*

 

goslinga / Bos verloor de slag door angst en vermijding

Hans Goslinga − 30/03/07, 20:43

In het slotdeel van de Wouter Tapes, de tv-documentaire van de VPRO over de verkiezingscampagne van PvdA-leider Bos, verzucht de hoofdpersoon dat zijn intuïtie hem deze keer in de steek heeft gelaten. In de aanloop naar de Kamerverkiezingen van 2003 en de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 viel alles voor zijn gevoel op zijn plek, nu vraagt hij zich af waarom er veel dingen mis gaan en waarom het hem maar niet lukt de juiste toon en woorden te vinden. In de bundel ‘De verloren slag’ van de WBS, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, helpt Liesbeth van Zoonen, hoogleraar media en populaire cultuur, Bos enigszins uit de droom.

Niet zijn falende intuïtie, maar het onvermogen de dreiging van een tweedeling in de samenleving tot centraal punt van de campagne te maken, was de oorzaak van het verlies. Volgens Van Zoonen kon Bos hierdoor zijn sterke kaart, zijn stijl van bindend leiderschap, niet uitspelen. Uit de documentaire blijkt overigens dat Bos in deze kaart niet erg geloofde. Tijdens een overleg met zijn team laat hij zich over de term ‘bindend leiderschap’ schamper uit en veronderstelt hij dat de media hetzelfde zullen reageren. ‘Ik hoor Witteman al zeggen... bindend leiderschap? Wat is dat?’

Van Zoonen noemt het een kapitale blunder dat Bos in de campagne meeging met het optimistische verhaal dat CDA-leider Balkenende uitdroeg. Ze memoreert het debat over de Miljoenennota, waarin de premier uitriep: „Het gaat goed met Nederland.” Het antwoord van Bos daarop was: „U heeft gelijk, maar het kan nog wel wat beter.” Het gevolg daarvan was volgens Van Zoonen dat degenen die het daarmee eens waren niet wakker schrokken, terwijl degenen die vonden dat het helemaal niet goed ging met Nederland, niet bij de PvdA terecht konden, maar in de armen werden gedreven van Marijnissen of Wilders.

De hoogleraar beschouwt deze keuze van de PvdA-top als de crux van de mislukte campagne, het verlies van de kamerzetels en de winst van SP en PVV. De vraag is of deze verklaring niet wijsheid achteraf is en de invloed van andere partijen op de campagne niet te veel buiten beschouwing laat. Tegenover het onvermogen of de onwil van de PvdA om de gespannen verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen te agenderen, stond immers de geslaagde poging van het CDA de economie centraal te stellen.

De christen-democraten konden dat met succes doen dankzij het aantrekken van de groei. Bovendien bleven ze, ook na het verlies bij de raadsverkiezingen, vertrouwen op de wetmatigheid dat het uiteindelijk altijd weer in de eerste plaats om de portemonnee draait (It’s the economy, stupid!) De partij bleef daardoor consistent in haar lijn en kreeg door het herstel zelfs ruimte om de omstreden hervormingen in de sociale zekerheid krachtig te verdedigen en de PvdA vanwege haar AOW-plan al voor de zomer rake klappen te verkopen (Verhagen: „Met Bos ben je de klos.”)

De PvdA-leider was zich er al vroeg van bewust dat het moeilijk was een zittende premier met de economische wind in de rug te verslaan. Maar het is niet onwaarschijnlijk dat hem dit zou zijn gelukt als hij het gespannen sociale klimaat in het land tot het kernthema van zijn campagne had gemaakt. Door te delen in het geforceerde optimisme liet Bos zich opsluiten in een patstelling, die tot een vervreemdende verkiezingsstrijd leidde waarin het over de verkeerde zaken ging.

Dat brak overigens niet alleen de sociaal-democraten op maar ook het CDA en de VVD. De ‘drie grote partijen’ (zoals Marijnissen ze pas nog per abuis, vermoedelijk uit macht der gewoonte, aanduidde) verloren samen achttien zetels en belandden met hun zeteltal net iets boven het historisch dieptepunt van negentig zetels uit het revoltejaar 2002. Daarentegen wonnen de SP en de PVV van Wilders, de partijen die het sterkst beklemtoonden dat het in Nederland niet goed gaat, tezamen 26 zetels.

Het was dus niet zozeer een strategische blunder als wel het onvermogen van de middenpartijen om adequaat met de nieuwe sociale kwestie om te gaan, die Bos de das om heeft gedaan. Net als eerder Kok en Melkert koos hij net als CDA en VVD voor vermijding van dit vraagstuk met als gevolg dat Marijnissen en Wilders vrij spel hadden. Het gevolg was dat Nederland na een van de meest hectische perioden uit zijn geschiedenis een wezenloze verkiezingscampagne beleefde.

Tekenend voor het gebrek aan politieke moed in het midden was dat een indringend rapport van de WRR, de onafhankelijke denktank van de regering, over de zich verscherpende verhoudingen in de samenleving totaal geen rol speelde. Dit rapport verscheen zes weken voor de verkiezingen en bracht de dreigende tegenstellingen scherp in beeld: jong versus oud, allochtonen versus autochtonen, hoog- versus laagopgeleiden. Maar Bos, Balkenende en Rutte verkozen erover te zwijgen, zelfs nadat de wat apolitieke VVD-minister Winsemius met de waarschuwing kwam dat 140 oude stadswijken sociaal op exploderen staan. Ondertussen probeerden de media met behulp van de opiniepeilingen en aandacht voor de X-factor van de kandidaten op geforceerde wijze iets van spanning te creƫren.

De verkiezingsstrijd van 2006 miste door dat alles ernst, dramatiek en een breder perspectief. Het ontbrak in het midden aan leiderschap om uit de benauwde kaders te breken en een groter verhaal neer te zetten. Brengt de nieuwe coalitie daarin geen verandering, dan zullen Marijnissen, Wilders en de politieke tinnegieters die zich ongetwijfeld nog aandienen de komende jaren hun aanhang vergroten. De coalitie oogt stevig en stabiel, maar voor echte politieke stabiliteit is een adequaat antwoord vanuit het midden op de sociale kwestie urgent.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />