*

 

Niet elke lastpak heet Ahmed

Rob Pietersen − 30/10/07, 01:57

Om losgeslagen jongeren zoals in het Amsterdamse Slotervaart in het gareel te krijgen, laat de overheid talloze proefballonnetjes op. Maar de pedagoog Abdel Boulal vindt dat het vizier te veel op Marokkanen wordt gericht. „Druk mensen niet in een hoek.”

Er moet een elektronisch kinddossier komen. Er moeten opvoedkampen, internaten en gezinswethouders komen. Het kabinet overweegt zonder tussenkomst van de rechter jongeren uit huis te plaatsen. Ouders van ontspoorde jongens moeten opvoedondersteuning krijgen. En, helemaal nieuw: hun kinderbijslag moet worden ingehouden.

„Ik geloof in de goede bedoelingen bij al die proefballonnetjes”, zegt pedagoog Abdel Boulal. „Maar we moeten wel uitkijken dat we niet aan de trots van ouders komen. Ze moeten niet het idee krijgen dat ze helemaal niets meer goed doen. Soms lukt het die ouders gewoon niet, soms maken ze fouten. Maar dat is geen mandaat om ze tot op het bot te beledigen.”

Abdel Boulal, oprichter van het Intercultureel Pedagogisch Adviesbureau (ICP Advies) in Purmerend, verzorgde sinds 1995 talloze opvoedcursussen in Amsterdam en omstreken. „We hebben zo’n 550 ouders getraind”, zegt hij. „Allemaal op vrijwillige basis. Want alleen zó boek je succes.”

Verwijten, dwang: het helpt volgens Boulal niet. Hij probeert ’onzichtbare’ ouders op een andere manier bij de opvoeding en opleiding te betrekken.

Met ’Oudernetwerk’ probeert ICP de ouders te mobiliseren. De Immanuelschool in het Amsterdamse Slotermeer heeft de primeur, twee andere scholen overwegen ook met Boulals initiatief aan de slag te gaan.

De Immanuelschool veranderde de afgelopen jaren van een witte naar een zwarte basisschool, met ruim tachtig procent leerlingen van allochtone afkomst. „Wij merkten dat het contact met de ouders steeds minder werd”, zegt Inge de Vries, adjunct-directeur van de protestants- christelijke school. „Terwijl meer contact noodzakelijk is: ouders zijn toch de specialisten op het gebied van hún kind.”

Koffie- en themaochtenden waren afgeschaft wegens gebrek aan belangstelling, op informatieavonden was de opkomst voor leerkrachten soms teleurstellend en het schoolplein of de drempel van het klaslokaal leek een doorgeefluik geworden. „Toen kwam de school bij mij”, zegt Boulal. „Wij hebben de expertise, wij kunnen de ouders bereiken.”

Oudernetwerk werkt met Marokkaanse ouders die nu al wel met hun vragen op leerkrachten durven af te stappen. Zij vormen de brug naar de andere ouders op het schoolplein. „Ze zijn mijn ambassadeurs”, zegt Boulal.

Ouders die andere ouders helpen: dat moet de kracht van het nieuwe initiatief zijn. „Veel ouders durven met hun vragen niet naar een juf of meester te stappen”, zegt Elif Selvi, een Turkse moeder van twee kinderen. „Door de cultuur, de taal of uit schaamte. Want wat als je te horen krijgt dat je moet helpen met huiswerk, terwijl je zelf vroeger nauwelijks hebt geleerd? Voor mij was het ook moeilijk en mijn man, die de taal beter spreekt, zat vol met werk.”

„Ik hoor overal om me heen ouders die zo nieuwsgierig zijn, maar niet durven. En ik hoor leerkrachten die ook willen communiceren”, vervolgt Selvi. „Maar beide groepen zien daar een muur tussenin en vragen zich af: hoe kom ik daar overheen?”

„Wij gaan op het schoolplein polsen wat er speelt”, zegt Sabrina Jong, die dochtertje Destiny op de Immanuelschool heeft. „Ik ga vertellen dat hun plicht verder gaat dan te zorgen dat hun kinderen elke dag om half negen op school is. Het gaat om de toekomst van hun kind. Je moet niet wachten op het rapport, je moet gewoon af en toe een babbeltje maken met de leerkracht”, zegt Hassan Laachir, een Marokkaanse vader met twee kinderen.

