*

 

duurzaam produceren / Alles wordt steeds opnieuw gebruikt

Janne Chaudron − 01/11/07, 01:37

Produceren zonder afval. Het principe van cradle-to-cradle verovert de wereld en Nederland. In Venlo gaan vijftig bedrijven op deze duurzame manier produceren.

Een schoen, een auto, een stoel. Alles eigenlijk. Wat zou het mooi zijn als producten aan het eind van hun levenscyclus opnieuw onderdeel worden van het productieproces. Dat is het principe van cradle-to-cradle (C2C). Ford, Nike en Volkswagen passen het concept al toe.

Het Nederlandse bedrijfsleven is ook geïnteresseerd. Zo willen vijftig bedrijven in Venlo, variërend van de industriële, de agrarische en de logistieke sector, aan de slag met cradle-to-cradle . Letterlijk betekent dat: van wieg-tot-wieg.

De gemeenten Almere en Maastricht willen het concept toepassen bij het bouwen van nieuwe woningen, waarbij het uitgangspunt is dat de huizen meer energie produceren dan ze verbruiken. Zonnepanelen en groene daken moeten dat mogelijk maken. Bovendien moeten de huizen het afvalwater zelf zuiveren, zodat het hergebruikt kan worden.

Vandaag en morgen organiseert directeur Roger Cox van de stichting ’Planet Prosperity Foundation’ in Maastricht een congres met de titel: Let’s Cradle. De stichting wil het bedrijfsleven onder andere aanzetten tot duurzaam produceren. Ook hoopt Cox het concept van C2C onder de aandacht te brengen bij de Nederlandse consument. De directeur is van mening dat C2C kan zorgen voor een industriële revolutie.

Cox: „Het concept levert twee grote voordelen op voor bedrijven: het is duurzaam en het genereert economische groei.” Hoe? „Neem bijvoorbeeld tapijtfabrikant Shaw uit de Verenigde Staten. Daar wordt tijdens het productieproces elke grondstof uit een oud tapijt gerecycled. Die wordt weer gebruikt voor het maken van een nieuw tapijt. Niets wordt weggegooid. Een cyclus zonder afval. Dat zorgt voor grote economische voordelen, omdat bedrijven niet meer afhankelijk zijn van grondstoffen.”

Maar C2C vergt wel een denkomslag voor bedrijven, benadrukt Cox. „Met name tijdens de ontwerpfase. Producten moeten opgebouwd zijn uit verschillende onderdelen. Een stoel bijvoorbeeld, moet volledig uit elkaar gehaald worden, zodat elk onderdeel weer deel uitmaakt van een nieuwe cyclus.”

Cradle-to-cradle werd bedacht door de Amerikaanse architect William McDonough en de Duitse biochemicus Michael Braungart. Bij de Zwitserse textielfabriek Rohner brachten de twee mannen in 1993 hun ideeën in praktijk. De fabriek was al jaren op zoek naar een manier om milieuvriendelijk kleurstoffen te scheiden, want strenge milieuwetgeving maakte het steeds moeilijker voor de meubelfabrikant om te overleven.

„Braungart verving chemische kleurstoffen door onschadelijke natuurproducten. De bekleding werd vervangen door weefsel dat hergebruikt kon worden”, zegt voormalig directeur van de fabriek Albin Küllin.

Küllin, die enthousiast werd, is inmiddels samen met Braungart eigenaar van EPEA, een bedrijf dat C2C onder de aandacht brengt. Dat lukt aardig. In de Verenigde Staten, Frankrijk, en de Scandinavische landen is het een succes. EPEA heeft zelfs fabrieken in Azië ertoe kunnen bewegen om het concept toe te gaan passen. Van cosmetica- tot schoenenfabrikanten; in bijna elke industrie kan C2C gebruikt worden.

Küllin is ervan overtuigd dat cradle-to-cradle ook in Nederland een succes wordt.

„Nederland heeft een bloeiende maakindustrie. Al bij het begin van het productieproces kunnen ontwerpers rekening houden met het feit dat hun product recyclebaar moeten zijn. Bovendien zijn én de agrarische, én de logistieke én de industriële sector goed vertegenwoordigd in Nederland. Al deze industrieën kunnen samenwerken bij de toepassing van het concept.”

De Zwitser benadrukt wel dat er een breed netwerk nodig is om cradle-to-cradle tot een succes te maken. „De overheid, het bedrijfsleven en de consument moeten hun krachten bundelen.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />