„Het integratiedebat in Nederland wordt gedomineerd door politici die de veenbrand in onze samenleving aanwakkeren, dan wel hun hoofd afwenden en hopen of bidden dat de brand vanzelf uitgaat.” Met de nuchterheid van deze stelling heeft het Kamerlid Henk Kamp afgelopen maandag een poging ondernomen de VVD ver uit de buurt te houden van de veenbranden van Geert Wilders en Rita Verdonk en ver uit de buurt ook van de veronderstelde softe aanpak van de multiculturele PvdA en GroenLinks. En vanwege dat ’bidden’ mag je veronderstellen dat hij het CDA inmiddels ook indeelt bij de multiculti’s.
„Wat nodig is, zijn politici die de brand blussen”, stelt de oud-minister van defensie. Dat is taal naar mijn hart. Met meer dan gewone belangstelling ben ik daarom zijn nota gaan lezen, waarin hij bladzijden lang kans ziet die nuchtere toon vol te houden, tot het toch nog misgaat. Dan lezen we hoe Nederland internationale verdragen moet opzeggen om het probleem van de dubbele nationaliteit op te lossen. En dat hij een test eist voor iedere Nederlander die met een buitenlandse partner trouwt. Beiden moeten aantonen „meer binding te hebben met Nederland dan met het land van herkomst van de huwelijksimmigrant”. Hoe zo’n test handen en voeten moet krijgen, daarover laat Kamp zich niet uit.
Zijn nuchterheid blijkt ten slotte te verdampen met het begrip identiteit. Voor Kamp een reden een lofzang aan te heffen op de Nederlandse identiteit en ruim afstand te nemen van andere identiteiten, tot ver over de grens van het liberale gedachtegoed. Nederland moet vooral geen islamitisch land worden, vindt Kamp.
Waarom dat zo is, zegt hij er niet bij. Dat is vreemd voor een liberaal, die de vrijheid van godsdienst onderschrijft en die het principe huldigt dat de staat geen godsdienstopvatting behoort te hebben. Nou, die heeft Kamp wel. Hij wil iedere opdringerige aanwezigheid van de islam in de openbare ruimte weren. Kamp is voor een boerkaverbod (waar wat voor te zeggen valt uit een oogpunt van veiligheid, hoewel vrijwel niemand zo’n ding draagt). En Kamp wil geen gebedsoproepen horen op straat.
Wie zo’n standpunt inneemt komt onherroepelijk uit bij de vraagof klokgelui en processies ook in de ban moeten worden gedaan. Maar wat dat betreft is de liberaal Kamp liever paaps dan Turks.
Ineens begreep ik ook waarom de VVD vorige week de academische vrijheid te grabbel gooide, door in het voetspoor van Wilders de benoeming van Tariq Ramadan tot hoogleraar islamologie aan de universiteit van Leiden ernstig in twijfel te trekken. Nota bene: die leerstoel is er gekomen met de hartelijke steun van Rita Verdonk. Zij wilde hier opleidingsmogelijkheden voor imams, zodat we daarvoor niet langer zijn aangewezen op het buitenland. Krijgt de universiteit dat eindelijk voor elkaar en kiest die in alle vrijheid uit veertig kandidaten Ramadan als de geschiktste kandidaat, is het weer niet goed.
De trieste reden voor dit alles is dat Ramadan vindt dat islam en democratie, en islam en mensenrechten heel goed samengaan. Zo’n standpunt is voor mensen als Wilders per definitie verdacht. Zo’n wetenschapper houdt er een dubbele agenda op na. Als bewijs voert hij aan dat het sultanaat Oman deze leerstoel financieel mogelijk heeft gemaakt. Dat is een barbaarse dictatuur, oordeelde Wilders over een land dat als een van de weinige Arabische landen het actieve- en passieve kiesrecht voor mannen en vrouwen heeft ingevoerd.
Voor Wilders is het allemaal van nul en generlei waarde. Liever lapt hij de academische vrijheid aan de laars, liever ook torpedeert hij een opleiding voor studenten islamologie, dan de islam een kans te geven. En het meest trieste van alles: brandenblusser Kamp grijpt niet in. Veenbrand of niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.