerden’) zijn kinderen van laagopgeleide ouders oververtegenwoordigd.

Vooral op de grens van vmbo en havo heeft een te lage schoolkeus ingrijpende gevolgen. Want wie eenmaal in het vmbo zit, krijgt niet snel de kans alsnog hogerop te komen. Slechts één op de tien vmbo-scholieren haalt ooit een hbo-diploma.

Onderwijswetenschappers spreken daarom van een tweedeling tussen vmbo enerzijds en havo en vwo aan de andere kant van de scheidslijn. Dat kinderen in Nederland al op hun twaalfde een beslissende schoolkeus moeten maken – eerder dan in de meeste andere Europese landen – verscherpt die tweedeling.

Morgen begint de parlementaire onderzoekscommissie naar onderwijsvernieuwingen met haar openbare verhoren. Drie van die vernieuwingen hebben ook invloed op de tweedeling in onderwijs. Allereerst de vorming van het vmbo. De tweede vernieuwing, de basisvorming, was een vergeefse poging de gevolgen van de vroege schoolkeus te verzachten. En de tweede fase in havo en vwo, ten slotte, bemoeilijkte de overstap vanuit het vmbo.

De politiek lijkt geen oog te hebben voor de effecten van onderwijsvernieuwingen op de tweedeling. Voor politici is er ’geen eer te behalen’ aan het onderwerp, zegt onderwijssocioloog Jaap Dronkers. „Als het gaat om onderwijskansen is Nederland een van de meest ongelijke landen van Europa”, aldus Dronkers.

mailIcon print |