*

 

Strijden voor humor, liefst met een grap

door Nahed Selim − 09/03/07, 17:26

Kunnen islam en humor samengaan? Het is een vraag die na de Deense cartoonrellen van vorig jaar klemmender is dan ooit.

„Moslimhumor bestaat”, schrijft Nahed Selim. „Maar het zijn zelden de vrome gelovigen die religieuze grappen verzinnen.” De illustraties zijn van Pieter Geenen, bekend van zijn maandagse strip ’Het dagboek van Anton Dingeman’ in deze krant.

Na zijn dood komt ayatollah Khomeini in de hemel. Hij wil in het hiernamaals graag Mohammed ontmoeten, voor wie hij zich immers zijn hele leven heeft ingezet. De eerste die hij tegenkomt, is Jezus. „Zeg Jezus, waar kan ik Mohammed vinden?” Jezus vraagt: „Wil je thee?” Khomeini lust geen thee. Jezus haalt de schouders op en loopt door. De volgende die Khomeini tegenkomt, is de Boeddha. Khomeini vraagt naar Mohammed. „Wil je thee?”, is weer de wedervraag. Nee, Khomeini wil geen thee. Hun wegen scheiden. Daarna komt Khomeini Krisjna tegen, en ook hem vraagt hij naar Mohammed. Alweer vraagt Krisjna of hij thee wil. Khomeini denkt: verdorie, je krijgt hier pas antwoord als je eerst thee drinkt. Het zal wel een of andere gastvrijheidscode zijn. Vooruit dan maar.

Hij zegt tegen Krisjna: „Ja, ik wil thee.” Krisjna knipt daarop met de vingers en roept: „Mohammed, één thee!”

Deze grap over de islam doet ook in moslimlanden de ronde, maar dan natuurlijk met Krisjna of de Boeddha als kelner.

Wie nadenkt over islam en humor kan niet om de Deense spotprenten heen. Op 30 september 2005 publiceerde het Deense dagblad Jyllands-Posten een dozijn spotprenten over de Profeet Mohammed. Vertegenwoordigers van een aantal moslimorganisaties maakten daarop een rondreis door de islamitische wereld om de prenten overal te laten zien. Extreem gewelddadige betogingen waren het gevolg, tegen Denemarken en tegen het Westen. De affaire is de grootste rel tot nu toe rond satire en religie. Terecht leeft er bij velen de twijfel of er wel humor in de islam bestaat.

De Canadese moslimcomedy ’Little Mosque on the Prairie’ probeert deze twijfel weg te nemen. De serie die injanuari 2007 begon, wil Canadese moslims in het tijdperk na 11 september op humoristische wijze portretteren. Het verhaal begint met een jonge advocaat die een veelbelovende carrière in de advocatuur in Toronto opgeeft om imam te worden in Mercy, een kleine Canadees stadje. Op het vliegveld wordt hij uit de rij geplukt, nadat een ambtenaar hem toevallig een verdacht telefoontje heeft horen plegen. De toekomstige imam had het over ’een zelfmoordcarrière’. De bewakingsbeambte aarzelt geen seconde: „Nee meneertje, jij gaat niet naar het paradijs vandaag.”

De serie is geschreven door de Canadese gehoofddoekte moslima Zarqa Nawaz. Volgens de regisseur van de serie, Islander Kennedy, is het een geweldig idee op een perfect tijdstip. „We hebben een comedy nodig die over moslims gaat en in het algemeen over onze angsten voor alles wat anders is.” Volgens hem wordt in de comedy om iedereen gelachen: moslims, christenen en niet-moslims. Iedereen deelt in de pret.

Na één aflevering had de comedy bijna alleen lovende recensies geoogst. Maar kritische geluiden waren er ook. De serie zou de blanke Canadezen neerzetten als domme, bekrompen burgers, tegenover de nobele, vertrapte moslims, die zich alleen maar geaccepteerd willen voelen, terwijl ze tegelijkertijd minachting tonen voor de autochtonen en hun kafir (ongelovige) manier van leven.

Een journalist vroeg aan de schrijfster of de serie niet beledigend was voor mensen die niet konden lachen om moslims die grappen maken over terrorisme. Haar antwoord was assertief. Volgens haar zouden alleen mensen met extreme denkbeelden zonder gevoel voor humor beledigd zijn.

De vraag of je kunt lachen om moslims die grapjes maken over terrorisme, is begrijpelijk. Zelf zie ik niet in waarom iemand daarover geen geintje zou mogen maken, zolang hij duidelijk laat blijken dat hij, net als het grootste deel van de wereldbevolking, terrorisme abject vindt. Anderzijds zie ik dit nog niet gebeuren in deze Canadese comedy. Voor een orthodoxe schrijfster met een hoofddoek is het onmogelijk een moslim in moeilijkheden anders te portretteren dan als slachtoffer. In het geval van de grap over het terrorisme, wilde ze laten zien hoe een ’onschuldige’ moslim het slachtoffer werd van vooroordelen en antiterroristische maatregelen.

Een Iraakse cartoonist daarentegen maakte wel een geslaagde grap over terrorisme. Op Valentijnsdag tekende hij een dronken man die een grote bundel dynamietstaven, aan elkaar gebonden met een rode strik, in zijn armen sluit, terwijl hij er een liefdesliedje voor zingt. Op de tekening staan ook roze hartjes, een pot met een roos en handwapens. Het bijschrift is een citaat van Nathim Al-Ghazali, een populaire Iraakse zanger uit de jaren vijftig: „Ik houd van je, en van iedereen die van je houdt. Ik houd van de rode rozen die jouw wangen kleuren, jij mijn geliefde.” Bovenaan de tekening stond: ’Met excuses aan Nathim Al-Ghazali’.

Deze cartoon stond op de internetkrant sotaliraq.com, die een aparte rubriek heeft voor striptekeningen: ’De wereld van de karikatuur’. Dezelfde dag was er een andere strip te zien, naar aanleiding van een verzoek van sjiitische geestelijken om het curriculum van het seculiere onderwijs in Irak te veranderen. Op de tekening een imam die, geholpen door een andere man, een kind ondersteboven vasthoudt en hem met een stok op de voetzolen slaat, terwijl de kinderen op de grond verschrikt toekijken. De setting is duidelijk die van een koranschool.

Is dit islamitische humor? Dat weten we niet zeker. De krant wordt gemaakt in een islamitisch land, maar het is vooral een politieke krant. De tekenaars kunnen moslims zijn. En zelfs een in Londen verschijnende krant als As-Shark al-awsat, eigendom van een reactionaire Saoedische mediagroep, geeft soms ruimte aan liberale geluiden. Op 13 februari gaf een strip scherpe kritiek op de aanhoudende conflicten tussen moslims onderling. Je ziet een traditionele man een waterpijp roken. Op het onderste kooltje staat ’Irak’. Erbovenop wordt een nieuw kooltje gelegd: ’Libanon’. Onderschrift: ’Sektarisch roken’. De schuld van het sektarische geweld wordt niet, zoals gebruikelijk, in de schoenen van de Verenigde Staten, het Westen en Israël geschoven. Het is de gewone man die rookt.

Het doet me denken aan een grapje van eigen bodem. Twee moslims bladeren door een krant. Op de voorpagina staan weer berichten over Iraakse soennieten en sjiieten die elkaar opblazen.

„Ik haat mezelf”, zucht de ene moslim wanhopig.

„Moslimbasher!”, roept de andere verontwaardigd.

Moslimhumor bestaat. Maar die komt van atheïsten of seculiere moslims. Het zijn zelden de vrome gelovigen die religieuze humor verzinnen. Om erachter te komen hoe zij over humor denken, kunnen we terecht bij dr. Mohammed Ali van de website islam.com. Geconfronteerd met de beschuldiging dat de islam geen humor tolereert, doet hij zijn best om het tegendeel aan te tonen. „De moslim heeft gevoel voor humor, dat maakt dat mensen van hem houden. Hij gaat met ze om en maakt grapjes wanneer dit gepast is, zonder te ver te gaan of pijnlijke dingen te zeggen. Zijn humor blijft binnen de grenzen van de islamitische tolerantie en is toegestaan, zolang die niet bezijden de waarheid ligt.”

Wat hij bedoelt met die laatste zin is denk ik het volgende: wanneer we humor willen horen, dan zoeken we anekdotes in de biografie van de Profeet, we vertellen de grappige situaties na, maar we verzinnen niets over hem dat niet daadwerkelijk in de bronnen staat.

Humor over de Profeet zou dan bijvoorbeeld gaan over die keren dat hij wedstrijden hield met zijn piepjonge vrouw Aïsja om te zien wie het snelste kon rennen. Aïsja won van hem toen ze twaalf jaar, mager en lenig was. Mohammed zei niets en wachtte een paar jaar voor hij haar voorstelde weer samen met hem te rennen. Aïsja was inmiddels veertien jaar, en wat dikker en zwaarder. Mohammed won, op zijn 58ste. Breed lachend zei hij: „Nu staan we quitte.”

