De Nederlandse Publieke Omroep is van en voor iedereen, overal en altijd. Zo luidt althans de eerste zin van de missie van de NPO. In de praktijk blijkt het lastig om er voor iedereen te zijn.
Critici noemen de Publieke Omroep al decennialang een links bolwerk. Of dat klopt, is moeilijk vast te stellen. „Er is nauwelijks wetenschappelijk onderzoek naar gedaan”, zegt UvA-onderzoeker Otto Scholten. De kritiek is meestal vaag en algemeen – ’het is een linkse boevenbende’ – maar lijkt zich vooral te richten op actualiteitenrubrieken en het Journaal.
Afgelopen juni ontstond ophef over het ontslag van columnist Joshua Livestro bij ’Buitenhof’, wat volgens sommigen het gevolg was van zijn rechtse standpunten. Geert Wilders noemt programma’s als ’Buitenhof’ en ’Nova’ links gespuis. „Als wij het voor ’t zeggen krijgen, is Clairy Polak de eerste die van haar wachtgeld mag gaan genieten”, zei Wilders over de Nova-presentatrice.
„We hebben in ieder geval een imagoprobleem en misschien ook wel een echt probleem”, erkent Harm Bruins Slot, voorzitter van de Raad van Bestuur van de NPO. Om hier achter te komen, gaat de Publieke Omroep volgend jaar verkennen in hoeverre de Nederlanders zich nog thuis voelen bij de NPO. Het is voor het eerst dat de Publieke Omroep zo serieus op de kritiek reageert.
Het onderzoek beperkt zich niet tot de vraag of de NPO nu wel of niet te links is. Ook wordt bekeken of de Nederlandse omroep niet te veel randstedelijk en te weinig provinciaal is of te veel elitair en te weinig volks. Als je de pretentie hebt om er voor en van iedereen te zijn, dan moet je ook scherp onder ogen willen zien of dat nog wel klopt, aldus de NPO.
„Het oorspronkelijke idee was dat de optelsom van de verschillende verenigingen voor pluriformiteit zorgt”, zegt Scholten. „Maar het werkt niet meer om pluriformiteit op zo’n institutionele manier te regelen. Op langere termijn is het huidige systeem niet houdbaar.”
De bedoeling is dus dat de afzonderlijke omroepverenigingen gekleurd mogen zijn maar dat ze samen zorgen voor voldoende pluriformiteit. Dat bijvoorbeeld de Vara een linkse omroep is, is dus geen kwalijke zaak maar een logisch gevolg van de manier waarop de NPO werkt. En dat ’De Wereld Draait Door’ of ’Pauw & Witteman’, beide gemaakt door de Vara, een linkser geluid laten horen dan bijvoorbeeld het EO-programma ’Het Elfde Uur’ met Andries Knevel, valt te verwachten. Het probleem is niet zozeer dat de Vara links is, wat overigens geenszins een geheim is. De vraag is alleen of er voldoende rechtse programma's tegenover staan. Ligt het probleem misschien niet bij de bestaande omroepen maar juist bij wat er ontbreekt?
En ook deze vraag gaat niet alleen op voor de discussie of de publieke omroep politiek gezien neutraal is. Ook moslims bijvoorbeeld worden niet evenredig vertegenwoordigd. De Nederlandse Moslim Omroep heeft per week maar één uur zendtijd op televisie. En dat is niet veel voor de ruim 850.000 moslims die Nederland volgens het CBS telt.
De hoeveelheid zendtijd van de omroepen wordt nog altijd bepaald door het aantal leden dat ze hebben. En die ledenaantallen corresponderen tegenwoordig veel minder dan vroeger met de werkelijke grootte van de achterban van een omroep. BNN bijvoorbeeld heeft grote moeite om jongeren te overtuigen van het nut van een lidmaatschap. Maar dat betekent niet dat jongeren de omroep niet waarderen.
Dat het systeem in de jaren zeventig nog wel voldeed, komt doordat de verzuiling toen nog veel sterker was, legt Scholten uit. „De KRO, Avro en Tros hadden toen elk een eigen actualiteitenrubriek.” In de jaren negentig gingen de actualiteitenprogramma’s van Vara, Avro, KRO, NCRV en Tros samenwerken en bleven er drie rubrieken over. „Deze drie – ’EénVandaag’, ’Netwerk’ en ’Nova’ – zijn ook nog eens samenwerkingsprojecten”, zegt Scholten. „Dat past weliswaar goed bij het huidige kijkgedrag van mensen en bij de concurrentie met de commerciëlen, maar het betekent ook dat het niet langer vanzelfsprekend is dat alle standpunten evenredig aan bod komen. Zolang die drie een goede afspiegeling van de politiek geven, is er niets aan de hand. Maar het is al jaren de vraag of ze niet overhellen naar links.”
Scholten noemt het een goede zaak dat de Raad van Bestuur de kritiek serieus neemt. „De Publieke Omroep wordt gefinancierd uit publieke middelen. Als een groot deel van de mensen zich er niet in herkent, dan ondermijnt dat de legitimiteit van de Publieke Omroep.”
De politiek heeft al diverse wijzigingen doorgevoerd. Vorig jaar september verdwenen de thuisnetten en de Raad van Bestuur krijgt steeds meer zeggenschap, ten koste van de individuele omroepen. En minister Plasterk is van plan deze macht nog verder te vergroten. Scholten: „Het gevolg is dat het voor kijkers minder duidelijk is door welke omroep een programma gemaakt is. Bijvoorbeeld die detectives, hoe goed ze ook zijn, laten die nu echt de identiteit van de KRO zien?”
Bruins Slot is het niet met Scholten eens dat het huidige stelsel geen toekomst heeft. „Er zijn binnen het systeem voldoende mogelijkheden om te veranderen. De buitenwacht mag dan kritisch meekijken. Onze manier van werken, met verschillende omroepen, is uniek in de wereld. De variatie levert kwalitatief goede en interessante programma’s op. Het is zonde om dat weg te gooien.”
Bovendien, zo stelt Bruins Slot, passen de omroepen zich steeds beter aan. „Ze kijken steeds meer naar het geheel. Grofweg zo’n 20 procent van hun werk heeft nog echt met hun missie te maken. De rest van de tijd werken ze aan de publieke omroep als geheel. We hebben ook nog de NPS, die bedoeld is om de gaten op te vullen die de omroepen laten vallen. En de omroepen zijn steeds meer bereid tot samenwerken.”
Intern tegenstrijdig, noemt Scholten dat. „Aan de ene kant worden omroepen gestimuleerd om samen te werken en aan de andere kant moeten ze hun eigen identiteit uitdragen.”
Bruins Slot zegt blij te zijn zich na jaren van financiële en bestuurlijke discussies weer op de inhoud te kunnen richten. Medy van der Laan, de vorige staatssecretaris van media, wilde de NPO drastisch veranderen. „Dat deed ze met de beste bedoelingen maar het verlamde alles”, zegt Bruins Slot. „We hadden onze handen vol om het schip drijvende te houden. Iedereen werd onzeker. Dat kostte veel energie. Nu minister Plasterk heeft besloten geen grote veranderingen door te voeren, is de rust teruggekeerd en kunnen we ons gelukkig weer bezig houden met de inhoud. En dus ook met de vraag of iedereen zich nog wel in onze programma’s herkent.”
Wie het onderzoek gaat uitvoeren en hoe het er precies uit gaat zien, is nog niet bekend. „Ik hoop dat het ons lukt om met een universiteit samen te werken. En ook het Sociaal en Cultureel Planbureau beschikt over veel nuttige gegevens”, zegt Bruins Slot. „Momenteel zijn we de mogelijkheden nog aan het verkennen.”
Bij de volgende verkiezingen komt het omroepbeleid wederom aan de orde, verwacht Scholten. „Net als vijf jaar geleden is er ook nu weer een visitatiecommissie bezig. Dat was toen ook aanleiding voor allerlei wilde plannen.” Hoe het af zal lopen, durft Scholten niet te voorspellen. „Een heldere oplossing is bij lange na niet in zicht. Ik verwacht dat deze discussie nog jaren doorgaat. Wat is precies de taak van de Publieke Omroep? En waar kan het voetbal het beste worden uitgezonden?”
De omroep blijft nog wel even horen dat het te links is, denkt Scholten. „Ik verwacht niet dat de kritiek snel verstomt, ook niet als uit het onderzoek onomstotelijk blijkt dat de Publieke Omroep als geheel niet links is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.