Aan sombere bespiegelingen over de staat van het politieke leven in Nederland is geen gebrek. De rode draad is de vrees dat het midden, niet in staat een effectief antwoord te geven op de middelpuntvliedende krachten, zo ver inkrimpt dat het land onregeerbaar wordt. De oud-politicus Ed van Thijn trekt zelfs een vergelijking met de Weimar-republiek (1919-1932), die ten onder ging aan het onvermogen van sociaal-democraten, katholieken en liberalen de extremen ter linker- en rechterzijde te weerstaan. De vraag is of die vrees, die breder bestaat, gegrond is.
Het is waar dat de drie middenpartijen, die in de vorige eeuw een dominante rol hebben gespeeld in de politiek en het bestuur, in omvang kleiner zijn geworden. Maar er zijn nog andere constructieve partijen in het midden, zoals de ChristenUnie en D66, die als het nodig is een kabinet aan een meerderheid kunnen helpen. Bovendien is een sterke comeback altijd mogelijk, zoals het CDA heeft laten zien.
Afgezien van het LPF-intermezzo in 2002 heeft Nederland, ook sinds het electoraat beweeglijker is geworden, het laatste decennium redelijk stabiele kabinetten gekend. Kok II en Balkenende II waren zelfs in staat ingrijpende culturele en sociale hervormingen door te voeren. In het verzuilde Nederland heette het gemakkelijker regeren, maar tussen 1958 en 1968 traden liefst zes kabinetten aan onder zes verschillende premiers.
Deze relativeringen nemen niet weg dat het voor politici nu lastiger is het vertrouwen van de burgers te winnen en te behouden. Dat vertrouwen is niet langer vanzelfsprekend. Daar is niks mis mee, zolang bij burgers en politici de notie overheerst dat veel maatschappelijke problemen niet in een handomdraai zijn op te lossen. Daar lijkt het niet op. De verbindingen tussen politici en burgers worden de laatste jaren te veel beheerst door marktdenken.
De overheid is geen macht boven de samenleving, zoals de laatste liberale premier Cort van der Linden een eeuw terug vaststelde, maar ’een orgaan van de samenleving’. Het kabinet-Balkenende/Bos is aangetreden met de belofte die notie terug te brengen. Maar helaas vertoont het al de neiging naar binnen te keren.
De Weimar-democratie ging uiteindelijk ten onder aan het onvermogen van de middenpartijen tot overstijgende compromissen te komen. Hoewel de omstandigheden en historische achtergronden anders waren, heeft Van Thijn met die politieke les een punt. De uitdaging voor Balkenende en Bos is over hun eigen schaduw heen te springen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.