Het Brabantse varkensbedrijf Family Farmers wil in Overijssel vier reusachtige varkensstallen bouwen en dat brengt de provinciale en lokale politici in een lastig parket.
Bewoners verzetten zich uit begrijpelijke zorg voor landschap en/of dier tegen de komst van de grootschalige veehouderij. Maar gemeenten hebben weinig mogelijkheden om de Brabantse agro-ondernemers te weren. Overijssel heeft 26 plekken aangewezen waar varkensbedrijven kunnen groeien. Dat nu ondernemers uit een andere provincie van plan zijn zich daar te vestigen, is geen argument de locaties te schrappen.
De Brabanders weten zich van de prins geen kwaad. Zij stellen dat hun grote bedrijf – met stallen voor 20.000 beesten – duurzamer is dan vele kleintjes. Daarin hebben ze geen ongelijk. Ze kunnen duurdere apparaten kopen om de lucht te zuiveren, er is minder transport nodig van de dieren. En dat varkens in een mega-stal slechter af zijn dan in een schuur met een paar honderd beesten is nog maar de vraag.
De ondernemers voeren bovendien aan dat zij best anders, milieu- en diervriendelijker, wíllen. Maar dat doen ze alleen als de consument daar om vraagt. Dat verzoek blijft helaas uit, want de consument weigert in het algemeen meer te betalen voor zijn vlees. De Overijsselse CDA-gedeputeerde Jansen merkte eerder al op dat de bezwaarmakers vast niet allemaal vegetarisch zijn.
De consument heeft inderdaad tegenstrijdige wensen. Hij wil goedkoop én duurzaam geproduceerd vlees. Dat gaat slecht samen.
In de discussie over mega-stallen botsen volgens adviseurs van het kabinet twee visies op het platteland: als agrarisch productiegebied en als plek voor natuur en recreatie. Met het oog op een gewenste combinatie van beide, heeft concentratie van varkensbedrijven op daarvoor ingerichte terreinen of zelfs op bedrijventerreinen de voorkeur boven spreiding. Dat is emotioneel misschien een moeilijk verhaal. Maar ook als het om dieren gaat, kan het verstand spreken.
Juist kleine familiebedrijven, goed verworteld in de plaatselijke gemeenschappen, hebben de bio-industrie in Nederland groot gemaakt. Het is een illusie te denken dat kleinschalige landbouw per se milieu- en diervriendelijker is dan grootschalige. Grootschaligheid kan problemen juist helpen oplossen, omdat dan investeringen in milieu en dierenwelzijn mogelijk worden. Het logische vervolg op schaalvergroting is dat we vervolgens strengere eisen stellen aan de veehouderij wat betreft dier- en milieuvriendelijkheid. Die worden zo immers financierbaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.