Een andere grap gaat over een oude vrouw die de Profeet vroeg voor haar te bidden zodat ze in het paradijs terecht zou komen. Daarop zei Mohammed ernstig: „Geen enkele oude vrouw komt in het paradijs.” De vrouw schrok zich naar. Waarop Mohammed verrukt lachte en zei: „God zou echtgenotes opnieuw jong, maagd en puur maken.” (Waarbij hij Koran 56: 35-36 citeerde.)

Weer een andere anekdote gaat over een zekere Zahir, een zeer lelijke bedoeïen, bevriend met Mohammed. Hij bracht de Profeet vaak geschenken uit de woestijn en Mohammed op zijn beurt voorzag hem in spullen om aan gewapende expedities deel te kunnen nemen. Op een dag liep Mohammed op Zahir af, terwijl die op de markt spullen stond te verkopen, en sloeg zijn armen om hem heen. De man kon niet zien wie hij was en riep: „Wie je ook bent, laat me onmiddellijk los.” Toen hij ontdekte dat hij de Profeet was, herstelde hij zich. Mohammed wees op de man en riep hardop: „Wie wil deze slaaf kopen?” Zahir zei: „Je zult zien dat ik onverkoopbaar ben.” Waarop Mohammed antwoordde: „In de ogen van God ben je verkoopbaar (of waardevol).”

Dit zijn het soort grappen die niet ’bezijden de waarheid’ zijn en volgens Al-Hashimi over Mohammed verteld mogen worden. Ook moeten deze anekdotes aantonen hoeveel gevoel voor humor Mohammed had en hoezeer hij van het leven genoot.

Dat willen wij best aannemen. Belangrijker is de vraag waarom mensen van nu geen gevoel voor humor meer mogen hebben. Waarom ze bedreigd worden als ze grappen maken en waarom ze niet van het leven mogen genieten.

In de huidige context is het niet meer humoristisch om op je 56ste een wedstrijd te houden met een kindbruidje van twaalf. Zo’n huwelijk is zelfs niet meer toegestaan. Ook hoeven we niet te doen alsof we onze vrienden als slaven op de markt verkopen: slavernij is inmiddels afgeschaft. Zelfs het laten schrikken van oude vrouwtjes wekt niet meer onze lachlust op.

Waar kunnen we nu dan nog wel om lachen? Misschien om het feit dat dit vroeger allemaal mogelijk was. En om de kortzichtigheid van de geestelijken die van ons eisen dat we het voorbeeld van de Profeet in dit alles nog steeds moeten volgen.

Willen we weten hoe de islam werkelijk staat tegenover het maken van grapjes over de Profeet, dan moeten we kijken naar het gedrag van Mohammed tegenover dichters en tegenstanders die hem bekritiseerden of bespotten. Hij wordt immers gezien als de beste vertolker van de islamitische gedragsleer. Een van die verhalen staat in de overleveringen van Buchari, boek 5, nummer 369. „De Profeet Gods zei: ’Wie is bereid Ka’b bin al-Ashraf te vermoorden, omdat hij God en zijn apostel pijn doet?’ Maslama stond op en zei: ’O Profeet Gods, wilt u dat ik hem ombreng?’ De Profeet zei ja.” De lange hadith beschrijft vervolgens hoe de moord plaatsvond. Als je dit leest, dan vraag je je af: hoe kan een gewone man God pijn doen? Staat God dan niet boven iemand als Ka’b bin al-Ashraf die de Profeet bespotte?

Dit verklaart misschien waarom sommige moslims cabaretiers en criticasters van de islam bedreigen. Een woordvoerder van de Amsterdamse moskee As-Soennah verklaarde tegenover het universiteitsblad Folia dat cabaretier Ewout Jansen – hij had een aantal grappen over moslims gemaakt – ’volgens de islam’ geslagen of doodgemaakt mag worden. Dat zei de woorvoerder niet omdat hij een extremist is, maar omdat hij trouw wilde blijven aan het voorbeeld van de Profeet. Het extremisme zit niet zozeer in de woorden van de man, maar vooral in de bronnen waaruit hij put.

Orthodoxe moslims bevinden zich nu eenmaal in een groot dilemma. Aan de ene kant willen ze graag dat de islam een religie is van tolerantie en vrede, aan de andere kant willen ze trouw blijven aan de regels van de islam, zoals Mohammed die in de praktijk bracht.

Een uitweg kan natuurlijk zijn om alle negatieve verhalen over de Profeet af te doen als onbetrouwbaar. Maar die verhalen komen uit dezelfde bronnen die iedere gelovige als authentiek beschouwt. Het in twijfel trekken van een deel van de bronnen zet op den duur de rest ook op losse schroeven. Bovendien staan in de Koran soortgelijke teksten.

Daarom loopt de weg van de orthodoxe islam in het Westen vroeg of laat toch dood. Het Westen kan onmogelijk voldoen aan de eisen van de orthodoxe islam zonder zichzelf te verloochenen en zonder essentiële waarden als de vrijheid van meningsuiting af te schaffen. Het voortdurend bedreigen van mensen met een afwijkende mening kan niet eindeloos doorgaan. Onlangs werd mijn dappere, aardige collegaschrijfster Naima El Bezaz ook al bedreigd. Daar zouden wij met z’n allen luider tegen moeten protesteren.

Toch bestaat er in sommige islamitische landen een rijke traditie van satire en karikatuur. Meer dan een eeuw lang werd erop los getekend, ook over religie. Die traditie floreerde toen de orthodoxen minder macht hadden dan nu. Tegenwoordig zijn zij aan de winnende hand, en dat is meteen te merken.

De zaak rond het Marokkaanse tijdschrift Nichane laat zien dat in islamitische landen dezelfde strijd woedt tussen mensen die ruimte voor de vrijheid van meningsuiting willen en mensen die de samenleving een dwingende religiositeit willen opleggen. In januari 2007 veroordeelde de rechtbank hoofdredacteur Driss Ksikes en auteur Sanaa Elaji tot een voorwaardelijke celstraf van drie jaar en een boete van ruim 6.000 euro. Hun vergrijp: zij hadden in een speciaal themanummer grappen gepubliceerd over de islam die onder het volk de ronde doen. In een daarvan speelt een fundamentalist met zijn zoontje en noemt hem liefkozend ’mijn kleine bommetje’.

In een openbare verklaring spraken de twee journalisten de beschuldiging van ’laster van de islam en schending van de publieke moraal’ krachtig tegen. Het was nimmer hun bedoeling geweest om religieuze gevoelens te kwetsen. Uit solidariteit met de twee journalisten ondertekenden duizenden uit de hele wereld een petitie. De meeste namen op de lijst waren Arabisch en islamitisch. Het laat zien dat er tallozen zijn in de moslimwereld die beseffen dat ruimte voor humor en satire iets is waarvoor je moet strijden – het liefst met een grap.

Dat vindt ook een groep Duitse moslims en ex-moslims die zich onlangs verenigden in de Zentralrat der Ex-Muslime. Hun initiatief was een reactie op een rel vorige maand tijdens het carnaval. Een praalwagen toonde twee identieke, met wapens en een springstofgordel uitgeruste imams. ’Cliché’, stond op de ene figuur. ’Werkelijkheid’, op de andere. Heel goed bedacht, zou ik zeggen, maar de Zentralrat der Muslime (ZMD) vond van niet. Aiman Mazyek, de secretaris-generaal van de ZMD, kon er niet om lachen. Hij liet de bekende argumenten horen: provocatie, vooroordelen, etcetera. Zijn organisatie zegt namens de 3,5 miljoen moslims in Duitsland te praten en wordt gewoonlijk door de Duitse overheid geloofd. Daaraan wil de nieuwe groep een einde maken. Zij zijn anders. Zij zijn seculiere humanisten. Ook willen ze met hun naam duidelijk maken hoe moeilijk de situatie is van ex-moslims in het Westen. Een aantal van hen is inderdaad bedreigd en geniet nu bescherming. Tegen humor hebben ze zeker geen bezwaar.

Het wordt tijd dat we al die grapjes niet zo serieus nemen. Van oudsher vormen humor, zelfspot en zelfrelativering een belangrijk overlevingsinstrument. Zo is de rijke Joodse humor ook ontstaan. Wat is er heerlijker dan om jezelf en om elkaar te kunnen lachen?

Neem dit grapje. Waarom zet een Marokkaan zijn fiets nooit op slot? Antwoord: die blijft toch in de familie.

Deze mop hoorde ik van een jonge Marokkaan. Hij kon er zelf ook hartelijk om lachen.

De conclusie dringt zich op: hoe minder orthodoxe islam, hoe meer ruimte voor humor. De gedachte dat de orthodoxe islam op een of andere manier toch te combineren valt met de vrijheid van meningsuiting is een vrome, politiek-correcte utopie van mensen die hebben afgeleerd naar de werkelijkheid te kijken. Ze zien hun idealen voor waar aan, zelfs als alles ertegen spreekt.

Intussen hebben wij duizenden islamgrappen nodig van duizenden dappere cabaretiers, striptekenaars, schrijvers en journalisten.

Volgens Godfried Bomans is humor ’overwonnen droefheid’. Er is nog een hoop droefheid te overwinnen.

Nahed Selim is moslima, tolk en publiciste. Volgende maand verschijnt bij uitgeverij Houtekiet haar nieuwe essaybundel ’Allah houdt niet van vrou wen’.

mailIcon print |