De ’ambassadeurs’ leggen, begeleid door Eveline Perdijk namens ICP Advies, klachten en wensen van ouders voor aan de directie van de school. „Zo horen wij wat er leeft, wat voor informatie ouders willen hebben en hoe we ze daarmee kunnen bedienen”, zegt De Vries.

Boulal heeft meer ideeën om ouders en scholen beter samen te laten werken, in het belang van het kind. „Ik zou het goed vinden als ouders en scholen een soort convenant tekenen. Het hoeft allemaal niet zo vrijblijvend”, oppert Boulal. „Bij intakegesprekken moet een school ook gewoon aangeven wat de bedoeling is. Dit verwachten we van de ouders en dat mogen de ouders van ons verwachten. Zo’n convenant heeft natuurlijk nul komma nul rechtsgeldigheid, maar het gaat om het gebaar. Ouders krijgen dan ook het gevoel: ik hoor erbij.

„Internaten? Die kunnen voor een groep ook een goede oplossing zijn. Maar organiseer en communiceer het goed. Naar de ouders en naar de gemeenschap. Marokkaanse ouders zien heus wel wat er fout gaat, ze staan over het algemeen best open voor hulp. Maar we moeten ze natuurlijk niet murw beuken door steeds weer ongenuanceerde proefballonnetjes uit de hoge hoed te toveren. Hulp aanbieden is wat anders dan ze stelselmatig kwetsen. Als ze via Oudernetwerk, bij scholen zelf aangeven dat ze hulp willen, is dat toch veel beter dan het van bovenaf opleggen?”

Er is behoefte aan hulp bij het opvoeden, erkent hij. Er gaat van alles fout. Boulal: „Dat proefballonnetje van opvoedondersteuning is ook helemaal geen gek idee. Alle ouders hebben soms een steuntje nodig, of hun zoon nu Ahmed of Piet heet, ze willen allemaal weten hoe het er in andere gezinnen aan toe gaat.”

„De opvoedcursussen die nu worden gegeven zitten vol met hoog opgeleide autochtone ouders die nieuwsgierig zijn. Maar de politiek wil nu natuurlijk vooral Marokkaanse ouders die zogenaamd falen naar zo’n cursus sturen. Zolang het maar geen straf wordt: Als uw kind zich misdraagt dan moet u... En anders korten we u op uw uitkering. Je moet niet meteen van A naar Z sjezen. Het moet een geleidelijke weg worden. Dreigen werkt, denk ik, averechts.”

„Wij kunnen heel veel van die vaders en moeders wel bereiken. Zonder drang, zonder dwang: ze willen echt wel. Er blijven altijd uitzonderingen. Misschien moet je je erbij neerleggen dat er een groep onbereikbaar blijft. Maar dat heb je toch overal?”

Want niet alleen Marokkaanse ouders maken fouten. Het Maasmeisje was niet Marokkaans, zegt Boulal, net zo min als het Meisje van Nulde. Recente gezinsdrama’s in Haarlem, Hengelo, Zoetermeer en Tolbert vonden plaats in doorzonwoningen met spruitjeslucht, in oer-Hollandse wijken. En het Utrechtse Ondiep is berucht om hangjongeren die geen Mohammed of Sadik heten, maar Johnny en Natasja.

Boulal beseft desondanks dat de verwijten toch vooral richting Marokkaanse ouders gaan. Dat al de maatregelen toch vooral zijn bedacht om het wangedrag van hun zonen te beteugelen.

„De druk op de Marokkaanse gemeenschap is enorm. We hebben vier Kamerleden, een staatssecretaris, schrijvers, acteurs en heel veel goede voetballers. Na de Surinamers zijn we het best geïntegreerd. Maar als je meedoet, maak je fouten. En er is een groep die inderdaad heel veel verziekt. Daar zijn we ons echt wel van bewust. Wij moeten niet gewoon ons best doen, wij moeten dubbel ons best doen.”

mailIcon print |