*

 

Ook wij verdienen aan Darfur (opinie)

Frans Bieckmann en Jan Willem van Gelder, hoofdredacteur van The Broker en directeur onderzoeksbureau Profundo − 10/11/07, 01:10

Vrijwel alle Nederlandse burgers financieren, zonder het te beseffen, de oorlog in Darfur. Via hun bank.

De campagne ’Tot Zover Dar-fur’ moet niet blijven steken in morele verontwaardiging. De buitenlandse bedrijven en overheden die het regime in Soedan actief of passief ondersteunen moeten onder druk gezet worden. Daar zijn genoeg aanknopingspunten voor.

Dat de campagne deze week aandacht vraagt voor Darfur is terecht. Het organiserende platform wil een journalistieke campagne voeren om ’een brug te slaan tussen Nederland en Darfur’. Een lovenswaardig streven, maar er zijn concretere doelstellingen nodig.

Het begint bij een goede analyse waarom het moorden na vier jaar nog steeds doorgaat. Anders dan het platform denken wij niet dat er een gebrek aan media-aandacht voor Darfur is geweest. Wel is er te eenzijdig over Darfur bericht. Het gaat vrijwel uitsluitend over de gevolgen van het conflict – de doden, vluchtelingen en humanitaire hulp – maar nauwelijks over de oorzaken. In de campagne ligt de nadruk op de zware morele lading met symboliek ontleend aan de Tweede Wereldoorlog – Nie Wieder, Kristallnacht en Radio Oranje.

De meewerkende reclamebureaus en campagneorganisaties denken waarschijnlijk dat je Nederlandse burgers via dit soort associaties beter kunt betrekken bij wat zich in Dar-fur afspeelt. Maar je kunt ook je doel voorbijschieten. Het beeld dat nu ontstaat – gemene racisten die via etnische zuiveringen onschuldige burgers vermoorden en verdrijven – is niet onwaar, maar slechts een deel van het verhaal. En verkeerde beeldvorming leidt tot verkeerde oplossingen.

Darfur is veel complexer. Veel verschillende politieke en economische factoren werken op elkaar in. Droogte zorgt voor conflicten over weidegronden en water. Rebellen komen in opstand tegen politieke en economische marginalisering. Het regime in Khartoem voert een gewiekste verdeel-en-heerspolitiek met de bevolking, de verschillende stammen, de hulporganisaties en de internationale gemeenschap. Het conflict rondom Darfur is ook onlosmakelijk verbonden met ontwikkelingen in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Vredesonderhandelingen leidden, mede door ondoordacht optreden van buitenlandse bemiddelaars, in mei 2006 tot een doodgeboren akkoord. De regering in Soedan kwam als winnaar uit de bus: de rebellen zijn verdeeld, en inmiddels vecht iedereen tegen iedereen in Darfur.

In de Verenigde Staten dwong een sterke protestbeweging de regering-Bush tot een stevig standpunt over Darfur. Sinds in 2004 de term ’genocide’ werd gebruikt, klonk de roep om gewapende interventie steeds luider. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het sturen van een VN-vredesmacht, die de mensen in de kampen in en rond Darfur moet beschermen.

Een belangrijke stap, maar het is een illusie om te denken dat gewapend ingrijpen voldoende is. Alleen een breed gedragen politiek akkoord tussen de strijdende partijen, dat de macht en welvaart eerlijk verdeelt en de veiligheid en participatie van de bevolking van Darfur garandeert, biedt uitzicht op duurzame vrede.

Om de vechtende partijen in Dar-fur – in de eerste plaats de regering in Khartoem – te dwingen tot een politieke oplossing, is politieke en economische druk nodig. Dat maakt een duidelijke analyse van de verschillende politieke en economische belangen, die de conflicten in Darfur laten voortduren, zinvoller dan een ongericht appel op sentimenten ontleend aan de Tweede Wereldoorlog. Want uit zo’n analyse zal blijken dat Nederlandse burgers allang betrokken zijn bij Darfur: Als inwoners van de Europese Unie, maar ook als financiers van de bedrijven die het regime ondersteunen.

De regering van Soedan is zeker gevoelig voor buitenlandse druk. Maar die druk stelde de afgelopen jaren weinig voor. De westerse landen zijn verdeeld. Sommige veiligheidsdiensten werken samen met hun Soedanese collega’s in de strijd tegen het islamitische terrorisme.

De Europese Unie toont zich tandeloos. De campagne ’Tot Zover Darfur’ zou, samen met soortgelijke campagnes in andere lidstaten, een krachtig Europees beleid ten aanzien van Darfur moeten eisen. Om dat te bereiken zou blootgelegd moeten worden wie er dwarsligt in Europa en waarom. Naming and shaming helpt.

Een andere invalshoek biedt de financiering van de belangrijkste olieproducenten in Soedan: CNPC (China), ONGC (India) en Petronas (Maleisië). CNPC-dochter Petrochina is nu het duurste bedrijf ter wereld, met aandelen in handen van beleggers over de hele wereld.

Ongetwijfeld ook van Nederlandse financiële instellingen. Vrijwel alle Nederlandse burgers financieren, via hun beleggingsfonds, hypotheek of pensioenfonds, bedrijven als Petrochina. PGGM bezit bijvoorbeeld voor 22 miljoen euro aandelen Petrochina, collega ABP zelfs voor 130 miljoen.

De vermogensbeheerders van ABN Amro, ING, Fortis en Robeco beheren ieder tientallen miljoenen euro’s aan aandelen Petrochina. De ING Bank regelde vorig jaar een lening aan CNPC van meer dan 1 miljard dollar.

Banken en vermogensbeheerders uit heel Europa financieren de oliebedrijven die het bewind in Soedan overeind houden. Hun Amerikaanse collega’s worden daar echter door de protestbeweging tegen de oorlog in Darfur al veel langer op aangesproken.

Fidelity, ’s werelds grootste vermogensbeheerder, verkocht daarom zijn aandelen in Petrochina. Het Californische pensioenfonds Calpers, een van de grootste ter wereld, weert inmiddels negen bedrijven die in Soedan investeren uit zijn portefeuille.

Het is dus mogelijk. ’Tot Zover Darfur’ zou mensen moeten mobiliseren om Europese overheden, bedrijven en financiële instellingen te dwingen om hun verantwoordelijkheid te nemen ten bate van een duurzame vrede in Darfur.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />