*

 

Suzet krijgt slaag als ze vrolijk is

Frans Schrijver − 09/10/07, 16:18

In Haïti geven arme ouders hun kinderen weg om ze een betere toekomst te bieden. Maar vaak komen deze ’restaveks’ terecht in een situatie van uitbuiting en misbruik.

„De andere kinderen gaan naar school, maar ik niet. Ik moet schoonmaken, de was doen, en water dragen”, vertelt de tienjarige Suzet Gedean. Ze woont in Bouk-Chanpay, een van de vele sloppenwijken van Port-au-Prince, maar niet bij haar eigen familie. Suzet is een ’restavek’ (‘verblijft bij’ in het Creools).

„In de dorpen op het platteland is geen school, geen werk, er is niets. Plattelandsfamilies geven hun kinderen aan vaak even arme families in de stad, omdat ze denken dat daar meer mogelijkheden zijn. Het gaat soms om familieleden of kennissen, maar meestal om onbekenden”, zegt Jean-Baptiste Miguel, de oprichter van Foyer Maurice Sixto, een door de hulporganisatie Terre des Hommes gefinancierde opvangschool voor restaveks.

Maar vrijwel altijd worden de plattelandskinderen door hun nieuwe gezinnen uitgebuit als gratis arbeidskracht en komt er van scholing weinig terecht. „Ze worden bijna nooit als deel van het gezin behandeld. Bijna alle restaveks, soms vier, vijf jaar oud, worden gedwongen te werken, hebben geen vrijheid, en worden mishandeld, als een kleine slaaf”, aldus Miguel.

Door de gebrekkige infrastructuur in Haïti, waar reizen voor velen een luxe is, hebben ouders zelden contact met hun weggegeven kinderen. Suzet heeft haar echte ouders nooit meer teruggezien. „Ik mis ze erg, ik had het veel beter daar”, zegt ze. „Ik word vaak geslagen als ze vinden dat ik te vrolijk ben. Ze slaan me met een stok, omdat ik teveel speel en niet genoeg werk. Ik moet op de grond slapen in de keuken. En bij het eten zitten de andere kinderen aan tafel, maar moet ik buiten blijven en mag ik later eten wat er over is”.

Een dergelijke behandeling is volgens Miguel eerder regel dan uitzondering. „Vaak komen kinderen met striemen op hun armen bij ons op school.” Ruim 300 kinderen vangt hij dagelijks op, ’s middags nadat ze hun werk hebben gedaan. „Lang niet alle families willen hun restavek naar onze school sturen, soms denken ze dat we ze tegen hen opzetten.”

Het lijkt een druppel op een gloeiende plaat. Volgens Unicef, de kinderorganisatie van de Verenigde Naties, zijn er 173.000 restaveks in Haïti. Andere bronnen gaan uit van 300.000, op een totale bevolking van ruim 8,5 miljoen mensen.

Uiteindelijk belanden de meeste restaveks op straat: als ze te oud worden, als ze rebels zijn of vluchten, of als ze zwanger raken. De meeste restaveks zijn meisjes, en volgens Miguel komt seksueel misbruik erg veel voor: „Meisjes van tien, elf jaar zijn overgeleverd aan de jongens van de familie. Waar zouden ze naartoe kunnen?”

Internationale organisaties in Haïti hebben lang geen oog gehad voor de situatie van restaveks. „Er was vooral aandacht voor straatkinderen, een internationaal bekend fenomeen, maar restaveks waren een vergeten groep, onbekend en onzichtbaar”, aldus Njanja Fassu, hoofd van de afdeling Kinderbescherming van Unicef in Haïti.

Ook de Haïtiaanse overheid geeft de restaveks geen prioriteit. Er zijn volgens Fassu onvoldoende wetten om kinderen te beschermen, maar bestaande wetten worden ook nauwelijks nageleefd. „Het belangrijkste is dat het thema van de restaveks in Haïti echt als een probleem gezien gaat worden. Er is een neiging het te ontkennen.”

Het lastige is dat de ouders toestemming hebben gegeven, maar vaak niet weten hoe hun kind wordt behandeld. Ook ontbreekt het hen aan middelen om de kinderen weer terug te nemen. Maar het is volgens Miguel ook een cultureel probleem. „Sinds de slaventijd is het traditie om kinderen weg te nemen bij hun ouders. Dat blijft bij ons in het hoofd zitten: kinderen zijn er om te werken. Het gaat erom de manier waarop wij naar kinderen kijken te veranderen.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />